Column

Moet Nederland zich schamen voor landbouwsucces?

Nederland exporteert dit jaar meer dan twee miljard tulpenbollen. Tien jaar geleden waren dat ervoor het eerst meer dan één miljard en tien jaar daarvoor een half miljard.

Beeld de Volkskrant

Tulpenbroeiers in Spanje en Scandinavië die een graantje probeerden mee te pikken van de lucratievetulpenhandel, hebben het loodje moeten leggen vanwege de genadeloze Nederlandse efficiency.

Dat geldt niet alleen voor tulpen. In 1950 leverde de komkommerteelt in Nederland tien kilogram per vierkante meter op. In 2015 was de opbrengst achtmaal zo hoog. In 1950 werd van een hectare zes ton appels geplukt. In 2015 was een hectare appelbomen goed voor 44 ton appels.

Nederland neemt een kwart van de tomatenexport in de wereld voor zijn rekening, eenderde van de komkommerexport en éénvijftiende van de appelexport. Opgeteld exporteert Nederland jaarlijks voor ruim 80 miljard euro aan landbouwproducten en nog eens voor tien miljard aan landbouwmachines en meststoffen. Dat is meer dan G20-landen als Brazilië, Canada, Frankrijk en China. Alleen de VS zijn groter. Gezien de geringe landoppervlakte en bevolkingsdichtheid van Nederland is de enorme landbouwexport even bizar als dat Mali jarenlang de hoogste medaille-oogst op het WK skiën zou halen.

De reden dat Nederland die positie heeft is vooral te danken aan het feit dat Nederland de landbouw het best heeft geïnnoveerd en geïndustrialiseerd. De Nederlandse landbouw is sinds de oorlog geëvolueerd van een arbeidsintensieve sector van heren- en keuterboeren tot een arbeidsextensieve sector van machtige bedrijven. Nederland is het agrarische Silicon Valley.

Alleen is niet iedereen daar blij mee. In deze krant pleitte de arbeidssocioloog Jan Douwe van der Ploeg gisteren ervoor de klok weer terug te zetten naar de tijd van Wim Sonnevelds Het Dorp en Hielke en Sietse's De Kameleon. Toen draaiden dorpen geheel om de landbouw. Boeren hadden landarbeiders in dienst die toen nog in werkmanshuisjes rond de boerderij woonden.

Ze brachten hun melk of bieten met ratelende karren naar de fabriek en lieten hun paarden beslaan bij de dorpssmid. Ze trokken samen op in augustus als iedereen het hooi binnenhaalde. Gezelligheid vierde hoogtij, terwijl nu volgens Van der Ploeg veel eenzaamheid heerst.

Daarom moet de Nederlandse landbouw een voorbeeld nemen an de Franse en Italiaanse, waar kleinschalige bedrijven in opmars zijn.

Beeld anp

Het pleidooi is uit sociologisch en milieu-oogpunt prijzenswaardig. Maar het klinkt als een oproep aan Silicon Valley om de dorpskrant, de dorpspomp, de dorpsomroeper en de dorpstaxi de kans te geven respectievelijk Google, Facebook, Apple en Uber overbodig te maken.

Kleinschaligheid is heel mooi en moet worden gepromoot. Maar als Nederland zijn tulpenexport beter weet te beschermen als de Fransen hun champagne- en de Italianen hun pasta-export, hoeft niemand zich daarvoor te schamen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden