Moet Máxima alsnog betalen?

Het kort geding tegen Máxima naar aanleiding van haar aanrijding met vleeshandelaar Van den Bent, gaat voorlopig niet door. Van den Bent eist volledige schadevergoeding....

Donderdagavond 18 oktober, kort na zes uur, rijdt een groene Audi A4 de poort uit van paleis Huis ten Bosch. Achter het stuur zit Máxima Zorreguieta, verloofde van prins Willem-Alexander. 'Het was schemerig', vertelt zij later aan de politie. 'De straatverlichting brandde nog niet. Het regende licht, het wegdek was vochtig.'

Links van haar, op de Leidsestraatweg nadert Gerrit Jan van den Bent, van beroep vleeshandelaar en woonachtig in Wassenaar. Hij is op weg naar huis en rijdt in de auto van zijn dochter, een zwarte Smart. Máxima: 'Ik bracht mijn auto voor het kruisingsvlak nagenoeg tot stilstand. Toen ik had gezien dat er geen verkeer aankwam, reed ik stapvoets het kruisingsvlak op. Plotseling zag ik voor mij van links, in een flits een auto aankomen. Ik schrok en liet mijn gaspedaal los.'

Van den Bent: 'Ik zag plotseling een auto de rijbaan oprijden.' Of hij nog heeft geremd weet Van den Bent niet meer. Hij rijdt, volgens de politie met minimaal 52 kilometer per uur, tegen Máxima aan. De klap is hevig. Airbags exploderen. Beide rijders dragen geen gordel.

Twee beveiligingsbeambten die achter Máxima rijden, zien het gebeuren. Zij zeggen dat 'het subject van onze beveiligingsopdracht' met een snelheid 'nog minder dan stapvoets' de kruising was opgereden.

Na de aanrijding stappen de twee volgers 'onmiddellijk' uit. Een van hen stelt 'conform mijn beveiligingsopdracht', Máxima in veiligheid. Waar dat is, vertelt hij niet. De ander spoedt zich naar Van den Bent. Die legt hij op enkele meters van de Smart in een 'stabiele zijligging' op de grond.

Bij Van den Bent wordt die avond een gecompliceerde beenbreuk geconstateerd. Máxima noemt 'rug- en nekklachten'. 'Ik heb mijn huisarts geconsulteerd.'

Na de aanrijding halen beveiligingsbeambten de nummerplaten van de auto van Máxima. Volgens de advocaat van Máxima, E. Wiersma, behoort dat tot de 'gebruiken'. Hij geeft geen verder commentaar.

Advocaat Loonstein zegt dat hij problemen heeft met de identificatie van het voertuig waarmee de wagen van zijn cliënt, Van den Bent, in botsing kwam. Het kenteken is volgens hem niet bekend bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Bovendien komt het chassisnummer van de wagen niet overeen met dat in het kentekenbewijs.

Máxima wordt door de politie geboekt als Leila van den Bosch. Zo zouden nieuwsgierige collega's, die de zaak in de politiecomputer zouden kunnen opzoeken, moeten worden geweerd.

De wagens werden overgebracht naar de koninklijke stallen in Den Haag voor technisch onderzoek. Tegen half acht krijgt de Technische Ongevallendienst (TOD) opdracht de kwestie grondig te onderzoeken.

Officier van justitie W. Hemstede neemt de zaak in behandeling. Hij neemt kennis van de TOD-rapportage en besluit in overleg met zijn hoofdofficier dat de uitrit van het paleis moet worden aangemerkt als een zijweg.

'Behalve dat de andere bestuurder geen voorrang heeft verleend, reed hij op een weg die uitsluitend voor bestemmingsverkeer is opengesteld. Bovendien had hij de maximum toegestane snelheid met enkele kilometers overschreden', aldus het Openbaar Ministerie. Strafvervolging blijft achterwege, omdat Van den Bent gewond raakte.

ALs blijkt dat de juridische vertegenwoordigers van Máxima geen enkele verantwoordelijkheid willen erkennen, raakt de revaliderende Van den Bent steeds geïrriteerder.

Hij zoekt contact met zijn advocaat. Die begint een civiele procedure.

Een kort geding moet Máxima bewegen tot een voorschot van enkele tienduizenden guldens op een volledige schadevergoeding.

Van den Bent en Loonstein wijzen op het zogenoemde kenbaarheidsbeginsel, dat beslissend is voor de vraag of het een zijweg of een uitrit betreft. En dus voor wie voorrang had.

H. Sackers, universitair hoofddocent strafrecht en verkeersrecht, legt dat beginsel zo uit: 'Als een wegdeel er naar het redelijke oordeel van de gemiddelde weggebruiker uitziet als een uitrit, dan is dat ook een uitrit. Hoe duidelijker je de poort vanaf de weg ziet, hoe eerder je zult aannemen dat het een uitrit is.'

Hoogleraar verkeersrecht C. van Dam wijst eveneens op de aanwezigheid van de paleispoort vlak bij de splitsing. 'Dan moet je zeggen dat dit een uitrit is. Dat zal voor iedereen die daar aan komt rijden, evident zijn.'

Van den Bent is inmiddels weer aan het werk. Hij loopt nog steeds met een stok.

De juridische strijd, zegt hij, wil hij doorzetten tot zijn naam is gezuiverd. 'Want recht is recht en krom is krom.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.