Column

Moet Maastricht toiletpotten van Sphinx koesteren?

Toenmalig Koningin Beatrix krijgt uitleg in de nieuwe Sphinx fabriek van een medewerker, tijdens haar rondleiding door de fabriek. De fabriek sloot in 2009 (foto 2007). Beeld anp

Niemand zal de industriële revolutie romantiseren. Vakmanschap veranderde in geestdodende routinewerkzaamheden. Kleine bedrijven werden grote concerns waarin mateloos rijke bazen voor winstmaximalisatie anonieme arbeiders uitbuitten.

Dankzij het algemeen kiesrecht en de vakbonden konden de uitwassen van de sociale ellende worden aangepakt en bleek industrialisatie ook te leiden tot welvaartsgroei voor iedereen. In Nederland kwam de industriële revolutie in vergelijking tot andere landen laat op gang, omdat in het oorspronkelijke koninkrijk van koning-koopman Willem I de industrie was geconcentreerd in het zuidelijke deel van het land en de landbouw in het noorden. Toen België zich afscheidde, moest Nederland nog over industrie gaan nadenken. Maar de wet op de remmende voorsprong heeft ook voordelen. Aan het einde van de 19de eeuw schoten dankzij innovatie nieuwe bedrijven als paddenstoelen uit de grond: van koek in Deventer tot glasblazerijen in Leerdam en jeneverstokerijen in Schiedam. En van de textielindustrie in Twente tot strokarton en aardappelmeel in Oost-Groningen en schoenen in De Langstraat.

Veel ervan bestaat niet meer - weggevaagd tijdens de industriële afbraak van de jaren zeventig en tachtig. Maar de betekenis van de bedrijven en de merken is erfgoed. Buitenlandse eigenaren hebben daar minder mee op. Zo zal nu een van de oudste industriële bedrijven van Nederland uit zijn geboortestad verdwijnen. De laatste delen van de aardewerkfabriek Koninklijke Sphinx worden door de huidige eigenaar, een Zweedse spoelknoppenmaker, ondergebracht bij een kantoor in Nieuwegein.

Toevallig was juist Sphinx een van de bedrijven die het eerst op de Belgische afscheiding anticipeerde. Petrus Regout begon in 1836 aardewerk te produceren, waarbij hij een beroep deed op Engelse vakarbeiders uit Stoke-on-Trent, de stad van de Wedgwood-serviezen. In 1840 werd het befaamde boerenbont-servies gelanceerd dat Sphinx tot 1969 zou produceren. Beroemde ontwerpers kwamen in dienst, die bijvoorbeeld de serviezen voor de Bijenkorf ontwikkelden. Het bedrijf ging later ook toiletpotten en wasbakken maken, die massaal in de na-oorlogse nieuwbouw werden geïnstalleerd. Sphinx werd het industriële gezicht van Maastricht. Ooit werkten er 4.000 mensen. In 2009 werd wat toen de modernste keramiekfabriek was van Europa gesloten. Nu verdwijnt ook de verkoopafdeling, omdat Maastricht in Zweedse ogen niet centraal ligt en de huisvesting daar duurder is. Er mag nog een showroom blijven - een soort veredelde winkel.

Misschien is er voor de nieuwe partijloze burgemeester Annemarie Penn een taak weggelegd de geschiedenis van Sphinx te behouden. Wie naar de toekomst kijkt, koestert zijn verleden. Amsterdam heeft de Heineken Experience, Delft heeft de Porceleyne Fles, Schiedam het jenevermuseum. En Stoke-on-Trent zijn World of Wedgwood.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden