Column

Moet loonruimte naar flexkrachten en zzp'ers?

Werknemers en zzp'ers krijgen een steeds geringer deel van de nationale koek. Dit tast hun koopkracht aan, wat ertoe leidt dat bedrijven minder verkopen, produceren en investeren. Ze potten hun geld op. Zo ontstaat een negatieve spiraal in de economie, waarvoor president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank al lang waarschuwt.

ZZP-ers aan het werk in Seats2Meet in Utrecht, waar zelfstandigen een werkplek of vergaderzaal huren kunnen huren.Beeld anp

Nieuwe cijfers uit zijn eigen keuken bewijzen dit. De arbeidsinkomensquote (het deel dat de werknemers opstrijken) daalt als een gek; de winstquote (het deel dat bij de werkgevers in de kas stroomt) stijgt explosief. Dat is al 35 jaar gaande, maar wordt nu aanzienlijk verergerd doordat er zoveel zzp'ers en flexkrachten zijn gekomen die het met minder moeten doen.

De arbeidsinkomensquote is nu maar 73,5 procent. In 1982 was die 87 procent. Toen waarschuwde president Wim Duisenberg van De Nederlandsche Bank juist jaarlijks dat bedrijven te weinig winstgevend waren. In die jaren legden industriële bedrijven (RSV, KSH, Van Gelder Papier) een voor een het loodje omdat ze op de wereldmarkt niet konden meekomen.

Nu zijn Nederlandse bedrijven internationaal zo concurrerend dat dit land relatief het hoogste handelsoverschot in de wereld heeft. Bedrijven (detailhandel) komen nu in de problemen doordat er zo weinig binnenlandse vraag is.

Er moet een nieuw evenwicht worden gevonden. Dat zou een algemene loonsverhoging kunnen zijn: iedereen 5 procent erbij dit jaar en nog eens 5 procent volgend jaar. Een ouderwetse loongolf. Maar er zit een addertje onder het gras.

Sommige sectoren (ict, handel, zakelijke financiële dienstverlening) kunnen dat probleemloos betalen. Er zijn echter ook sectoren waar bedrijven alle zeilen moeten bijzetten om niet bankroet te gaan. Daaraan zou nog een mouw kunnen worden gepast door in de ene bedrijfstak hogere looneisen te stellen dan in de andere, maar ook binnen bedrijfstakken zijn er enorme verschillen. Er zijn aan de ene kant bedrijven waar werknemers meestal vaste dienstverbanden hebben met goede beloningen en secundaire arbeidsvoorwaarden - hier hebben werknemers veel koopkracht en sparen ze vaak zelfs tegen de klippen op. Aan de andere kant zijn er de nieuwkomers of start-ups, die vooral gebruikmaken van goedkopere flexwerkers en zzp'ers, die tegen afbraaktarieven worden opgeroepen. Hun mensen kunnen nauwelijks iets betalen. Voorbeelden zijn er legio: KLM versus EasyJet en Ryanair, C&A en Blokker versus Primark en Action, papieren kranten versus digitale nieuwsbronnen.

Vernieuwing is een goede zaak - verdienmodellen hebben nu eenmaal niet het eeuwige leven. De concurrentie moet echter wel eerlijk zijn. De arbeidsvoorwaarden voor mensen bij de oude bedrijven en de nieuwe moeten worden geharmoniseerd. Als de arbeidsinkomensquote omhoog moet, zou dat vooral naar jonge werknemers, zzp'ers en flexkrachten moeten gaan.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden