Moet idee Den Uyl van stal?

Bedrijven zijn zelden zo winstgevend geweest als in 2013. Nu de winstcijfers van dat jaar binnenstromen, wordt pas goed duidelijk hoeveel geld er vorig jaar is verdiend.


Alleen doen ze bitter weinig met het geld. Er wordt nauwelijks geïnvesteerd. Veel bedrijven zijn daardoor een grote spaarpot geworden, terwijl de werknemers op een houtje bijten. Het zou veel beter voor de economie zijn als dat geld via consumptie of investeringen weer in de economie zou worden gebracht.


Soms is het te betreuren dat een van de betere ideeën van het roemruchte kabinet-Den Uyl nooit een wet is geworden. Op 22 juni 1976 dienden de ministers Jaap Boersma (Sociale Zaken) en Wim Duisenberg (Financiën) de Wet op de vermogensaanwasdeling (VAD) in. Het was een van de vier grote hervormingsvoorstellen in het kader van het Nederlandse utopia: de spreiding van kennis, macht en inkomen.


Doel was de werknemers mee te laten delen in de groei van het productieve vermogen van bedrijven. Hiertoe zouden de zogenoemde overwinsten van vennootschappen moeten worden afgeroomd. Wim Kok - toen een aanstormend vakbondsman - was de grote pleitbezorger van de vermogensaanwasdeling. Hij wilde wel loonmatiging beloven als werknemers uit de winst geld zouden kunnen krijgen, bijvoorbeeld om eigen bedrijfjes op te zetten. Als nieuwe ondernemers zouden ze op hun beurt weer zorgen voor nieuwe banen. Niet de grote bedrijven maar het mkb was tenslotte de banenmotor van het land.


Het plan stuitte echter op groot verzet van de werkgevers. Zij probeerden zelfs buitenlandse bedrijven te laten verklaren dat Nederland een no-go-area zou worden, mocht de wet er komen. De coalitiepartijen KVP en ARP deinsden terug. Willem Vermeend, toentertijd belastingmedewerker van de Volkskrant, achtte het voorstel nauwelijks uitvoerbaar. Een kabinetscrisis dreigde. Het voorstel belandde in de ijskast en werd in 1983 door het kabinet-Lubbers definitief in de prullenmand geworpen.


In die tijd was de winstgevendheid van bedrijven bedroevend. Van het totale bbp kwam maar 1 of 2 procent bij de bedrijven als winst terecht. Het arbeidersinkomensquotum was begin jaren tachtig 90 procent. Inmiddels is het aandeel van de lonen in het bbp weer gedaald tot 80 procent en gaat liefst 18 procent als winst naar de bedrijven. Eigenlijk zouden loonsverhogingen helemaal niet zo gek zijn als er niet zoveel sectoren waren (bouw, kranten, detailhandel) die op apegapen liggen. In de ict- en voedingsmiddelen wordt goud geld verdiend. Partiële loonsverhogingen liggen echter gevoelig. Het is voor de bonden moeilijk om in de ene cao een loonsverhoging van 6 procent af te spreken en in de andere de nullijn te handhaven.


Er moet dus iets anders worden gevonden om werknemers mee te laten delen in de winstgroei.


Misschien de vermogensaanwasdeling.


Reageren?


p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden