Moet eerst de laatste kiezer afhaken?

De hypocrisie regeert nog steeds. Het land is niet meer te regeren, maar nog is er geen partij die het politieke stelsel drastisch wil veranderen, zegt Thom de Graaf....

De regeerbaarheid van het land staat onder druk door de versplintering van het electoraat en de opkomst van populistische partijen, die meer geïnteresseerd zijn in de articulatie van onvrede dan van haalbare oplossingen. Zij profiteren van de frustratie van kiezers die zich buitenstaander voelen omdat zij geen vat meer hebben op de snel veranderende wereld en hun ook niet wordt gevraagd wat zij daar eigenlijk van vinden. Het systeem moet op de schop om de politieke democratie nog effectief en legitiem te laten zijn. Vernieuwing is urgent!

Dit is geen nieuwe analyse. Het is ook niet origineel om het in 2010 weer op te schrijven. Eigenlijk is het alleen opmerkelijk dat we dit horen uit partijen die altijd wars waren van deze ‘nieuwlichterij’. Zij pleiten nu voor ingrepen in het stelsel dat hen zo lang als een handschoen paste. Gewezen politici als Jacques Wallage, Marnix van Rij, Hans Hoogervorst hielden onlangs pleidooien voor een ander kiesstelsel, kiesdrempels of vormen van directe democratie.

Institutionele wijzigingen voorstellen, was lange tijd vloeken in de kerk. Het werd beschouwd als het exclusieve domein van een betrekkelijk marginale partij. De ‘kroonjuwelen’ van D66 werden getolereerd maar nooit omarmd. In de jaren ’70 niet, toen de politieke hergroepering in een progressieve partij tegenover een rechts blok mislukte. In de jaren ’80 en ’90 niet toen alle studies resulteerden in de afwijzing van het correctief referendum in de ‘nacht van Wiegel’. Vijf jaar geleden ook niet, toen de gekozen burgemeester sneuvelde door toedoen van PvdA, GroenLinks en SP.

Rechts heeft politieke en staatkundige vernieuwing slechts gedoogd als dat om machtspolitieke redenen onvermijdelijk was, maar maakte er nooit een geheim van blij te zijn dat het er toch niet van kwam. Links paaide potentieel verontruste kiezers met warme woorden maar leverde als het er op aan kwam nooit boter bij de vis.

De vraag is of die partijen nu wel de urgentie zien. Ik ben daar niet optimistisch over. Hoewel D66 een sleutelrol kan spelen in de volgende formatie, voert de huidige partijleider Alexander Pechtold geen campagne op dit punt. Hij typeert zijn verhouding tot de politieke vernieuwing als ‘wel op voorraad leverbaar, maar niet in de etalage’. Ik heb daar begrip voor nu D66 al zo vaak haar neus gestoten heeft en staatsrecht geen voters issue is. Toch geloof ik dat het in het hart van mijn partij zit, in het dna zelfs, zich sterk te maken voor een andere politieke cultuur, in de wetenschap dat die cultuur zichzelf niet zomaar verandert.

De overige partijen geven geen blijk van verontrusting of bereidheid tot analyse. Kennelijk lukt dat alleen diegenen die afstand van het politieke bedrijf namen. Het zijn er de tijden niet naar, zullen we horen als het onderwerp ter sprake komt, het is immers crisis. ‘Wie zegt dat je in tijden van economische crisis bij noodlijdende burgers moeilijk kunt aankomen met politieke vernieuwing heeft misschien gelijk, maar wie zegt dat politieke vernieuwing niet relevant is in tijden van economische crisis, ziet een paar dingen over het hoofd’, schreef Hans van Mierlo 25 jaar geleden en gelijk had hij.

Een van die dingen is, dat de besluitvorming over zaken als de AOW-leeftijd of ombuigingen à 29 miljard volstrekt vastloopt in de politieke processen van het huidige bestel. Politieke leiders zitten in het kabinet en hebben opdracht de belangen van de eigen partij veilig te stellen, zoals in de Uruzgankwestie pijnlijk duidelijk werd. Het vraagstuk dat moet worden opgelost, heeft bij voorbaat nauwelijks kans als alle partijen er hun eigen sausje overheen gooien.

Een ander probleem is de extreme vervlechting van de belangen van Kamermeerderheid en kabinet, die een echt onafhankelijke controle van de macht schier onmogelijk maakt. De bestaansreden van Kamerleden van de ‘regeringsfracties’ lijkt primair gelegen in de functie van Praetoriaanse garde. De oppositie oefent controle uit maar toch vooral om daar bij voorbaat de conclusie aan te verbinden dat wat gedaan is niet deugt en dat nagelaten is wat moest. Rituelen die versterkt worden door uit marmer gehouwen regeerakkoorden en een onder invloed van het opkomend populisme steeds schreeuweriger debatcultuur waaronder de klassieke parlementaire functies van medewetgeving en consensusvorming ernstig lijden.

Het moet te denken geven dat diezelfde Kamer nauwelijks leden kent die verstand hebben van wetgeving, constitutie of openbare financiën, maar des te meer mensen die voornamelijk op hun mediageniekheid zijn geselecteerd en hun vaardigheid politiek op de vierkante centimeter te bedrijven.

Het is minstens zo belangrijk dat een groeiende groep kiezers geen enkel vertrouwen meer lijkt te hebben in hun Haagse representatie. Zij zien dat hun vertegenwoordigers zetbazen van belangen zijn geworden die veel met machtsbehoud en weinig met kiezerswensen te maken hebben. De democratie wordt het theater van schijnvertoningen in plaats van het mechanisme waarmee mensen en macht op een fatsoenlijke manier worden verbonden.

Een actueel voorbeeld is de losgebarsten verkiezingsstrijd. In ons land kennen wij een zeer getrapte machtsvorming. Door de fragmenterende werking van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging (zonder drempels en zonder enige stimulans tot blokvorming vóór de verkiezingen) en door het ontbreken van andere mechanismen om een directe invloed op de machtsvorming uit te oefenen, moet een kiezer maar afwachten of zijn stem echt invloed heeft gehad. Bos en Balkenende vochten in 2006 om de macht, zo leek het. Uiteindelijk kwamen ze toch samen in het kabinet en bleef de kiezer die juist op de een had gestemd om de ander daar weg te houden, bedrogen uit.

Het is evident dat kiezers willen bepalen wie er gaat regeren en wie niet. In praktisch alle beschaafde landen is daar een oplossing voor, ofwel doordat het kiesstelsel dwingt tot de vorming van twee grote blokken ofwel doordat een eigen mandaat wordt georganiseerd voor de regeringsleider. In Nederland moeten we het doen met het zwarte gat van de kabinetsformatie waar geen kiezer aan te pas komt en ook zelden meer dan enkele politici die vervolgens zelf tot het kabinet toetreden.

Dat is al treurig van zichzelf. Ergerlijker nog zijn de leiders die dit democratisch deficit wel zien, maar die de kiezers wat graag in de waan laten dat zij straks die regeermacht mogen aanwijzen. Kies de minister-president, kies Joop den Uyl, dat was de misleidende slogan van 33 jaar geleden. Hetzelfde trucje past de PvdA nu weer toe met de presentatie van Job Cohen als potentiële premier. De huidige dignitaris in het Torentje maakt het nog bonter. Jan Peter Balkenende voert wel de CDA-lijst aan, maar geeft tevoren aan niet in het parlement zitting te nemen. Hij wil alleen gelegitimeerd zijn om Balkenende V te leiden. Hoe ver kun je afdwalen?

De hypocrisie regeert nog steeds. ‘Het land van doen alsof’, noemde Van Mierlo dat ooit. Helaas hebben al zijn inspanningen er niet toe geleid dat de machthebbers bereid zijn ons vermolmde stelsel te renoveren. Is daarvoor dan nodig dat eerst de laatste kiezer afhaakt of zijn heil bij ééndagsprofeten zoekt? Het gaat mij er niet om dat de gevestigde orde een gematigd districtenstelsel, gekozen machthebbers of correctief referendum omarmt. Het is al heel wat, en wellicht oneindig veel relevanter, als er ruimte is voor zelfreflectie en objectieve analyse. Soms worden aan de rand van de afgrond immers de mooiste bloemen geplukt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden