Moet de regering ING weer nationaliseren als Postbank 2.0?

De kwestie

Het hoogoplopende debat over het inkomen van ING-topman Ralph Hamers krijgt een steeds curieuzere wending, nu het ook nog samenvalt met de op handen zijnde gemeenteraadsverkiezingen.

Partijen grijpen het aan om er een electoraal slaatje uit te slaan en via gelegenheidswetgeving het salaris van de topman van ING te beteugelen. Wie daartegen is, loopt gerede kans zich op 21 maart flink te bezeren, want het volk heeft met Hamers een nieuwe zondebok aangewezen.

Maar eigenlijk is de discussie hierover net zo bizar als de salarisstijging zelf. De regering en de Tweede Kamer zouden - mea culpa - moeten erkennen dat het teruggeven van de banken aan de markt een verkeerd besluit is geweest. Systeembanken horen geen semi-overheidsinstellingen te zijn, zoals Rutte zegt, maar gewone overheidsinstellingen. De regering zou niet alleen moeten besluiten de Volksbank in staatshanden te houden, maar ook te stoppen met de verkoop van de aandelen van ABN Amro en te kijken naar mogelijkheden om ING weer te nationaliseren als Postbank 2.0.

In principe zijn banken - hoe hoog de kapitaalbuffers ook zijn - insolvent, omdat spaarders altijd massaal hun geld terug kunnen halen, maar de banken niet massaal op hetzelfde moment hun kredieten aan bedrijven en huizenbezitters kunnen terugvragen. Als er paniek uitbreekt en er een bankrun ontstaat, gaan ze per definitie failliet. Ten tweede zijn systeembanken door hun omvang een zo belangrijke factor in de economie dat een bankroet van één bank tot een totale ineenstorting van het hele financiële systeem kan leiden, zoals gebeurde bij het faillissement van Lehman Brothers tien jaar geleden. En ten derde kan niemand meer zonder bank.

Politici vinden desondanks dat financiële dienstverlening geen staatsbezigheid is, net zo min als broodjes verkopen, bloembollen telen of kranten distribueren. Maar in werkelijkheid is het een even essentiele staatstaak als het verzorgen van het treinverkeer en de landsverdediging. Het is in elk geval een belangrijkere staatstaak dan het in stand houden van de publieke omroep.

Als banken definitief staatsinstellingen zijn, kunnen hun bestuurders ook onder de balkenende-norm vallen, hetgeen op dit moment zelfs bij vanwege de crisis tijdelijk genationaliseerde staatsbanken niet het geval is. Net als bij sterpresentators in het omroepwezen zal er af en toe wel eens een rel uitbreken als een zeer succesvolle bankier die miljoenen aan provisies binnenhaalt, te veel betaald krijgt. Maar de beloning aan het topmanagement blijft beperkt.

En er zit nog een voordeel aan. Als banken in staatshanden zijn, behoren ze in een klap tot de degelijkste in de wereld - triple A in het kwadraat. Er moeten horden worden genomen - vooral in Brussel - om deze plannen te realiseren.

Maar dat heeft meer zin dan nu mooie sier te maken met een wet over een salarisplafond voor een topbestuurder.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl