Opinie

'Moet de PvdA bepalen of mijn geloof door de beugel kan?'

Voor Martijn Van Dam, kandidaat-partijleider van de PvdA, is religie vooral bron van scheidslijnen. 'Maar de PvdA zou er goed aan doen geloof en levensovertuiging serieus te nemen in plaats van te betuttelen of te marginaliseren', betoogt Laurens Hogebrink, zowel actief kerklid als actief PvdA-lid.

Martijn van Dam. Beeld anp

'PvdA moet duidelijk zijn tegen gelovigen'. Het stuk met deze titel dat kandidaat-partijleider Martijn van Dam afgelopen vrijdag in de Volkskrant schreef, begint zo: 'Je ontworstelen aan kerk en kapitaal was altijd de belangrijkste doelstelling van sociaal-democraten.' Hij vindt dat dit ook aardig is gelukt, zie de individualisering sinds 1946 (oprichtingsjaar van de PvdA). Maar er blijft een probleem, ook binnen de PvdA, namelijk geloofsstromingen die mensen de wetten willen voorschrijven. Volgens Van Dam kan religie een persoonlijke inspiratiebron zijn bij vrijheid en individuele ontplooiing, maar 'reken wel op kritiek als religie persoonlijke ontplooiing in de weg staat'. De PvdA moet dus het lef hebben ook tegen eigen leden en kiezers in te gaan 'als zij orthodoxe religieuze regels belangrijker maken dan de persoonlijke ontwikkeling of de algemeen aanvaarde normen en waarden (...).'

Van Dam zet zich hiermee af tegen Job Cohen, die als niet-gelovige pleitte voor meer openheid van de politiek voor het samenbindend vermogen van godsdienst en levensovertuiging. Voor Van Dam is religie vooral bron van scheidslijnen. Hierbij vier adviezen van iemand die zowel actief kerklid is als actief PvdA-lid.

Ongenuanceerd
Ten eerste, gooi niet zo ongenuanceerd kerk en kapitaal op één hoop. De openingstoespraak op het oprichtingscongres van de PvdA in 1946 werd gehouden door een dominee, Willem Banning, die ook stevig meeschreef aan de eerste twee beginselprogramma's. En zijn Nederlandse Hervormde Kerk brak met het verzuilingsdenken, waardoor de 'doorbraak' mogelijk werd, - een trager proces dan de gelovigen hoopten die naar niet-confessionele partijen overstapten, maar de PvdA werd in 1952 en 1956 wel de grootste partij.

Ten tweede, betuttel je gehoor niet. Wie zijn die gelovigen tegen wie de PvdA 'duidelijk' moet zijn? Volgens het Nationaal Kiezers Onderzoek van 2006 bestond in dat jaar het electoraat in Nederland voor iets meer dan de helft uit mensen die zichzelf als gelovig beschouwden (een breder begrip dan kerkelijk). Van deze gelovigen stemde 33 procent op de PvdA of de SP. De 'orthodoxe' opvattingen waartegen Van Dam ten strijde trekt, zijn wat het christelijke volksdeel betreft te vinden bij CDA en vooral SGP stemmers. Die zullen zich van zijn duidelijkheid weinig aantrekken. Maar bij moslims en joden gaat respect voor religieuze kleding- en voedselvoorschriften vaak samen met de keuze voor de PvdA. Van Dam heeft kennelijk van het geklungel met het verbod op ritueel slachten niet geleerd dat bij lastige dilemma's dialoog met gelovigen nuttiger is dan 'lef' en 'duidelijkheid'.

Ten derde, ken de grenzen van de politiek. Van Dam keert zich tegen religieuze voorschriften of opvattingen die persoonlijke ontplooiing in de weg staan. Welnu, mijn opvatting van persoonlijke ontplooiing en vrijheid houdt ook in dat ik zelf wel uitmaak of mijn geloof mij daarbij in de weg staat. Dat laat ik niet door politici bepalen. Nog niet zo lang geleden stonden ook in PvdA-kringen hoofddoekjes nog ter discussie als een symbool van onderdrukking. Tegenwoordig zal geen PvdA politicus zich dit soort paternalisme meer veroorloven (wel over boerka's). En waarom zou een openbare school niet iets mogen regelen zodat islamitische leerlingen en docenten kunnen bidden? Wil Van Dam hun individuele ontplooiing bevorderen door hen van het openbaar onderwijs te weren?

Antidemocratisch
Steeds meer politici denken de actuele spanningen tussen grondrechten op te lossen door kerk, geloof en levensbeschouwing terug te dringen naar de privésfeer. Dan ben je van een hoop gezeur af. Maar of ik mijn geloof wel of niet een rol laat spelen in het publieke domein is óók iets dat ik in de moderne rechtsstaat zelf bepaal. En mijn kerk bepaalt dat ook zelf. En de imam ook. Vervolgens heeft iedereen zich te houden aan de spelregels van de democratie. Het is antidemocratisch, als politici dit principe betwisten.

Ten vierde, denk na over de toekomst van de democratie. In Nederland is het percentage kerkleden in de afgelopen halve eeuw bijna gehalveerd, maar anno 2012 zijn nog tegen de 7 miljoen mensen lid van een kerk en het aantal moslims en leden van overige religies is meer dan 1 miljoen. Vergelijk deze 8 miljoen met het totale ledental van politieke partijen: 300.000. In 1960 was dat 730.000, terwijl sindsdien het electoraat bijna is verdrievoudigd. Die afkalving is ingrijpender dan bij de kerken. Het ledental van de PvdA schommelde een halve eeuw geleden rond de 140.000, nu is het 54.000.

Actief
Hoe wordt in de toekomst de politiek democratisch gelegitimeerd? Leden van politieke partijen zijn gemiddeld minder actief dan kerkleden. Kerken vormen veruit de grootste sector in de civiele samenleving. Politieke partijen - niet alleen de PvdA - doen er goed aan om geloof en levensovertuiging serieus te nemen in plaats van te betuttelen of te marginaliseren. De maatschappelijke consensus over waarden die Van Dam bepleit komt tot stand via dialoog, niet via politieke decreten over welke geloofsopvattingen wel of niet door de beugel kunnen.

Laurens Hogebrink is lid van de PvdA en doet kerkelijk werk op plaatselijk, landelijk en internationaal vlak.

 
gooi niet zo ongenuanceerd kerk en kapitaal op één hoop
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden