Moet de overheid het AOW-gat repareren, of is het zo erg niet?

Het is asociaal om mensen die vervroegd met pensioen zijn gegaan voor hun AOW-gat te laten opdraaien, vinden de vakbonden. De overheid denkt daar anders over.

AMSTERDAM - Twintig vakbonden en belangengroepen eisen vandaag bij de rechter dat de staat het AOW-gat repareert van tienduizenden mensen die met vroegpensioen zijn of - met ontslagvergoeding - zijn ontslagen. Doordat we langer moeten doorwerken, lopen zij bedragen mis die kunnen oplopen tot ruim 27 duizend euro per jaar. In vakbondstermen 'asociaal beleid van een onbetrouwbare overheid', zoals Gijs van Dijk van de FNV het zegt. Maar er is een overgangsregeling, betoogt de overheid, en de verhoging van de pensioenleeftijd staat al sinds 1999 op de agenda.


Een AOW-gat, hoe kom je daaraan?

Voor wie vóór zijn 65ste is gestopt met werken waren er allerlei vroegpensioenregelingen zoals de vut (vervroegde uittreding), het functioneel leeftijdsontslag en het prepensioen. Die uitkeringen houden op als iemand 65 wordt. Daarna komt de AOW, vaak aangevuld met een pensioenregeling.


Sinds 2013 wordt de pensioenleeftijd echter verhoogd. Zo moeten we met ingang van dit jaar doorwerken tot 65 jaar en twee maanden. In 2018 wordt dat 66 jaar en in 2021 tot 67 jaar. Daarna wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.


Maar de vroegpensioenregelingen zijn daaraan niet aangepast. Wie met de vut is, krijgt dit jaar te maken met een AOW-gat: twee maanden die moeten worden overbrugd tot de eerste AOW wordt uitbetaald. Dat scheelt een alleenstaande twee keer zijn AOW van 1.150 euro bruto. Wie in 2021 twee jaar moet overbruggen zou daardoor nu ruim 27 duizend euro mislopen.


Eerder stoppen met werken? In de aanloop naar het verhogen van de AOW-leeftijd zijn de vroegpensioenregelingen toch afgeschaft?

Dat betoogt de advocaat namens de staat ook. De meeste werknemers kunnen niet meer met de vut. Die regelingen zijn verdwenen omdat door de vergrijzing en ontgroening de sociale zekerheid en zorg anders onbetaalbaar worden. De beroepsbevolking wordt kleiner en niet alleen neemt het aantal AOW'ers snel toe, we worden ook ouder. Alleen door langer door te werken blijft de AOW, ook voor toekomstige generaties, betaalbaar.


Er zijn inmiddels allerlei financiële prikkels die het zowel voor werkgevers als voor werknemers financieel aantrekkelijk maken om ouderen actief te houden op de arbeidsmarkt. Werkbonus, premiekorting, mobiliteitsbonus, heffingskorting... En dat werkt. Werknemers gaan steeds later met pensioen. In 2013 lag het gemiddelde op 63,9 jaar, ruim drie kwart jaar hoger dan in 2011.


Hoe groot is dan het probleem waarover de rechter zich vandaag buigt?

Het gaat om enkele tienduizenden mensen met vooral zware beroepen. Militairen, brandweerlieden, ambulance-, politie- en justitiepersoneel, maar ook buschauffeurs en stratenmakers. Door met 55 of 60 te stoppen met werken kunnen ze toch gezond de eindstreep halen, is de gedachte. Maar het gaat ook ouderen aan die vóór 2013 door een reorganisatie op straat zijn komen te staan. Ze moeten nu langer doen met de ontslagvergoeding waarmee ze het tot aan hun pensioen dachten uit te houden.


Is er dan geen compensatieregeling?

Zeker wel. Voor wie nu met vroegpensioen is, is er een overbruggingsuitkering op bijstandsniveau. Maar daaraan zijn inkomenseisen gesteld. Om voor de regeling in aanmerking te komen mag iemand niet meer dan ongeveer 3.000 euro bruto verdienen, of 4.500 voor samenwonenden. Daarnaast mag men slechts een beperkte hoeveelheid spaargeld hebben. Wie na 1 januari 2013 is gestopt met werken heeft inmiddels voldoende gelegenheid gehad om desgewenst een spaarpotje aan te leggen, vindt de overheid. De pensioenleeftijd gaat weliswaar versneld omhoog, er wordt al lang genoeg over gediscussieerd.


Maar de vakbonden vragen de rechter ook om een principiële uitspraak: mag de overheid wel aan de AOW komen? Ook al gaat het om een toekomstige uitkering, de AOW is eigendom van het individu, vinden ze. De overheid werpt tegen dat niet alleen het algemeen belang voorgaat. Hoe zou zij beleid kunnen maken als er niets mag worden veranderd?


Met z'n twintigen naar de rechter. Maken de vakbonden een kans?

Ja, vinden de vakcentrales CNV, FNV en MHP natuurlijk, en nee is het even voorspelbare antwoord van de tegenpartij. Maar er schuilt een addertje onder het gras. De vraag is of de bonden wel naar de rechter kúnnen stappen. Wie klachten heeft over zijn AOW moet daarvoor als individu bij de Sociale Verzekeringsbank zijn. Toch vinden de vakbonden dat ze partij zijn, omdat zij nieuwe afspraken moeten proberen te maken in cao's en onderhandelen over sociale plannen.


Terug aan het werk dan maar...

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Brandweerlieden hebben vergeefs gevraagd om terug in dienst te komen. Niet alleen waren er geen vacatures, ook moeten ze worden gekeurd. Het is de vraag of ze daar doorheen zouden komen. De overheid stuurt ook nog steeds ambtenaren met vroegpensioen. Gevangenispersoneel bijvoorbeeld wordt op z'n 60ste 'eervol' ontslagen. Ook militairen vliegen er op grond van hun leeftijd uit.


De oplossing ligt in de cao. Met de Nederlandse Spoorwegen zijn nieuwe afspraken gemaakt over machinisten die er op grond van hun leeftijd uit moeten. De NS heeft inmiddels een intern uitzendbureautje opgericht voor oud-medewerkers met een AOW-gat. Ze kunnen een paar dagen per maand komen werken om maximaal 500 euro per maand bij te verdienen.


Steeds later met pensioen

Werknemers gaan steeds later met pensioen. De gemiddelde pensioenleeftijd liep vorig jaar verder op tot 63,9 jaar. Dat is 0,3 jaar hoger dan in 2012. Werknemers zijn sinds 2006 elk jaar iets later met pensioen gegaan. Dat blijkt uit woensdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).


Vorig jaar gingen in totaal 73 duizend werknemers met pensioen. Inmiddels is bijna de helft van de pensioengangers 65 jaar of ouder. Het aandeel werknemers dat tussen 60 en de 65 jaar met pensioen gaat, neemt de laatste jaren sterk af: van 70 procent in 2008 tot 46 procentin 2013. In dat jaar was 48 procent op het moment van pensionering 65 jaar of ouder. Deze groep is hiermee voor het eerst groter dan de groep die tussen 60 en 65 jaar met pensioen gaat.


Van 2000 tot en met 2006 was de gemiddelde pensioenleeftijd nog 61 jaar. Vanaf 2007 nam die jaarlijks toe door de invoering van regelgeving die langer doorwerken moet stimuleren. Hierdoor gingen steeds minder werknemers op jongere leeftijd met pensioen. Het aandeel pensioengangers jonger dan 60 jaar daalde van 28 procent in 2006 tot 6 procent in 2013.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden