Moet de AOW-leeftijd niet naar 105 jaar?

De klassenstrijd werd beslecht met de invoering van het pensioen. Nu dreigt die weer op te laaien

Wie zelf niet bemiddeld was of geen lijfrenteverzekering had afgesloten, moest in 1889 tot de dood werken. Dat gold voor de snel uitdijende arbeidersklasse. Op 22 juni 1889 introduceerde de ijzeren kanselier Otto von Bismarck in het Duitse keizerrijk voor het eerst een regeling waarbij invaliden en mensen van 70 jaar en ouder een staatsuitkering kregen. Hiermee kon Marx en Engels wind uit de zeilen worden genomen.


Toen werden de mensen gemiddeld 45 jaar oud en slechts enkelen haalden de 70. De premie was niet meer dan 1,7 procent, waarvan de opbrengst vooral naar invaliden ging. In 1916 tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de pensioengerechtigde leeftijd in Duitsland verlaagd tot 65. Hiermee werd de dreigende klassenstrijd in Duitsland beslecht en was er een internationale norm gesteld. In het naoorlogse Nederland werd die overgenomen met de Noodwet Ouderdomsvoorziening van 1947 van minister Drees - ouderen konden vanaf hun 65ste jaar gaan 'trekken van Drees' - die in 1956 werd uitgewerkt in de Algemene Ouderdomswet (AOW).


Toen was de levensverwachting voor vrouwen 81 jaar en mannen 79 jaar. Nu is dat respectievelijk 87 en 84 jaar. Daarnaast zijn er veel minder werkenden die het geld voor de oudersdomsvoorziening moeten opbrengen. In de komende decennia zal het probleem nog vele malen nijpender worden.


Het aantal 65-plussers is in Nederland gestegen van nog geen miljoen in 1956 bij de introductie van de AOW tot 2,8 miljoen nu. In 2038 zal dat zijn opgelopen tot 4,5 miljoen. Dan zullen 65-plussers een kwart van de bevolking uitmaken. In 1969 was dat 10 procent en nu is het 15 procent.


Het aantal premiebetalers dat de AOW moet opbrengen zal daarentegen met 800 duizend dalen van 9,3 tot 8,5 miljoen. In 2038 zullen dus nog geen twee werkenden opdraaien voor de AOW van één gepensioneerde.


De AOW-premie is tussen 1957 en 1999 al gestegen van 6,7 tot 17,9 procent. Sinds die tijd is die op dat niveau bevroren en wordt het AOW-gat via de belastingen aangevuld. Eigenlijk zou de premie nu al ruim 25 procent moeten zijn om de AOW volledig uit de premie-opbrengsten te kunnen financieren. In 2038 zou die moeten oplopen tot bijna 40 procent.


De huidige premie is al tien keer zo hoog als die in 1889. Indien de premie op de Bismarck-formule van 1,7 zou zijn gebleven, had de AOW-leeftijd al naar 105 jaar moeten zijn verhoogd. En in 2038 zouden alle mensen die niet zelf gespaard hebben of wier pensioenen door een crisis zijn weggevaagd, weer moeten werken tot de dood. Het pensioen is niet meer zeker. Net zo min is zeker dat de klassenstrijd niet meer zal oplaaien.


Reageren? p.dewaard@Volkskrant.NL

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden