Moet Big Tech worden opgesplitst?

De Kwestie

Een eeuw geleden was het in de VS een goede gewoonte om bedrijven die te machtig werden, te ontmantelen, zodat er weer concurrentie en eerlijke prijsvorming mogelijk was.

In 1911 werd op last van de overheid de superreus Standard Oil van de Rockefellers, die 90 procent van de oliemarkt beheerste, in liefst 33 stukjes gehakt. Ook American Tobacco en American Sugar werden op grond van de antitrustwetten opgeknipt. In 1982 werd nog de nationale telefoonmaatschappij AT&T - 'Ma Bell' - opgesplitst in zeven regionale telefoonmaatschappijen, de zogenoemde Baby Bells.

De automatisering en digitalisering creëerden daarna nieuwe monopolies, niet alleen in de VS maar zelfs wereldwijd. In 2000 werd Microsoft op grond van de antitrustwetten gelast het bedrijf op te splitsen vanwege een monopolie op het besturingssysteem van computers. In hoger beroep werd het oordeel bevestigd. Niettemin wist Microsoft een schikking te treffen met de Amerikaanse autoriteiten: het hoefde zichzelf niet op te splitsen, als het de technologie zou delen met andere aanbieders. Sindsdien durft geen rechter zijn vingers er meer aan te branden.

De monopolies van de huidige Big Tech-reuzen als Google, Facebook en Amazon zijn veel bedreigender dan die van Standard Oil en American Sugar ooit zijn geweest. Deze bedrijven met honderden miljarden aan beurswaarde en reserves opereren wereldwijd en zijn machtiger en rijker. Ze hebben een zo grote klantenkring dat nieuwkomers op hun markt kansloos zijn. En wie toch aan hun marktaandeel knaagt (YouTube, WhatsApp en Instagram) wordt opgekocht. Ze zijn op grond van de huidige mededingingsregels ook bijna niet aan te pakken, omdat ze hun diensten gratis beschikbaar stellen. Ze benadelen geen consumenten door prijsmanipulatie.

Ze verdienen hun geld met de verkoop van big data en advertenties. Er zijn al diverse procedures tegen ze aangespannen. De EU legde Google in september een boete op van 2,4 miljard euro vanwege machtsmisbruik. Het grootste gevaar is dat ze dankzij hun big data regeringen, bedrijven, consumenten en zelfs kiezers naar hun hand kunnen zetten - of zich daarvoor laten gebruiken. Weliswaar wordt getracht daar in de marge iets tegen te doen, via onder meer GDPR-wetgeving (General Data Protection Regulation), maar dat lijkt meestal op een achterhoedegevecht.

De huidige antitrustwetgeving in de VS is gebaseerd op de Sherman Act uit 1890 die werd ingevoerd onder president Benjamin Harrison (wie kent hem niet....). Toen was de wereld nog heel groot. Nu is het door automatisering en digitalisering een dorp geworden, waar concerns als Google dagelijks miljarden klanten of gebruikers hebben.

Daarom zou er wereldwijde regelgeving moeten komen om te voorkomen dat die concerns de echte Big Brothers worden.

Ook Google zou moeten worden opgeknipt. Minimaal in 33 stukjes.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl