reportage Moerdijk

Moerdijk zucht onder groeiende toestroom Albanese ‘inklimmers’

NS-station Lage Zwaluwe is opeens razend populair onder Albanese migranten. Want het ligt dichtbij een parkeerplaats vol vrachtwagens langs de A16. De ‘jungle’ van Calais in minivorm op het Brabantse platteland. ‘Dit vergt zoveel capaciteit, tijd en energie’. 

De politie zoekt naar Albanese migranten (in de buurt van een parkeerplaats voor truckers langs de snelweg) die via Nederland naar Engeland proberen te komen. Ze vinden een pakje Albanese sigaretten. Foto Marcel van den Bergh

‘Kijk eens, een heterdaadje’, zegt wijkagent Ad de Jong, terwijl we door de bosschages vol struiken en wilgenbomen struinen tussen NS-station Lage Zwaluwe en snelweg A16 bij Moerdijk. Op een open plek tussen de wilde grassen steken vier slapende koppies onder een grijs bouwmarktzeil uit. Het is een sereen tafereel, om 11 uur ’s ochtends, als je niet weet welk verhaal hier achter steekt.

Dit zijn Albanese jongemannen – ook wel gelukszoekers genoemd, want voor asiel komen ze niet in aanmerking – op zoek naar een beter leven. Ze zijn helemaal vanuit Albanië naar de gemeente Moerdijk (of all places) gereisd in een poging op parkeerplaats Streepland langs de A16 – of parkeerplaatsen bij twee wegrestaurants in de buurt – in een vrachtwagen richting Engeland te klimmen.

Met behulp van mensensmokkelaars of gewoon via berichten op sociale media zijn ze op deze nieuwe, vermeende ‘hotspot’ voor een enkele reis naar het Beloofde Land afgekomen. Ze komen voornamelijk met de trein uit Amsterdam, Rotterdam of Brussel – in de bosschages zijn diverse treinkaartjes of boete-uitschrijvingen van de Nederlandse en Belgische spoorwegen te vinden. Het kleine NS-station Lage Zwaluwe ligt niet in een stad of dorp, maar midden op het West-Brabantse platteland. En in de bosschages tussen spoor en snelweg, met ook nog een maïsperceel ernaast, kunnen ze zich makkelijk verschuilen en slapen.

Eén voor één worden de Albanezen, in de leeftijd van 21 tot 24 jaar, wakker. Ze wrijven hun ogen uit, doen even snel een plas achter een boom en wachten gelaten af. Ze geven hun paspoorten af aan de wijkagent. Wat ze hier doen, vraagt De Jong. In gebrekkig Engels en Duits geven ze uiteenlopende redenen: de een zegt dat ze met de trein naar Duitsland willen, de ander zegt naar België. Weer een ander zegt dat ze geen kaartje voor de trein hadden en daarom hier gestrand zijn.

De politie houdt twee Albanezen aan die langs de snelweg lopen. Foto Marcel van den Bergh

Picknicken

‘Willen jullie niet naar Engeland?’, vraagt de wijkagent. Ze schudden alle vier hun hoofd. ‘Onmogelijk, dat lukt nooit’, beweert de een. ‘Veel te gevaarlijk’, zegt een ander. Wijkagent De Jong weet wel beter: waarom zouden dan alleen dit jaar al bijna 200 Albanezen in de buurt van treinstation Lage Zwaluwe zijn opgepakt?

‘Kennelijk gaat de mare rond dat je hier moet zijn om in een vrachtwagen naar Engeland te klimmen’, aldus zijn collega Fred van Gisteren. ‘Dat schijnt ook op Albanese sites te staan.’

‘Dit is bijna dagelijkse praktijk’, zegt Jan Zeeven, buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Moerdijk. ‘Gisteren heb ik drie Albanezen aangetroffen. Die zeiden doodleuk: we zijn hier aan het picknicken.’

Aan de rand van de bosschages, komend vanaf het station, staat een verboden toegang-bord, artikel 461, met daaronder dezelfde waarschuwing in het Albanees: ‘Gasje Të Ndaluar.’ Geen Albanees die zich daaraan stoort.

De politie controleert de papieren van de twee Albanezen en vragen waar ze heen gaan. De Albanezen proberen via Nederland naar Engeland te komen. Foto Marcel van den Bergh

Na paar uur weer buiten

Op de parkeerplaatsen langs de A16 en bij twee wegrestaurants in de buurt van het NS-station komen elke dag wel vijf- tot zeshonderd vrachtwagens. ‘Het blijft natuurlijk de vraag hoeveel Albanezen er wél in slagen om het zeildoek aan de bovenkant open te snijden, naar binnen te glippen, weer dicht te plakken met ducttape en vervolgens ongemerkt in Rotterdam of Hoek van Holland op een ferry naar Engeland terecht weten te komen’, zegt Van Gisteren. ‘Maar ik schat in dat het er echt heel weinig zijn. Ook vrachtwagenchauffeurs zijn daar tegenwoordig heel alert op.’

Een politiebusje wordt opgeroepen, de vier mannen worden gefouilleerd en afgevoerd. Ze gaan naar de Vreemdelingenpolitie in Breda. Maar wijkagent De Jong weet nu al: als ze al niet eerder zijn aangehouden of iets crimineels hebben uitgespookt, staan ze binnen een paar uur weer buiten. Want Albanezen met een geldig paspoort mogen hier vrij reizen.

De agenten en de aangehouden mannen klimmen over de vangrail om bij een andere politieauto te komen die de Albanezen weg zal brengen naar de vreemdelingenpolitie. Foto Marcel van den Bergh

Capaciteit

‘Dit vergt zoveel capaciteit, tijd en energie’, verzucht De Jong. ‘Maar het moet, want als we het niet doen, dan heeft dat een nog sterkere aanzuigende werking en is de toestroom niet meer te houden’, zegt collega Van Gisteren.

In de bosschages en tussen de maïs zijn genoeg dekens, kleren, vuilniszakken, halve matrasjes en etenswaren van andere migranten te vinden. ‘Vorige week hebben we een vrachtwagen laten komen om de bosjes leeg te ruimen en binnen enkele dagen ligt dit er alweer’, zegt Jeroen van Venrooij, veiligheidsadviseur van de gemeente.

Even later ontdekt Van Venrooij tussen de bomen vijf andere mannen, die op de vlucht slaan. Hij belt wijkagent De Jong, die net de vier ontwaakte Albanezen aan zijn collega’s van het politiebusje heeft overgedragen. Samen met boa Zeeven zet hij de jacht op de andere migranten in. Maar die houden zich goed verscholen. ‘Die laten we maar even in het bos zitten. Ze komen wel weer tevoorschijn’, constateert De Jong nuchter.

‘Het is een kat-en-muisspel’, zegt Zeeven. En het is ook dweilen met de kraan open. Alleen de zwaardere gevallen komen in vreemdelingenbewaring en worden uitgezet. En andere Albanezen worden wel op de trein gezet, maar stappen het volgende station weer uit en komen gewoon terug. ‘We zien in de rapportages sommige namen voorbijkomen die al meerdere keren zijn aangehouden’, aldus De Jong.

Brandbrief

Burgemeester Jac Klijs, die vorige week een brandbrief over het groeiende ‘Albanezenprobleem’ in zijn gemeente heeft geschreven aan minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid, zegt desgevraagd empathie te voelen voor de migranten. ‘Ze komen uit een arm land en zijn op zoek naar een beter leven – ik begrijp die arme jongens best wel’, aldus de CDA-bestuurder. ‘Ze denken dat ze hier in een vrachtwagen kunnen kruipen, die een laatste stop maakt op weg naar Rotterdam of Hoek van Holland.  Maar ze moeten weten dat het een kansloze missie is.’

Eerder heeft Klijs al eens verklaard dat Moerdijk geen ‘klein-Calais’ mag worden. Die vergelijking is natuurlijk overtrokken, erkent hij, maar heeft de geesten wel wakker geschud. ‘Wij kunnen dit probleem vanuit Moerdijk niet oplossen. We overwegen wel permanente controle op onze parkeerplaatsen. Maar er is ook nog zoiets als het waterbedeffect: als ik hier druk, plopt het probleem elders tevoorschijn. Dit probleem moet op nationale schaal, of liever op Europese schaal worden opgelost.’

Transport en Logistiek Nederland (TLN), branchevereniging van de transportbedrijven, herkent het beeld dat migranten steeds meer landinwaarts trekken om een poging te wagen in een vrachtwagen naar Engeland te klimmen. Na de harde aanpak en de ontmanteling van ‘de jungle’ (het grootschalige vluchtelingenkamp) in Calais, zochten de vreemdelingen hun heil aanvankelijk vooral in andere zeehavens in België en Nederland.

Bodegraven en Geldermalsen 

‘Maar sinds ook daar de controles zijn verscherpt, trekken de inklimmers landinwaarts’, aldus een TLN-woordvoerder. ‘Wij krijgen signalen dat ook parkeerplaatsen langs de A12 bij Bodegraven en de A15 bij Geldermalsen, net als die langs de A16 bij Moerdijk, hotspots zijn geworden.’ TLN pleit voor meer beveiligde en bewaakte parkeerplaatsen om de inklimmers de dwarsbomen.

Dan krijgt wijkagent De Jong een nieuwe melding binnen, een telefoontje van het benzinestation langs de A16: er lopen vluchtelingen langs de snelweg. Samen met collega Van Gisteren scheurt hij ervandoor, op zoek naar de Albanezen. Bij een afrit krijgt de politie het tweetal te pakken. ‘Wat doet u hier’, vraagt De Jong. ‘We zijn op weg naar het station’, antwoordt de jongste.

Dat zal wel net andersom zijn geweest, denkt de wijkagent. Ook hier laten de Albanese jongemannen zich gedwee meevoeren. Een andere politiewagen brengt ze naar de vreemdelingenpolitie. De Jong schudt zijn hoofd: ‘Ze weten gewoon dat als ze niet moeilijk doen, ze over een paar uur weer gewoon op straat staan.’

Twee agenten kammen de omgeving uit. Foto Marcel van den Bergh

Vluchtelingen in containers met chocola, sardientjes en wijn

De sinds een jaar min of meer chronische problematiek van de Albanese ‘gelukszoekers’ moet volgens wijkagent De Jong los worden gezien van de incidenten vorige week op industriegebied Moerdijk, waar in twee dagen tijd 37 verstekelingen van Eritrese afkomst werden aangetroffen. Die vluchtelingen kwamen vooral af op de vierde zeehaven van Nederland, gelegen aan het Hollands Diep. ‘De tragiek voor deze vluchtelingen is echter dat vanaf Moerdijk geen ferry's naar Engeland varen, alleen containerschepen’, aldus collega-agent Van Gisteren. ‘Misschien zijn ze verkeerd geïnformeerd door de mensensmokkelaars.’

Dinsdag werden op het industrieterrein vijf Eritreeërs aangehouden. Een dag later trof de politie weer zeven vluchtelingen aan en enkele uren later werden uit een Spaanse koeltruck met sardientjes en wijn 25 vluchtelingen uit Eritrea bevrijd: achttien mannen en zeven vrouwen. Ze waren door zuurstofgebrek in nood gekomen en hadden iemand in Engeland gealarmeerd, die vervolgens 112 belde. De politie ontdekte de juiste vrachtwagen op het uitgestrekte haventerrein door het geklop op de wanden.

Aanvankelijk probeerden 24 van de 25 vluchtelingen nog te vluchten. ‘Toen er één ging rennen, stoven ze allemaal alle kanten uit’, verhaalt wijkagent De Jong. Uiteindelijk zijn ze, met veel moeite, allemaal weer opgespoord en overgeleverd aan de vreemdelingenpolitie. De Spaanse chauffeur werd aangehouden, de sardientjes en wijn konden worden weggegooid. ‘De vluchtelingen hadden namelijk ook hun behoefte gedaan in de koelwagen’, verklaart De Jong.

Het incident doet denken aan een vergelijkbaar incident afgelopen vrijdagavond in de Rotterdamse Waalhaven, waar achttien vluchtelingen uit een koelcontainer werden gehaald. Volgens de Rotterdamse politie lijkt het erop dat de Roemeense chauffeur niet wist dat hij behalve chocolade ook vluchtelingen vervoerde. Van deze groep zijn twaalf vluchtelingen die asiel willen aanvragen naar de opvanglocatie in Ter Apel gebracht. Vier anderen worden uitgezet naar Duitsland en Zwitserland, omdat ze daar eerder asiel hebben aangevraagd. ‘Twee personen wilden geen asiel aanvragen en zijn heengezonden’, aldus de Rotterdamse politie.

Agent De Jong van het haventeam Moerdijk weet niet precies wat er met de Eritrese vluchtelingen uit de Spaanse vrachtwagen met sardientjes en wijn is gebeurd. Maar hij sluit niet uit dat een deel eveneens is ‘heengezonden’, wat staat voor: op straat gezet. ‘Ze krijgen dan wel conform de Europese regels een bevel mee dat ze binnen 30 dagen het land moeten hebben verlaten, maar hoe controleer je dat?’, aldus De Jong.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.