MOEILIJKSTE OPGAVE

Veel havisten hadden bij het examen scheikunde problemen met som 28. De vraag maakte deel uit van opgave 7 die in het teken stond van diamanten....

Hoewel weinig leerlingen de oplossing vonden, hadden Wietse Visser en Pieter Jorn Gemser, twee examenkandidaten van de RSG in Sneek, er opvallend weinig moeite mee.

Zij leggen uit: 'Eerst zoek je in het tabellenboek de dichtheid van diamant op. Die is te vinden in tabel 10: 3,52 maal 10 tot de 3e kilogram per kubieke meter. Dat vermenigvuldig je met de inhoud, 50 kubieke millimeter: 1,76 maal 10 tot de -7e. Dat is het gewicht van de diamant.

'In tabel 7 staat de atomaire massaeenheid, oftewel u: 1,66 maal 10 tot de -27e. In het periodiek systeem zoek je vervolgens op uit hoeveel u een koolstofatoom bestaat, diamant is immers koolstof: 12,01. Als je dat met elkaar vermenigvuldigt krijg je het gewicht van één koolstofatoom: 1,99 maal 10 tot de -26e.

'Ten slotte deel je het gewicht van de diamant door het gewicht van één atoom. De uitkomst is het totale aantal atomen in de diamant: 8,8 maal 10 tot de 18e.'

MD

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden