Moeilijke moeder

Een film maken over Jeff Buckley gaat niet zomaar. Dan krijg je te maken Mary Guibert, die panisch over de nalatenschap van haar zoon waakt. Oplossing: maak een film over vader Tim.

Vader en zoon Buckley, goed ogend, muzikaal zeer getalenteerd en succesvol, overlijden veel te vroeg. Vader op 28-jarige leeftijd aan een overdosis drugs. Zoon op 30- jarige leeftijd verdrinkend in de Mississippi. De zoon heeft zijn vader nooit gekend, maar zet zijn eerste serieuze schreden in de muziek na een optreden in New York in 1991, waar artiesten een tribute brengen aan zijn vader, waaraan hij na enig aandringen toch deelneemt.


Een mooi gegeven voor een film, die korte levens van Tim en Jeff Buckley. Dat vond Brad Pitt ook, die vlak na het overlijden van Jeff in 1997 al met serieuze filmplannen bij de beheerder van de nalatenschap van de onfortuinlijke zanger aankwam. Helaas voor hem is de erfgenaam de moeder van Jeff en de echtgenote van Tim, Mary Guibert.


Die waakt streng over de nalatenschap van haar zoon en is vooral erg bang voor negatieve beeldvorming. Dat Pitt in Emma Forrest (in 1979 verantwoordelijk voor het scenario van The Rose, met Bette Midler) toch niet de minste schrijver had benaderd, mocht niet baten. Het idee dat Buckley (wiens verdrinkingsdood nooit helemaal is verklaard) misschien wel onder invloed van drugs of alcohol was, of aan zware depressies zou lijden: Guibert wilde er niet aan.


Pitt heeft een paar jaar geprobeerd haar op andere gedachten te brengen, maar Guibert is een taaie. Alle documentaire- of dramaproductie waarin Jeffs muziek voorkomt, krijgt ze te zien en bijna altijd spreekt ze haar veto uit.


Ook tegen Dan Algrant, de regisseur van Greetings From Tim Buckley. In dit geval niet zo heel gek want ze is zelf inmiddels betrokken bij een dramaproductie, Mystery White Boy met Reeve Carney in de hoofdrol. Daaraan werkt ook David Browne mee, de journalist die in 2001 het boek Dream Brother publiceerde, een sterke dubbelbiografie van vader en zoon Buckley.


Ook Browne gaf dus geen toestemming aan Algrant om van zijn bevindingen gebruik te maken. Wat het er voor Algrant niet eenvoudiger op zal hebben gemaakt. De muziek van Jeff mocht hij niet gebruiken en biografische lijnen mocht hij ook nauwelijks volgen.


Toch doet Algrant het in interviews voorkomen dat dit gebrek aan medewerking zijn film niet in de weg stond. Het betreft volgens hem immers een fictiefilm. Logisch ook, want om nu toe te geven dat je film door het ontbreken van de juiste muziek gehandicapt is, is ook weer niet zo handig.


Het gekke is dat de film nu muzikaal gedragen wordt door de muziek van Tim (mocht wel) terwijl het verhaal veel meer draait om Jeff en zijn muziek.


Muziek die je dus niet hoort, op een paar door acteur Penn Badgley (knap) gezongen fragmenten na, uit liedjes die niet van Jeff waren kwamen (Lilac Wine, Hallelujah).


Greetings From Tim Buckley stopt nu in 1991, vlak na het in New York gehouden eerbetoon aan Tim, waarin Jeff diens Once I Was ten gehore bracht.


Daarna begon de loopbaan van Jeff pas echt, maar daar had regisseur Algrant nooit aandacht aan kun- nen schenken zonder de muziek te laten horen. Zonde, want de kans dat deze geschiedenis waarheidsgetrouw wordt verteld in het nog te ver- schijnen Mystery White Boy is niet erg groot.


Mary Guibert zal er moeite mee hebben toe te geven dat haar zoon na zijn succesplaat Grace in een creatieve impasse terechtkwam, waar hij tot zijn dood mee tobde. En zolang Guibert de zeggenschap over Jeff Buckleys nalatenschap blijft houden, komt de achtergrond daarvan niet aan het licht.


Mary Guibert hield volgens de biografie van Browne overigens helemaal niet van de muziek van haar man Tim, die ook snel trok naar dames die wel van zijn muziek waren gediend. En hoewel Algrant in zijn film Guibert wijselijk buiten het verhaal laat, is het zinnetje dat hij Tim laat zeggen tegen een nieuwe scharrel: 'My wife, she hates my music', vilein genoeg. Dat is precies wat Guibert in Brownes boek juist wilde ontkennen. Browne meldt dit, maar Algrant pakt hier toch even zijn momentje.


T


ims en Jeffs albums

De studioalbums die Tim Buckley tussen 1966 en 1974 uitbracht zijn voor een deel altijd lastig verkrijgbaar geweest. Ze staan inmiddels allemaal op Spotify. Vooral Happy Sad (1968), Blue Afternoon (1969) en Starsailor (1970) zijn de moeite waard. Zeer fraai is ook de dubbelaar Dream Letter: Live In Londen 1968, dat in 1990 verscheen. Een ijzersterk overzicht van zijn hele carrière biedt Morning Glory: The Tim Buckley Anthology uit 2001. Jeff Buckley bracht tijdens zijn leven (1966-1997) maar twee platen uit: het veelbelovende live (mini)album Live At Sin-E (1992) en het onvolprezen Grace (1994). Tot aan zijn dood werkte hij aan een opvolger. Opnamen ervoor verschenen in 1998 postuum op het wisselvallige Sketches (For My Sweetheart The Drunk).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden