Moeheid, obstipatie, jicht: huisartsen willen meer geld voor onderzoek naar alledaagse kwalen

Onderzoek naar veelvoorkomende klachten blijft liggen

Nederlandse huisartsen zamelen geld in voor wetenschappelijk onderzoek naar alledaagse aandoeningen.

Röntgenbeeld van voeten met reumatoïde artritis. Beeld Getty Images/iStockphoto

Meer dan 90 procent van alle klachten waarmee patiënten bij de huisarts aankloppen, wordt meteen afgehandeld, zonder doorverwijzing naar de specialist, maar toch is er weinig wetenschappelijke aandacht voor de alledaagse kwalen waarmee het spreekuur wordt gevuld. Daarom presenteert het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) vandaag een nationale onderzoeksagenda waarin alle vragen op een rij zijn gezet die de moeite van het uitzoeken waard zijn. Het zijn er 787.

Heeft het zin om patiënten die chronisch duizelig zijn een oefenschema aan te bevelen? Helpen vezels tegen obstipatie? Hoe behandel je jicht het beste? Zijn trommelvliesbuisjes effectief bij een terugkerende middenoorontsteking? Het zijn zomaar vier vragen waarop het antwoord onduidelijk is, terwijl ze veel patiënten aangaan, zegt André Knottnerus, hoogleraar huisartsgeneeskunde in Maastricht en voorzitter van de adviesgroep die de agenda vormgaf.

Moeheid en lusteloosheid

De adviesgroep bestudeerde de huisartsenrichtlijnen en -standaarden en kwam zo tot ruim 450 zogeheten kennislacunes. Huisartsen, onderzoekers, medisch specialisten en patiëntenorganisaties droegen daarnaast nog eens ruim driehonderd onderwerpen aan. De lange lijst met vragen die daaruit voortvloeide, weerspiegelt het probleem dat de Gezondheidsraad anderhalf jaar geleden schetste in een veelbesproken rapport: de universitair medische centra geven hun onderzoeksgeld (ruim een miljard euro per jaar) vooral uit aan fundamentele en medisch-specialistische onderwerpen terwijl onderzoek naar veelvoorkomende klachten in de huisartsenpraktijk blijft liggen. Volgens de Raad wordt bij de verdeling van het geld vooral gekeken naar het aantal publicaties van wetenschappers in vakbladen, terwijl veel meer moet worden uitgegaan van de maatschappelijke relevantie van onderzoek.

Knottnerus weet het nog uit de tijd dat hij zelf huisarts was: moeheid en lusteloosheid behoren tot de meest voorkomende klachten maar er is in de eerste lijn nog maar erg weinig onderzoek naar gedaan. 'Wanneer en hoe kun je patiënten geruststellen en zelf begeleiden en wanneer is een doorverwijzing zinvol en naar wie?'

Twintig nieuwe studies

Niet dat huisartsen en medisch specialisten tegenover elkaar staan, zegt hij: de specialisten hebben meegedacht bij de agenda. 'Zij zien heel goed het belang van goede huisartsenzorg. Als huisartsen, door gebrek aan onderzoekskennis, veel patiënten gaan doorsturen naar het ziekenhuis, loopt het daar vast. Denk ook eens aan de nazorg voor kankerpatiënten, die heel goed door de huisarts kan worden geboden. Dat is een stuk goedkoper dan patiënten steeds terug te laten gaan naar de oncoloog. Het vraagt alleen wel om meer wetenschappelijk onderzoek in de huisartsenpraktijk. De eisen van de samenleving nemen bovendien toe, huisartsen moeten kunnen aantonen dat hun handelen effectief is en zinvol.'

De Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde is een handreiking voor onderzoekers en financiers, zegt Knottnerus: 'Voor het eerst is systematisch, ook met inbreng van buiten de wetenschap, op een rij gezet welk onderzoek voor de praktijk van de huisartsen het meest relevant is. Als wetenschappers een onderwerp uit de agenda kiezen, kunnen financiers ervan uitgaan dat het een belangrijke vraag is.'

Jako Burgers, hoogleraar in Maastricht en adviseur bij het NHG, hoopt dat de agenda de interesse van subsidiegevers zal trekken. Hij wil de komende tijd om de tafel gaan zitten met onder andere zorgverzekeraars, gezondheidsfondsen en ZonMW, de grootste medische onderzoeksfinancier, in de hoop dat zij een aantal onderzoeken willen ondersteunen. Met 5- tot 6 miljoen euro per jaar kunnen jaarlijks twintig nieuwe studies worden gerealiseerd, becijfert Knottnerus. 'Een schijntje op het hele onderzoeksbudget', zegt Burgers.

'Een levende agenda'

'Huisartsen willen graag dat er meer onderzoek wordt gedaan naar de kwalen die zij heel vaak zien', weet huisarts Janny Dekker, secretaris van het onlangs opgerichte Fonds Alledaagse Ziekten. Het Fonds wil een vervolg geven aan het onderzoeksprogramma Alledaagse Ziekten van ZonMw, dat zes jaar geleden stopte. Het toen uitgevoerde onderzoek leverde in een paar jaar tijd veel toepasbare kennis op, over oogontstekingen bijvoorbeeld (de meest gebruikte zalf bleek de genezing niet te versnellen) of een middenoorontsteking (afwachten is meestal beter dan antibiotica). Daarom wordt nu door de huisartsen opnieuw geld ingezameld. 'We hebben al veel donaties van huisartsen gekregen', vertelt Dekker, 'maar het is nog onvoldoende om een complete studie mee te bekostigen. Er zijn ook grotere donateurs nodig. Want onderzoek naar kleine kwalen betekent nog niet dat het om een klein onderzoek gaat.'

Burgers en Knottnerus willen toe naar wat zij 'een levende agenda' noemen: een website waar onderwerpen verdwijnen zodra onderzoeksvragen zijn beantwoord en kwesties worden bijgevoegd als zich nieuwe vragen aandienen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.