Moederwoede

Wat als je een duivelskind baart? Hoofdrolspeler Tilda Swinton en regisseur Lynne Ramsay over We Need to Talk About Kevin. Swinton: 'Ik ben niet geïnteresseerd in acteren. Nooit geweest ook.'

Een moeder die niet van haar kind houdt, en met haar gevoelens worstelt. Dat is de essentie van de film, stelt Tilda Swinton (51). 'Ik heb zelf een tweeling. Vanaf de eerste seconde na de geboorte vond ik ze fantastisch, hield ik van ze. Maar ik was me er op dat moment van bewust dat het ook anders had kunnen gaan, dat die mogelijkheid bestaat. Voor de bevalling had ik daar nooit bij stilgestaan.'


Al jaren voor de opnames van We Need to Talk About Kevin las de actrice de gelijknamige Amerikaanse roman van Lionel Shriver (Nederlandse titel: Waar is het fout gegaan?), die als bron diende voor het scenario. 'De schrijver van het boek rekt die afwezigheid van moederliefde op tot een nachtmerrie, tot een horrorverhaal. In feite doorbreekt ze een taboe. We weten allemaal dat er miljoenen moeders zijn die ermee leven, en miljoenen kinderen en vaders.'


Nu valt er wel iets te zeggen ter verdediging van Eva Khatchadourian, de door Swinton vertolkte gebrekkige filmmoeder: ze baart immers een ongekend rotkind. Regisseur en scenarist Lynne Ramsay (41) stak haar licht op bij een van 's werelds meest vooraanstaande psychologen op het gebied van kinderen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis. 'De diagnostiek bij kinderen is vrij moeilijk, zei hij. Er is wel gedrag dat kan wijzen op sociopathie - als je kind dieren martelt is dat een signaal - maar je kunt onmogelijk zeggen: uw kind is een potentiële moordenaar.'


Kevin is het soort jongen bij wie de gezinscavia niet veilig is, en die met sardonisch genoegen zijn kleine zus treitert, of erger. Valt zijn moeder ongelegen zijn slaapkamer binnen, dan onaneert hij - met grijnslach - onverstoord verder. 'Er mist iets aan hem', zegt Ramsay. 'Zijn moeder Eva ziet dat, haar man niet. En het loopt uit de hand. Maar echte antwoorden op het waarom heb ik niet, ik weet ook niet of die er zijn. Ik geloof wel dat baby's de gevoelens van hun ouders oppikken. Als je lacht, lachen ze terug. Als je nerveus bent, worden ze nerveus.'


Wie de regisseur en haar hoofdrolspeler ziet zitten op het dakterras in Cannes, elk tegenover een klein tafeltje filmpers, valt direct de verschillen op. Dokwerkersdochter Ramsay: schuchter, ineengedoken, kettingrokend, mompelt halve antwoorden in charmant onverstaanbaar Schots dialect; over de galapremière van haar film: 'Ik háát showbizz.' Generaalsdochter Swinton: rechtop, soevereine blik, oreert weloverwogen statements in kraakhelder Oxford-Engels: 'Ik ben niet geïnteresseerd in acteren, nooit geweest ook.'


De twee delen hun land van herkomst: Swinton groeide op in Londen, maar stamt af van Schotse aristocratie en woont in de Hooglanden. Ze delen ook een liefde voor de experimentele cinema van de Brit Derek Jarman (1942-1994). Swinton was als beginnend actrice ooit diens muze (zeven films, waaronder Caravaggio uit 1986), Ramsay bewonderde hun gezamenlijk werk als filmstudent. 'Dat zijn roots die we delen', zegt Swinton, 'een filmfamiliegevoel.'


Gedurende vijf jaar werkten ze samen om We Need to Talk About Kevin van de grond te tillen. 'Dat lijkt lang maar valt nog mee', zegt de actrice. De realisatie van Io sono l'amore (2009), het vorige filmproject waarover ze zich zo uitvoerig ontfermde, een melodrama over een rijke Italiaanse familie met Swinton als ingetrouwde Russische migrante, nam wel elf jaar in beslag. 'Praten met de bankmanager, dat is het zwaarste onderdeel van het vak.'


Het gaat haar niet om haar eigen rol, zegt ze. 'Ik heb geen acteeragenda. Ik probeer juist níet in films te spelen. Dat ik acteer is een bijkomstigheid, het interesseert me op zich niet. Ik realiseer me dat zo'n opmerking onoprecht klinkt, maar ik ben zeer serieus. Acteren is afleiding. Waarom ik het doe? Weet ik niet. Omdat ik bevriend raak met iemand als Lynne Ramsay en haar wil helpen met haar nieuwe film, als producent. En dan zegt ze: misschien helpt het als je er ook in te zien bent. En dan zeg ik: oké. Er is altijd eerst een gesprek, een relatie, en dan pas ontstaat zo'n project. Het gaat me om de kunstvorm zelf. Als ik kan helpen bij het pushen van die vorm, dan doe ik dat.'


Tussen die langdurige projecten maakt Swinton tijd vrij voor wat ze 'toerisme' noemt. 'Dat is wanneer mensen die ik niet persoonlijk ken, zoals de Coen-broers, een script opsturen (ze was te zien in hun spionnenfarce Burn After Reading, 2008). Oké, ik hoef niet te helpen met geld verzamelen of script schrijven, ik kom en zal acteur zijn.'


De actrice kan ermee leven dat het grote publiek haar vooral kent van de Hollywoodproducties waarin ze te zien was, onder andere als ijskoningin in The Chronicles of Narnia, en als kille advocate in Michael Clayton, waarvoor ze een Oscar kreeg voor beste bijrol. De massa ziet haar niet als aanjager van meer avant-gardistische cinema. 'Al voelt het soms wel alsof je wordt beoordeeld op je vakantiebestemming, op je vakantiekiekjes.'


Swinton is op de set makkelijk te regisseren, zegt Ramsay. 'Je kunt haar vormen zoals je wilt, ze is als een leeg doek. Haar gezicht kan verhalen vertellen zonder dat ze veel hoeft te zeggen.'


Swinton: 'Tony Gilroy, de regisseur van Michael Clayton, noemde me een Halloween-actrice. Ik verkleed me en ik speel. Het gaat me makkelijk af.'


Moederrollen vormen de laatste jaren een flink bestanddeel van haar carrière. 'Ik herhaal mezelf, dat is echt waar. The Deep End, Julia, Io sono l'amore, We Need to Talk About Kevin - alsof ik werk aan een moeder-boxset. Wat die films volgens mij verbindt, is dat ze uiteindelijk over communicatie gaan. Dat we nooit kunnen weten wat een ander echt meemaakt, dat is iets wat me eindeloos biologeert. Dat is ook wat ik wil zien in cinema: de mysterie van een gezicht. Me afvragen: wat denkt die persoon? En tegelijk weten dat ik dat nooit kan weten.


De moeder-kindrelatie is daar een uitvergroting van. We geloven dat moeders en kinderen elkaar goed kennen, terwijl dat niet noodzakelijk zo is. Vaak zijn mensen met wie je een bloedband deelt juist de moeilijkste mensen om mee te communiceren.'


We Need to Talk About Kevin werd gefilmd in dertig dagen, met een - voor een Amerikaanse productie - beperkt budget van 7 miljoen dollar. Dat had consequenties: waar het script in een vroege fase nog een grote expliciete geweldsscène bevatte, besloot regisseur Ramsay het bloed uit beeld te laten. Ter compensatie voegde ze wel een suggestieve openingsscène toe, die niet in de roman voorkomt: Swinton als moeder Eva badend in tomatenpuree, midden in een kolkende mensenmassa, opgenomen tijdens het jaarlijkse tomatengevechtfestival in het Spaanse stadje Buñol.


Ramsay: 'Ik dacht: als ik het geweld zelf niet toon, dan doe ik het subliminaal. De Amerikanen zeiden tegen me: neem die scène nou toch gewoon in een studio op, maar dat wilde ik niet.' Wel hield ze voor de zekerheid wat forse medewerkers in de buurt van Swinton, voor als het geduw en gegooi al te ruw zou worden. 'Best eng was het. We filmden op afstand en hadden ook maar één kans.'


Swinton: 'Telkens als ik die beelden zie, ruik ik weer tomaten. En zweet, bier, urine en testosteron. Eén maal was genoeg.'


Ramsay: 'Ze rook wel raar na afloop. Maar het is goed voor de huid, tomaten. Ze geven een fijne gloed.'


Regisseur Ramsay sprak voor haar film een vooraanstaande psycholoog: 'De diagnostiek bij kinderen is vrij moeilijk, zei hij. Er is wel gedrag dat kan wijzen op sociopathie - als je kind dieren martelt is dat een signaal - maar je kunt onmogelijk zeggen: uw kind is een potentiële moordenaar.'


Het boek

We need to talk about Kevin is gebaseerd op het gelijknamige Amerikaanse boek van Lionel Shriver. De Nederlandse editie verscheen in 2006 bij A.W. Bruna onder de titel Waar is het fout gegaan. In 2008 verscheen het bij uitgeverij Contact, die de rechten kocht, met als titel We moeten het even over Kevin hebben. Nu ligt de filmeditie (zie foto) in de winkel, à 12, 50 euro.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden