Moederskindje

In het vliegtuig van Amsterdam naar de Algarve las ik met verbazing een recensie over Kousbroeks cri de coeur Kousboek, in een of ander grachtenblaadje dat vooral opviel doordat er verder geen enkele advertentie in stond.


De eeuwige, inmiddels hoogbejaarde recensent schreef erin over het hartverscheurende sterfbed van Gabriëls moeder: 'De manier waarop hij de ziekte en de dood van Ethel Portnoy tekent, is ver verwijderd van haar eigen montere en erudiete stijl. Dit gaat over iemand die we niet kennen en op deze manier ook niet hoeven te kennen. Het voegt niets toe. De Ethel Portnoy van vijfentwintig boeken (...) is nergens te bekennen. In plaats daarvan krijgen we tijdens haar doodsnood een blik op haar 'tieten'.' Hoe kan iemand in zijn levensavond een dergelijk eerbetoon in een kwaad daglicht stellen? Kennelijk heeft deze oudere recensent nooit een moeder gehad. Wij zeiden vroeger: die is niet geboren, maar opgericht.


Ik kom uit een beschaving waarin alle vrouwen op handen worden gedragen en zal mij nooit verlagen tot de mediterrane reflex: het zijn allemaal hoeren behalve mijn moeder. Toen mama stierf, voelde ik mij totaal verweesd en was ik maandenlang van slag. Eigenlijk tot op de dag van vandaag. Net als Gabriël ben ik dus een moederskind. Dat ik er ben, is een speling van het lot. Ik ben drie maanden te vroeg geboren, de artsen hadden mijn vader verteld dat of moeder of kind zou overlijden. Mijn moeder weigerde haar doodvonnis te aanvaarden en won het gevecht. Ik kwam in een couveuse.


Ooit had mijn moeder prachtig kastanjerood haar, tot op haar billen. Als jongetje keek ik bewonderend toe hoe ze urenlang aan het kammen en borstelen was. Van de mooie trotse vrouw in het godvergeten sterfhuis was niets meer over dan een vel met knoken, met een door de tumoren opgezwollen buik. Het werd lente. Ze wilde naar buiten, naar de bloemen in de tuin, ondanks haar infuus en beademing.


'Lieverd', zei ze, 'wie gaat er voor je zorgen als ik er niet meer ben? Is er verder iemand die van je houdt?' Ze voorspelde dat het allemaal heel anders zou worden als ze er niet meer zou zijn. En dan bedoel ik niet eens het geld dat ze me in schrale tijden toestopte. Mijn exen hadden gelijk: ik was en ben een groot kind. Mama stierf die dag in mijn armen. Kom nooit aan des schrijvers moederlijk eerbetoon.


ik, arthur van amerongen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden