Moeders van de Revolutie

Ook de vrouwen doen in Libië mee aan de revolutie. Op het Vrijheidsplein in Benghazi hebben ze hun eigen tent. Maar de opstand opent nieuwe deuren.

De vrouwen in het oosten van Libië staan versteld van zichzelf. 'Zelfs vrouwen als ik, opgeleid in Engeland, zijn verrast over wat we doen en wat we kunnen', zegt Iman Bugaighis, woordvoerster van de Nationale Overgangsraad in Benghazi, bolwerk van de Libische rebellen.


Bugaighis, hoogleraar orthodontie aan de universiteit van Benghazi, is een van de gezichten van de opstand. Zon of geen zon, binnen of buiten: altijd in haar grijze regenjas en zwarte pantalon, zonder hoofddoek en onvermoeibaar de internationale pers te woord staand. Zij behoorde tot de allereerste organisatoren van het protest tegen het regime van Moammar Kadhafi, op 17 februari.


Inmiddels hebben vele vrouwen zich bij de opstand gevoegd, de meesten mét hoofddoek, want zo is in het Libië van vandaag de gangbare dracht. Op het Vrijheidsplein in Benghazi, bruisend thuishonk van de revolutie, stromen elke dag aan het eind van de middag de vrouwen toe. Ze zwaaien er hun rood-zwart-groene vlaggen en roepen er hun leuzen. Dat doen ze op een enigszins afgeschermde hoek van het plein, rond hun eigen vrouwentent. Want ook dat is Libië: een conservatief en patriarchaal moslimland, waar het mixen van de geslachten al snel als onzedelijk geldt.


Maar de opstand heeft nieuwe deuren geopend. Iman Bugaighis somt de bijdragen van vrouwen aan de revolutie op. Ze verzorgen gewonden. Ze runnen het perscentrum. Ze vangen burgers op die zijn gevlucht voor het oorlogsgeweld. 'Maar het belangrijkste is misschien wel', zegt Bugaighis, terwijl ze in tranen uitbreekt, 'dat zij elke ochtend hun mannen, zoons en broers uitzwaaien als die naar het front gaan. Zij zijn bereid te offeren wat hun het liefst is.'


De vrouwen spelen, hoe actief ook, een ondersteunende rol, vaak met klassieke vrouwentaken. Aan het front bij Brega is geen enkele vrouw te zien, laat staan een met een wapen. Ook in de leiding van de opstand zijn vrouwen zwak vertegenwoordigd. De 31 leden tellende Overgangsraad heeft welgeteld één 'afgevaardigde van de vrouwen', dr. Salwa Fawzi el-Deghali.


Meer indruk nog maken de vrouwen in Derna, een stad aan de kust halverwege Benghazi en de grens met Egypte. Een grote groep vrouwen heeft er een vrouwencentrum ingericht in een verlaten overheidsgebouw. Het is een feestje te horen wat zij voor elkaar hebben gekregen. Ze richtten een weekblad op en maken een vrouwenprogramma op de lokale radio. Elke dag verzamelen zeker honderd vrouwen zich in het centrum om het thema van de demonstratie van morgen in Derna te bespreken. Ook geven de vrouwen financiële, psychologische en praktische steun aan eenieder die dat nodig heeft.


Ebtesam Statta, een 45-jarige juriste, laat drie foto's zien, twee van een vrolijk meisje van een jaar of 12 met grote, sprekende ogen. Op de derde foto ligt het meisje op de grond, haar hoofd een bloederige massa waarin hersenen te herkennen zijn. 'In haar huis geraakt door een tankgranaat die door het raam kwam', zegt Statta. 'En dit', zegt ze, wijzend naar de mistroostig starende vrouw naast ons op de canapé, 'is haar moeder.'


Dat is dus de werkelijkheid van het leven van vrouwen in Libië, april 2011. Het groepje dat die boodschap brengt, bestaat uit vrouwen van 30 tot 50 jaar. Allen zijn moeder. Er zijn juristen bij, een psychologe, een lerares. Kijk, dat is Rogia al-Zrag, zeggen ze, wijzend op een vrouw die langsloopt met een stapel posters. De vrouw die op 17 februari als eerste de oude onafhankelijkheidsvlag uit de mottenballen haalde om mee te voeren in de eerste protestmars. Sindsdien kleurt heel oostelijk Libië rood-zwart-groen. Later klom Rogia op een tractor om de landingsbaan van het vliegveld, 25 kilometer buiten de stad, onklaar te maken, zodat Kadhafi's luchtmacht niet kon landen.


We staan, willen de vrouwen van Derna maar zeggen, ons mannetje. 'Niemand kan ons tegenhouden, geen echtgenoot of vader', zegt Statta. En Asma al-Jarbi, een 35-jarige psychologe: 'Als de oorlog nog langer duurt, nemen ook wij de wapens op.' Of Intasar Shrieb (41), juriste: 'Als de fundamentalisten onze revolutie kapen, zullen wij vrouwen dat stoppen.'


Het klinkt strijdvaardig. Toch is in Derna noch Benghazi iets te bespeuren van een feministisch bewustzijn, of op zijn minst van een agenda van vrouwenrechten. Libië verschilt daarin van Egypte.


Feministisch geluid komt ook niet uit de mond van Salwa el-Deghali, het vrouwelijk lid van de Overgangsraad. Een kleine, ernstig kijkende, goed Frans sprekende vrouw van midden veertig. De hoogleraar constitutioneel recht, gepromoveerd aan de Sorbonne in Parijs, werkt aan een grondwet en een kieswet. De positie van de sharia in de nieuwe Libische grondwet? 'Daar hebben we het nog niet over gehad', zegt ze.


Speciale maatregelen voor vrouwen zijn sowieso niet nodig, zo valt uit haar betoog op te maken: mannen leden onder Kadhafi net zo hard. 'Er is geen verschil tussen mannen en vrouwen in Libië. Vrouwen werken net zo goed, dat is hier heel normaal. De vrouwen hebben nooit achter de mannen gelopen.' Een verschil met het conservatieve Algerije en Marokko, zegt ze, een 'kwestie van mentaliteit'.


El-Deghali lijkt trots te zijn op de vooruitgang die de vrouwen van Libië hebben geboekt. Maar het komt niet over haar lippen ook maar enig krediet te geven aan de regering van Kadhafi. Zij wijst er bijvoorbeeld op dat vrouwen al in 1982 het wettelijk recht kregen echtscheiding aan te vragen. 'Egypte en Marokko hebben zo'n wet pas sinds een paar jaar. Wij waren veel eerder', snoeft El-Deghali. Maar was dat dan niet te danken aan het Kadhafi-regime? 'Eh, nee', zegt ze. 'Dat had er niets mee te maken. Een juridische commissie heeft de wet veranderd.'


Wie wil weten wat Kadhafi voor vrouwen heeft gedaan, krijgt bij de opstandelingen duidelijk antwoord: helemaal niets. Uit de schaarse literatuur rijst een iets genuanceerder beeld op. Er is geïnvesteerd in onderwijs voor jongens én meisjes. Vrouwen werden aangemoedigd te gaan werken. De vruchtbaarheid is fors gedaald.


Maar zulke maatschappelijke vooruitgang was de afgelopen 25 jaar bijna overal in de Arabische wereld te zien, het was bijna een natuurlijk proces. En veel sterker nog dan in andere moslimlanden geldt in Libië dat vrouwenprogramma's een vorm van staatsfeminisme waren, als kluifjes naar beneden geworpen. In de familiewetgeving (polygamie, echtscheiding, erfrecht e.d.) is Libië net zo conservatief als de meeste andere islamitische landen. Alleen Turkije en Tunesië hebben de sharia geheel van zich afgeschud.


Kadhafi blonk vooral uit in gezwollen retoriek. Ten overstaan van duizend Italiaanse vrouwen kritiseerde hij in 2009 in Rome Saoedi-Arabië, waar vrouwen geen auto mogen rijden. 'Waar bemoeit zo'n regering zich mee? Het zijn de vaders en echtgenoten die daarover moeten beslissen!'


Het maatschappelijk middenveld onder Kadhafi bestond uit verschroeide aarde. Kritische vrouwenorganisaties waren ondenkbaar. Maar als de ervaring in andere islamitische landen iets leert, dan wel dat vrouwen zèlf hun rechten moeten bevechten. Libië loopt daarin ver achter op Egypte, waar ondanks alles onafhankelijke vrouwengroepen bestonden. In Libië bestond helemaal niets.


Vandaar dat de vrouwen van Benghazi en Derna zich al heel sterk en als herboren voelen, in hun ondersteunende rol. Vandaar dat ze zeggen dat er nu 'andere prioriteiten' zijn - wat niet eens zo gek klinkt, boven een foto van een meisje met kapotgeschoten hersens.


Maar als Kadhafi straks weg is? Worden ze dan bedankt voor bewezen diensten? Isha Aftaita, de 23-jarige coördinator van het mediacentrum van de rebellen, lijkt een van de weinigen die beseffen dat de vrijheid ook onvermoede problemen zal blootleggen, en nooit benoemde tegenstellingen. Huiselijk geweld? Niemand had het er ooit over, maar ongetwijfeld bestaat het volop. 'Als je een graf openmaakt, komen er wormen naar boven en andere beesten', zegt ze. 'Dat zal in Libië ook gebeuren.'


Ook Lady Gaga en Alicia Keys

Jong & vrouw in Libië. Yasmin Sharif (22), haar zus Hanadi Sharif (19) en Ban Steita (23) schetsen een vrouwenbestaan zoals dat tegenwoordig in veel moslimlanden kan worden opgetekend. Lady Gaga en Alicia Keys maken daar deel van uit, maar ook een familie die de meiden niet veel andere uitjes toestaat dan winkelen en af en toe een bruiloft.


Tijd om te studeren daarentegen is er volop. 'Meisjes zijn veel betere studenten dan jongens. Wij hebben niets anders te doen', zegt Ban. Maar werken is voor vrouwen in Libië geen probleem, zeggen ze. De laatste jaren hebben ze meer vrijheid gekregen.


Isha Aftaita (23), coördinator van het perscentrum van de opstandelingen in Benghazi, kan vergelijken. Ze woonde tot haar zeventiende in Vancouver. Ook woonde ze in Saoedi-Arabië, waar ze gek werd van het verstikkende klimaat.


Benghazi is oké. 'Ik hou van uitgaan, met mensen praten, lol hebben. Hier kan dat. Maar er zijn grenzen, en ik moet zorgen dat ik die niet overschrijd.' Verder is haar hoofddoek 'mijn wapen tegen de wereld, het beschermt me'.


Dat er veel veranderd is voor vrouwen in Libië, schetst Salma Mograbi (60), gynaecologe in het Ibn Sina-ziekenhuis in Benghazi. Analfabetisme alom destijds, massaonderwijs nu. Van een kolossaal kindertal toen, naar gezinnen met drie of vier kinderen nu. Polygamie is tegenwoordig zeldzaam, kindhuwelijken bestaan niet meer, besnijdenis bestond nooit. 'Mijn moeder trouwde op haar veertiende en kreeg dertien kinderen, van wie er vijf overleden.'


Maar zulke vooruitgang zie je overal in de Arabische wereld - niet iets waarvoor vooral Kadhafi zich op de borst kan kloppen. 'Het onderwijs is gratis, maar heel slecht. Wie geld heeft, stuurt zijn kind naar een privéschool.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden