Moeder & Ziel

Vier weken niet geschreven, vier weken boeken en kranten doorgebladerd met zo'n lodderig vakantieoog dat zich maar al te graag laat afleiden....

STEPHAN SANDERS

De wil begeeft het in de vrije tijd. Ik bedoel dat niet zo dramatisch als het klinkt. Iedereen kent wel het verschijnsel van de acute besluiteloosheid die mensen vooral in restaurants makkelijk kan overvallen. De kaart is gebracht, de ober komt na vijf minuten eens informeren, en de rest van het gezelschap weet precies wat het worden moet. Maar er is iemand die nu in paniek raakt. Het is vaker een vrouw dan een man, en de kans is groot dat die vrouw ook nog moeder is.

Moeders kunnen terugzien op een jarenlange training in empathie, ze weten precies wat goed is voor Jan-Carel en voor Merel nog voordat die twee het zelf hebben kunnen formuleren, maar zodra ze iets voor zichzelf moeten kiezen, beginnen ze te stotteren. Hun wil is afgeleid en heeft de omweg van anderen nodig.

Nee, begint u maar niet bij mij, ik ben er nog niet uit. Nu luistert die vrouw gespannen naar de bestellingen van de rest, alsof zich daarin op magische wijze haar eigen keuze zal manifesteren, maar het enige dat gebeurt, is dat ze zich verwondert over de gedecideerdheid van het gezelschap, en vervolgens nog steeds hakkelt als de ober zich voor de tweede keer tot haar wendt.

Vakanties voeden de wilszwakte. Ook kinderloze mannen krijgen dan iets moederlijks en moedeloos. Het effect wordt vertienvoudigd in geval van langdurige werkloosheid.

In drukke tijden droom ik ervan boeken te lezen die geen artikel hoeven op te leveren, geen citaat of direct rendement. Gewoon aan zo'n boek beginnen zoals andere mensen dat doen, niet om te gebruiken maar om te ontspannen. Ik vergeet altijd weer dat ik heel zenuwachtig word van ontspannende lectuur. Boeken van anderen lezen zonder dat je er zelf iets over schrijft, al is het maar een regel, dat neigt naar tijdverdrijf vind ik, en arbeidstherapie. Het woord 'zinloos' dekt niet wat ik bedoel, want het bevat te veel metafysiche ruis ('de zin van het bestaan'), maar het Engelse 'pointless' komt in de buurt. Het leven hoeft niet per se uit te monden in een roman, maar een stukje is toch wel het minste.

Ik vind het een beetje verspilde moeite dingen mee te maken als ik er toch niet over schrijf. Tijdens vakanties schrijf ik niet en maak ik dus ook een stuk minder mee. Allemaal dagen met mooie uitzichten, aardige mensen en grappige voorvallen die stuk voor stuk eindigen in een diepe slaap. Het notitieblokje is opgeborgen, de vrije tijd neemt een aanvang en meteen slaat het comateuze bewustzijn toe.

Ik mis de taxateursblik op de werkelijkheid, die alles wat zich voordoet, keurt op de mogelijkheid van de geschreven vorm. Het volle leven speelt zich af op papier. Alleen de muziek is daarvan uitgezonderd. Je kan dat een beroepsdeformatie noemen, maar er zijn ook genoeg therapeuten die er iets veel ernstigers in zien: onmogelijkheid tot zelfbeleving, geblokkeerde primaire reacties, afijn, zaken waar veel hoofdschudden en de AWBZ aan te pas komt.

Ik ken een vrouw die in het verleden twee mooie boeken had geschreven en daar plotseling mee ophield, meer dan tien jaar lang. Dat bevreemdde veel mensen, maar als die haar naar de reden vroegen, antwoordde ze heel beslist: 'Ik heb een leuke vent ontmoet, ik hoef niet meer te schrijven.'

Ik vond dat niet alleen een geestig maar ook een hoopgevend antwoord. Volop in het leven staan en niet de noodzaak voelen daar achteraf nog eens op terug te komen, als een querulant die altijd schriftelijk zijn gelijk moet halen en dan nog te laat ook.

Inmiddels is die man verdwenen en schrijft zij weer mooie boeken. Ze is weer alleen, maar niet helemaal want ze heeft die man vervangen door de denkbeeldige lezer. Dat is rustig gezelschap, dat nooit scènes trapt of de verkeerde afslag neemt en je toch in staat stelt de dingen via een ander te beleven.

Want het is niet waar dat mensen dingen 'helemaal voor zichzelf doen', zoals de assertieve jaren-zeventig-spirit wilde. Ik hoorde het een paar dagen geleden Arjan Ederveen nog zeggen, tijdens een tv-interview: commercials waren voor het geld, en hij bedoelde daar vooral niets laatdunkends mee, maar zijn eigen producties deed hij, stotter, stotter, voor zichzelf. Hij zei dat niet triomfantelijk, zoals dat gebruik was in die tijd ('ik heb dit kind helemaal voor mijzelf genomen') maar eerder geforceerd en moedeloos, als iemand die weet dat hij naar een sociaal cliché grijpt om de zaken niet verder te compliceren. Ederveen doet trouwens nog het meest denken aan een acteur op het moment dat hij niet speelt, maar 'gewoon' zichzelf moet zijn.

Vervolgens wordt al dat werk, dat strikt voor eigen gebruik bedoeld is, keurig aangekondigd in de omroepgidsen, zodat niemand er iets van hoeft te missen. Alsof iemand een geheim dagboek bijhoudt in de vorm van een muurkrant.

Ook vakantie-houden doen mensen 'voor zichzelf', maar voor alle zekerheid vragen ze toch iemand mee om samen van dat Italiaanse dorpsplein te kunnen genieten. Het is kennelijk een stuk eenvoudiger om langs je neus weg tegen een ander op te merken 'mooi, hè', dan in splendid isolation tot het oordeel te moeten komen: 'Dit is mooi.' Zo'n uitspraak krijgt al snel de galm van een mausoleum.

En alsof dat niet genoeg is, sturen al die reisgenoten, stellen en gezinnen ook nog eens een niet te overziene vracht ansichtkaarten naar het thuisfront. Ze willen laten weten dat ze goed zijn overgekomen en hun reisdoel zonder mankeren hebben bereikt, maar vooral toch willen ze nog meer ogen die over hun schouders meekijken, nog meer monden die opvallen en 'oohhhhh' roepen.

Zonder gezelschap, denkbeeldig of niet, blijft er te weinig 'zelf' over om dingen mee te beleven.

Er zijn dus heel veel moeders die voortdurend in restaurants zitten en geen keuze kunnen maken, tot op het moment dat ze het voor een ander kunnen doen. Schrijvers bijvoorbeeld schrijven niet uit zichzelf, maar voor de lezer, en dat is een lekker abstract iemand die ze niet in huis hoeven hebben, hooguit in gedachten. Schrijvers zijn het soort tyrannieke moeders van wie de kinderen geen kik mogen geven.

Tijdens de vakantie merkte ik hoezeer deze Buitenwacht-rubriek de plaats inneemt die veel mensen reserveren voor hun echtgenoot of geliefde: de vanzelfsprekende toehoorder, voor wie je details onthoudt, gedachten aanscherpt en de dingen ordent. Het lelijke woord gesprekspartner is hier niet op zijn plaats, want vrijgezel en gemakzuchtig als ik ben, heb ik het zo geregeld dat ik nooit in de rede word gevallen.

Maar deze laatste weken waren er voortdurend mensen om me heen, soms ook 's nachts nog, en mijn gebruikelijke, denkbeeldige gehoor veranderde in iemand die 's ochtends suiker in de koffie wilde en eigen plannen maakte. Dat was een gezellige tijd, maar ik merkte wel dat ik zelf steeds minder vond, dacht en wilde naarmate het langer duurde.

Ik vind het geen aanbeveling, maar er schuilt een pastoor in mij die onder het werk hooguit zijn dienstmeid kan verdragen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden