INTERVIEWSpanningen binnen het gezin

Moeder tegen zoon: ‘Je bent een risicofactor. Ik wil geen corona krijgen van jou’

Moeder Caro Imming (53) en zoon Max (22) wonen vanwege de coronacrisis weer even samen in Groningen. Max: ‘Meestal beperkt het zich tot discussies met mijn moeder. Één keer werd ze boos.’Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Nu het mooi weer is, botsen de preciezen en de rekkelijken in de coronacrisis. De een interpreteert de kabinetsregels strikter dan de ander. Dat kan leiden tot spanning, zeker als dat gebeurt in één gezin.

‘In het begin ging mijn zoon Max er nog op uit. Chillen met zijn vrienden. Dat vond ik lastig’, zegt de Groningse Caro Imming (53). Sinds half maart woont haar 22-jarige zoon Max Bodewes weer bij haar in huis. En dat levert discussies op. Max interpreteert de coronaregels minder strikt dan zij en haar jongste zoon, vindt moeder.

Max: ‘Ik studeer in Rotterdam, maar mijn meeste vrienden wonen in Groningen. Dus toen er verhalen rondgingen dat er misschien een lockdown aankwam, appte ik mijn moeder of ik een tijdje bij haar mocht komen wonen.’

Caro: ‘Ik zei eerst: misschien is het beter dat je naar je vader gaat. Mijn jongste zoon zit in de examenklas van de havo. En ik werk als interim-manager en adviseur in de zorg. We willen niet ziek worden. Max had bovendien nog carnaval gevierd. Ik zei: je bent een risicofactor. Ik wil geen corona krijgen van jou. Maar hij bagatelliseerde het.’

Max: ‘Ik had toen inderdaad symptomen die op corona lijken. Ik heb korte tijd koorts gehad en ik moest hoesten. Maar mijn vader woont klein.’

Caro: ‘Dus ik streek met mijn hand over mijn hart.’

Max: ‘Toen ik 24 uur klachtenvrij was ben ik met het openbaar vervoer naar Groningen gegaan. Ik was toen fit. En mijn moeder hoest zelf trouwens ook.’

Caro: ‘Ik heb een kuchje, en ben al een tijd niet op mijn werk geweest. Maar ik wil mijn werk wel weer kunnen bezoeken als ik geen kuchje meer heb. Daarom ik wil de risico’s zo veel mogelijk beperken. Toen Max hier kwam, bleek dat wij veel serieuzer met de coronaregels bezig waren dan hij. Hij ging eropuit, naar zijn vrienden.’

Max: ‘Meestal beperkt het zich tot discussies met mijn moeder. Één keer werd ze boos. Toen kwam een vriend langs om mij op te halen om samen naar een andere vriend te gaan. Hij zei dat hij al die coronaregels maar overdreven vond. Daar was zij het niet mee eens. ‘Als je je niet aan de regels houdt mag je niet chillen’, zei ze.

‘Ik heb haar uitgelegd dat ik telkens met dezelfde twee mensen ga chillen, en we verder nauwelijks andere mensen zien. Ik denk dat ze er nu wel gerust is dat wij echt wel alert zijn.’

Caro: ‘Dat hij zijn vrienden wil zien, begrijp ik wel. Maar ik vond het niet verantwoord hoe groot dat gezelschap was. Hij zei dat het er telkens niet meer dan drie waren, en dat het steeds hetzelfde clubje was. Maar soms jokte hij, hield hij het bewust vaag of zei hij: ja, het is ook zo lastig om te zeggen dat die en die niet mogen komen.’

Max: ‘Het zijn echt telkens dezelfde vrienden. Alleen één keer had iemand een collega meegenomen. Toen waren we met zes mensen. Dat was niet de bedoeling. Het was maar één keertje.’

Caro: ‘Ik zeg dan: Max, ik werk in de zorg. Ik wil zonder problemen naar kantoor kunnen.’

Max: ‘Dat vind ik een sterk argument. Maar als je kijkt hoe het virus wordt overgedragen, dan loop ik meer risico in de supermarkt dan thuis bij telkens dezelfde groep vrienden. 

‘We houden overigens geen anderhalve meter afstand als we bij elkaar zijn. Ik denk dat mijn moeder dat ook wel weet. De keuken waarin we elkaar spreken is niet zo groot. Maar als je al drie weken met dezelfde mensen afspreekt en niemand kent die het virus heeft, dan overkomt het je niet snel.’

Caro: ‘Ik heb het een beetje losgelaten. Ik zeg hem dat het niet verstandig is voor ons, maar ook niet in het algemeen. Hij luistert wel, maar zijn gevoel trekt meer dan het verstand. Hij blijft het soms bagatelliseren.

‘Al zie ik wel voortschrijdend inzicht. Een vader van één van zijn vrienden is chirurg, en die jongen zit in een totale lockdown thuis. Volgens mij worden zijn vrienden ook angstiger.’

Max: ‘Een vriend van ons werd heel boos op zijn broer. De broer was naar ons toegegaan. Die vriend ging vervolgens verhaal halen. Hij vond dat zijn broer de regels schond. Het opmerkelijke is dat die vriend maaltijdbezorger is, en nu heel veel mensen ziet.

‘Je merkt dat mensen telkens iets anders met de regels omgaan als gevolg van nieuwsberichten. Dat geldt ook voor mij. Het schommelt een beetje. Afgelopen week ben ik nauwelijks buiten geweest.’

Caro: ‘Het is mooi weer. Dus ik verwacht wel dat hij straks naar het plantsoen gaat. Al zal hij nu met een of twee anderen gaan, en niet meer met vier.’

Max: ‘Ik denk dat ik straks even naar buiten ga om iets met wat vrienden te drinken. Maar niet heel heftig, want enkelen hebben gisteren een feestje gehad. Met z’n drietjes tot diep in de nacht.’

LEES OOK:

Even geen studentenleven maar wijn drinken met mama

Blijf je in je studentenhuis op elkaars lip zitten of ga je voor weken terug naar het ouderlijk huis? Veel studenten kiezen tijdens de coronacrisis voor het laatste. ‘Je keert terug in een rol die je niet meer gewend bent.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden