Modernist Mien Ruys deed meer dan bielzen leggen

Tuinarchitectuur had voor Mien Ruys, grondlegger van de discipline in Nederland, meer dan decoratieve waarde. In navolging van de modernisten in de bouwkunde was ze een voorstander van 'functioneel groen voor gewone mensen'....

Lang voordat landschapsarchitectuur een alom gerespecteerde discipline werd, was Mien Ruys er al specialist in. Wilhelmina Jacoba Ruys was niet alleen de oprichtster van het tijdschrift Onze Eigen Tuin in 1955, ze introduceerde in Nederland een bijzondere vorm van tuinontwerp, waarbij ze zich baseerde op heldere geometrische (Japanse) principes.

De ontwerpen van Ruys sloten haarfijn aan bij de modernistische architectuur van de jaren vijftig en zestig. Karakteristiek voor Ruys is een tuin die een voortzetting lijkt van het interieur - een vervloeiing van binnen en buiten. Ruys was op haar best als ze een bescheiden patio of een binnentuin een ruimtelijk effect gaf, door water en groen met elkaar te combineren.

De architect Alexander Bodon vroeg haar de binnentuin van het voormalige Estel-gebouw, thans Haskoning, in Nijmegen in te richten; Ruys' inbreng was er een van water, vlonders en bamboe (eind jaren zestig nog nauwelijks vertoond). Met Hein Salomonson maakte ze de villa Tomlow, nu eigendom van Loek Brons, aan de Amsterdamse Apollolaan: omdat er nauwelijks plaats voor een tuin was, schiep ze met laag groen en een rechthoekige vijver een overzichtelijk beeld.

Maar als Ruys ergens beroemd om is geworden, is het wel de introductie van de spoorbiels; die verschafte haar de bijnaam 'Bielzen-Mien'. Tot vervelens toe werd er nadien gebruik van gemaakt. Zo verging het ook de betontegel, die de populaire 'flagstone' verving: massaal toegepast totdat een andere gril zich aandiende.

Ze studeerde even op de Hogeschool voor Tuinarchitectuur in Berlijn, eind jaren twintig, raakte onder invloed van het socialistische gedachtengoed, huwde bij terugkeer in Amsterdam de uitgever Theo Moussault, ging bouwkunde studeren in Delft tijdens de oorlog, en nam daarna intrek in de tuin van haar vader, kweker te Dedemsvaart. Moerheim werd een proeftuin én een eldorado.

Hier experimenteerde ze met materialen, met borders, met plantensoorten en metschuttingen. Dedemsvaart werd de uitvalsbasis voor grote opdrachten, het provinciehuis van Overijssel, het crematorium Ockenburg, de Turmac-kantoren en het Andreas-ziekenhuis in Amsterdam.

Via Merkelbach, gemeentearchitect van Amsterdam, kwam ze in aanraking met De 8 en de Opbouw, de modernistische architectuur-voorhoede in de jaren vijftig. Haar sprak de combinatie van sociale bewogenheid en functionalisme aan, en ze kreeg de kans haar ideeën te realiseren in plantsoenen bij sociale woningbouw in Slotervaart. 'Ik was links en wilde functioneel groen maken voor gewone mensen', zei ze tegen NRC Handelsblad in 1992.

Wat dat was? 'De natuur beleven in de tuin. Niet de wildernis, maar een vormgegeven natuur.' Versiering is mooi, vond ze, maar de tuin moest ook prettig in het gebruik zijn. Dat een tuin bij een bejaardentehuis een andere aanpak verlangt dan die van een villa, sprak voor haar vanzelf.

Tot op hoge leeftijd - ze overleed zaterdag op 94-jarige leeftijd - bleef ze actief. Ze ontwierp de tuin van de gevangenis in Heerhugowaard, maar reclyclede ook een oud ontwerp van haarzelf op het KNSM-eiland in Amsterdam. Beplanting an sich, of één mooi bloemetje interesseerden haar niet zo: 'het gaat me om de totaliteit'. En die moest helder zijn.

Jaap Huisman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden