Moderne nomade gaat op pad met laptop en slaapmat

DE VERLEIDING is te groot. Tussen de uitstalling van de allernieuwste walkmans, discmans en ander elektronisch miniatuur-tuig valt een vuurrood doosje op, niet groter dan een pakje sigaretten....

Tien minuten lang verwacht ik, nog wat natrillend, een horde veiligheidsambtenaren die met getrokken pistolen de zaal zullen binnenstormen. Tien minuten lang doe ik alsof ik buitengewoon geïnteresseerd ben in een onbenullig stoeltje, in plaats van in die kostbare elektronica. Pas dan, als niets of niemand verschijnt, durf ik aandachtiger te kijken naar het kleinood en nòg weet ik niet wat het is.

Op de terugweg in de trein, geeft de catalogus tekst en uitleg. Zelfs al had ik het apparaat uitvoerig betast, ik zou de functie ervan nooit hebben geraden. De Barryvox is namelijk een reddingsmiddel voor lawineslachtoffers, lees ik. Onderzoek heeft uitgewezen dat zelden een hele groep onder een lawine bedolven raakt. Het spreekt vanzelf dat hoe sneller een ondergesneeuwde wandelaar of skiër opgespoord kan worden, des te groter de kans is dat een mensenleven kan worden gered.

Als een berg-avonturier die Barryvox bij zich draagt - een soort babyfoon-op-afstand -, en bijtijds de schakelaar op 'zend' zet, kan de ontvanger de ligging van het slachtoffer lokaliseren. Waarmee de elektronica nu ook de sint-bernhardshond uitschakelt.

Een etalage gevuld met bonbons en taarten, daarmee laat de tafel met de allernieuwste apparaten zich vergelijken. De allerkleinste laptops (schootcomputers), de vuistgrote mobiele telefoons, de handzame kopieerapparaten, ze worden qua design overtroffen door de satellietontvanger van het Amerikaanse ontwerpbureau S.G. Hauer Associates. Grijsblauw is deze doos, die volstaat met zegge en schrijve drie toetsen: een lichtblauwe select-kop, en twee omhoog- en omlaag-pijltjes. Als enig houvast voor de gebruiker is er ten slotte een minuscuul schermpje waarop het gekozen station te lezen valt.

Klein is fijn. Als iets een mode is in de hedendaagse vormgeving, is het de neiging tot compactheid. Sinds de invoering van de cd en de chip is de hele hardware ingekrompen, en dat levert minstens twee - functionele - bezwaren op: de vingers van de gebruikers zijn niet mee gekrompen, en 40-plus-ogen zijn in het nadeel. Maar de alledaagse praktijk wijst ook uit dat de hedendaagse elektronica lekkere kost is voor kleuters en scholieren van de basisschool.

De tendens naar miniaturisering komt aan de orde op de expositie Die Kunst und das schöne Ding in het Neues Museum Weserburg in Bremen. In dat museum, schilderachtig gelegen op een eiland in de Weser, heeft de Franse architect/ontwerper Jean Nouvel een selectie gemaakt uit de design-oogst 1995-1996. Dat museum, erkent directeur Thomas Deecke, heeft geen ervaring op het gebied van vormgeving, maar des te meer op het vlak van beeldende kunst.

In 1991 werd 'Weserburg' geboren uit een fusie van verschillende kleinere kunstcollecties. Respectabele collecties. Het wemelt van de Baselitzen, Kiefers, Richters, Pencks en andere grootmeesters uit de recente Duitse schilderhistorie. Helemaal controleren kan ik het niet, maar er schuilt een waarheid in de stelling van het museum dat het de meest volledige presentatie van hedendaagse kunst in Duitsland heeft.

Tussen die indrukwekkende doeken en installaties heeft Nouvel nu de vormgeving 'gepoot'. Een rijtje stoelen van Sottsass - van het soort dat begin jaren zestig als keukenstoel bij de HEMA te koop was - staat als een stil auditorium voor de minimal art van Morris Louis, terwijl de tulpen-sidetable van 'onze eigen' Gijs Bakker vreemd genoeg harmonieert met de aangekoekte fornuizen en keuken- hulpstukken van Dieter Roth.

Nouvel scherpt de contrasten aan of legt onverwachte verbindingen in museumzalen waaraan maar geen eind lijkt te komen. Zijn verantwoording: 'Design blikt uit de aard der zaak altijd terug, refereert naar vorige (stijl)-perioden, dit in tegenstelling tot componisten, schrijvers en schilders die instant-kunst bedrijven. Designers kampen daarnaast met de handicap dat er een lange ontwikkelings- en fabricagetijd aan een produkt voorafgaat, zodat het kan voorkomen dat ze al weer door nieuwe behoeften ingehaald worden. Om die reden kunnen designers niet zo experimenteren als kunstenaars.'

Het is voor het eerst dat via de expositie in Bremen het International Design Yearbook tot leven komt. Dit standaardwerk wordt voor het tiende achtereenvolgende seizoen uitgegeven, maar nog nooit is een museum op het idee gekomen het te visualiseren.

Tien jaar achtereen is een internationaal gerenommeerd ontwerper/architect gevraagd een keuze te maken uit de volgende categorieën: meubels, licht, tafel-accessoires, huishoudtextiel en industriële produkten. Philippe Starck, Borek Sipek, Arata Isozaki, Ron Arad, Robert Stern, het zijn niet de eersten de besten geweest die hun voorkeur via dat boek hebben uitgesproken.

Nouvel heeft vooral in Frankrijk naam gemaakt. Hij kleedde de weelderige opera van Lyon uit (en weer aan), hij verwezenlijkte in Parijs L'Institut du Monde Arabe met een ingenieuze façade van diafragma-ramen, bouwde de Fondation Cartier en bereidt nu een vestiging voor van Galeries Lafayette in Berlijn. Daarnaast ontwerpt hij meubels, onder meer de tafel Less die zoals de naam al aanduidt teruggaat tot de essentie van een tafel: vier poten en een blad, maar dan in flinterdun aluminium.

Het interessante van de Jaarboek-systematiek is dat je door de ogen van een kenner - dit jaar Nouvel - de tendensen gefilterd ziet. Wat speelt, en wat niet. Anders dan de mode mist de vormgeving een ijkpunt à la Parijs. De Triennale van Milaan zou die functie kunnen hebben, maar concentreert zich hoofdzakelijk op meubel- en textielvormgeving.

Nouvel licht er een aantal thema's uit. De miniaturisering noemde ik al. Een prachtig voorbeeld van klein èn functioneel is de Echos-schootcomputer, die Michele de Lucchi voor Olivetti heeft ontworpen. De sjieke roestbruine kleur breekt met het gangbare grijs, de plaats van de muis (hier een knobbel) ligt logisch onderin het toetsenbord, en naast het scherm zijn uitsparingen aangebracht voor barcode-lezers (beeldpennen).

In het verlengde van die almaar compacter wordende apparaten, liggen de opklapbare meubelstukken. Theewagens, tafels, stoelen (ook stapelbaar), lampen, ja zelfs klerenkasten, zijn in pakketvorm en scharnierend aanwezig. De moderne mens is een nomade die naast laptop en draagbare telefoon een vilten ligmat meesjouwt, opdat hij zich ergens en route kan neervlijen. Die vilten rol, door een spanband bijeengehouden, is een vinding van de vrije ontwerper Rolf Sachs, van wie Nouvel een hoge pet op heeft.

Via het videoscherm noemt hij Sachs iemand die met poëzie de ruimte probeert te beschrijven, iemand die vormen articuleert of juist niet, die teruggaat naar de eenvoud van de voorwerpen. Sachs herintroduceert nota bene de kubus, die we in de jaren zeventig al weer hadden afgezworen, als een stapelbare opbergkast. Alleen het materiaal is jaren negentig: mdf.

De moderne zwerver is niet alleen gebaat bij opvouwbare en inklapbare artikelen, die produkten dienen ook ultralicht te zijn. Het uitgekiende materiaal daarvoor is vanzelfsprekend aluminium. De combinatie hout-aluminium of kunststof-aluminium zien we terugkeren bij coryfeeën als Philippe Starck, Victor Magistretti, Jasper Morrison, Erik Magnusson, Enzo Mari en de jonge veelbelovende Australiër Marc Newson. Newson is interessant omdat hij de vloeiende vormen van de jaren vijftig - ellipsen, bolle schotels - in een jasje van nu steekt.

Nouvel heeft in Nederland speciaal de winkel van Droog Design leeggehaald. Gecharmeerd is hij van droog als benaming voor een alternatieve, nondesign-achtige stroming, waarbij humor en intelligentie de hoofdmoot vormen. Een bed in de vorm van een pallet (Martijn Hoogendijk), een stalen bank van Henk Stallinga die als loper eindigt, en vooral het gordijn Curtain van Djoke de Jong, hebben Nouvel verleid. Over dat gordijn, waarop De Jong patronen heeft gedrukt, zegt hij: Kan een architect weerstand bieden aan een ontwerp waarop een plattegrond is gedrukt? Dat gordijn van De Jong kan zo altijd nog als jurk of mantel voortleven.

Het voordeel van in het echt getoonde produkten boven een catalogus is zonneklaar. Nu zien we de werkelijke grootte van de televisie waarin cd-i en videorecorder worden gecombineerd - een wonderdoosje van Matsushita - en kunnen we constateren dat de virtual reality-helm gelijkstaat met een geprononceerde zonnebril. Van het laatste produkt zeggen de makers dat het hoofdstel de gebruiker in staat stelt op het strand te liggen en tegelijk een voetbalwedstrijd te volgen. Daar zaten we op te wachten.

De voorbode van deze audio- en videorevolutie wordt gepredikt in de context van de imposante collectie van Neues Museum Weserburg. De combinaties zijn verrassend: dan staat er een extreem lichte, minimale en elegante stoel van de Belgische ontwerper Pol Quadens in een zaal vol Penck, of een ruwhouten boekenkast die rust op een stapel kopjes (van Köbi Wiesendanger) naast de hyper-realistische ensceneringen van Edward Kienholz. Soms wedijvert de vrije vormgeving met de kunst, vaker neemt ze afstand. Het is gek dat musea of vormgevingsinstituten niet eerder op dit idee zijn gekomen.

Die Kunst und das schöne Ding. Tot en met 7 mei in Neues Museum Weserburg, Teerhof 20 Bremen. ('s Maandags gesloten).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.