Moderne landbouw is niet voor mietjes

Stadse geborgenheid

Ik zoek, als stedeling, op het platteland altijd naar stadse geborgenheid. Na enige minuten in de troosteloze koude modder, tussen de kale zwarte boomstammen te hebben gedwaald, begin ik te verlangen naar een simpele versnapering, iets eenvoudigs, een sneetje paranotenbrood met steurgarnalensalade bijvoorbeeld en misschien een verveine-ijsthee met een scheutje limoensap. Zeg maar de standaardhap van de gemiddelde Amsterdamse snackbar.

Dat is dom, want het unique selling point van het platteland is dat het juist níét de stad is. Wat het wél is, zijn reusachtige weilanden, bruine akkers en hier en daar een enorme loods waar duistere dingen worden gedaan met koeien en ander vee. Ik denk dat de meeste boeren het ook liever anders hadden gezien, maar de economische realiteit dicteert dat wie van beesten houdt beter op een kinderboerderij kan werken en wie van schoffelen houdt maar een moestuintje moet aanleggen. Moderne landbouw is niet voor mietjes.

De Weerribben, waar wij een boerderijtje hadden gehuurd voor het weekend, is anders: snoezige boerderijtjes met rieten daken en bochtige weggetjes door een lappendeken van bosjes en weilandjes met hier en daar een dravend paardje - precies zoals de stadsmens zich het platteland graag voorstelt. Een en ander zal wel door een potje met geld in stand worden gehouden, want met de uitgestrekte Brabantse kaalslag kan dit tuinlandschap nooit concurreren.

Het krioelt er van de toeristen, dus het wekte dan ook mijn verbazing toen ik ontbijt wou kopen en voor een dichte supermarkt stond. Sterker: het hele dorpscentrum was gesloten en uitgestorven, op een Roemeen met een accordeon na. Die durfde ik niet de weg te vragen, want dan had ik 'm geld moeten geven, aangezien ik de enige rondlopende kans daarop was.

Na enig daas banjeren, realiseerde ik me dat het zondag was, een dag die in de Randstad al zo lang niet meer bestaat dat ik het hele concept was vergeten. Geen nood, een rustiek ontbijttentje moet toch te vinden zijn. We stapten de auto in en inderdaad, vijf minuten buiten het dorp stond een houten bord langs de weg, waarop in handgeschilderde krulletters het woord 'Theehuis' te lezen stond. Mooi. Theehuis betekent elegante petitfours, nietwaar? Wentelteefjes en geurige thee uit victoriaanse, gekrulde theepotten in porseleinen kopjes. De mensen zitten er in wijde, linnen kleren bij het haardvuur, terwijl de herbergier de sago en kandij in de juiste laatjes doet.

De troosteloze snackbar die achter het bord bleek te resideren, was leeg - op een chagrijnig meisje aan de frituur na. Ik speurde de lichtbak boven de frituur af naar iets eetbaars. Nou, dan maar een broodje kaas.

'Een speltboterham met overjarige brokkelkaas graag.'

Ze slofte naar de koeling, lichtte het roestvrijstalen deksel op en haalde er een plastic zakje lucht uit, verontreinigd door een klef wit bolletje met analoogkaas.

'En een kopje thee.'

Ze plaatste het kartonnen bekertje onder de heetwatertuit van het koffieapparaat en drukte op een knop. Ik besloot ter plekke dat die dan maar voor mijn vrouw was.

'En voor mij een koffie verkeerd.'

'Hebben we niet', sprak ze licht defensief. Buiten zag ik mijn vrouw de terrasstoelen met de slip van haar jas droog vegen.

'Een cappuccino is ook goed.'

Een nieuw kartonnen bekertje werd naast het vorige geplaatst.

Met een plastic dienblaadje kwam ik naar buiten. Mijn vrouw stond inmiddels haar telefoon boven haar hoofd te zwaaien. 'Er is iets mis met de 4G hier', zei ze.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.