Moderne doemdenkers

Intellectuelen als Paul Scheffer geloven dat immigratie de maatschappelijke samenhang ondermijnt. Ze zijn kort van memorie. Ooit werd gedacht dat Nederland werd bedreigd door de overkomst van Indo's en Surinamers....

Doemdenkers en cultuurpessimisten krijgen de handen gemakkelijk op elkaar. In de afgelopen eeuw waarschuwde Ortega y Gasset voor een opstand der horden, Oswald Spengler voor de ondergang van het avondland en Paul Scheffer voor een multicultureel drama. Wat hun beschouwingen gemeen hebben, is het accent op ontworteling, de stedelijke vervreemding of het ontstaan van een nieuwe onderklasse. De eigen tijd zou worden gekenmerkt door vervlakking en achteruitgang. Het heden wordt de maat genomen door vroeger, dus door herinneringen aan een samenleving van jaren her. Dat leidt tot sombere overpeinzingen over de huidige tijd.

Een terugkerend element in zulke kritieken is dat een samenleving niet bestand zou zijn tegen al te snelle veranderingen. Stellige uitspraken over de trage integratie van migranten passen in dat patroon. Zeker sinds de omstreden politicus Fortuyn de doos van Pandora heeft geopend en 'achterlijke geitenneukers' zo'n beetje een standaardbegrip is geworden. De onlustgevoelens over migranten worden sinds zijn dood steeds nadrukkelijker geuit. De halve pers en politiek lijken tot een beleid van Nieuwe Flinkheid bekeerd.

Dit voorjaar verkondigde Paul Scheffer in NRC Handelsblad (3 april) de stelling dat migratie de maatschappelijke samenhang in Nederland ondermijnt. Volgens hem heeft de commissie-Blok zijn huiswerk niet goed gemaakt. De conclusie dat de integratie van migranten tot op zekere hoogte is geslaagd, houdt volgens Scheffer geen rekening met de normatieve kanten van de inburgering. Het is zijn stellige overtuiging, dat er onoverkomelijke weerstanden bestaan tegen de komst van meer nieuwe Nederlanders. De weerslag daarvan op het proces van wederzijdse aanpassing is in zijn ogen fataal.

Vandaar dat hij het besluit van Groen Links toejuicht om afscheid te nemen van de leuze integratie met behoud van eigen identiteit. Alsof de overheid mensen ertoe zou kunnen bewegen hun identiteit als een kaftan aan de kapstok te hangen. Wat dat aangaat, leidt de samenleving aan geheugenverlies en laat zij zich leiden door korte termijnbelangen. Dat was al zo bij de binnenkomst van de grootste naoorlogse immigrantengroep, die van Indische Nederlanders. Alom weerstanden, die pas na tientallen jaren wegebden.

Na de onafhankelijkheid van Indonesin 1949 zagen ruim 300 duizend Indische-Nederlanders zich gedwongen om de oversteek te wagen naar hun tweede vaderland. Die migratie heeft alles bij elkaar een kwarteeuw geduurd, en al die jaren heeft de Nederlandse overheid geprobeerd hun overkomst te ontmoedigen. Zeker als mensen uit een eenvoudig milieu kwamen en nauwelijks banden met Nederland onderhielden.Men stond hen liever financieel bij in het nieuwe IndonesiHun Aziatische cultuur en levenswijze zouden zr afstaan van de Europese, dat ze beter af waren in hun land van herkomst. Dat ze daar inmiddels werden gezien als handlangers van de voormalige kolonisator, werd genegeerd. Meer dan twintig jaar lang heeft de overheid zich actief ingezet om de stroom in te dammen. Intussen ging het wel om mensen met de Nederlandse nationaliteit. Waarom werd dan toch gedacht dat zij hier niet konden aarden?

Dat had alles te maken met ras tegenwoordig zouden we 'etnische achtergrond' zeggen. Zij spraken weliswaar Nederlands en waren westers georieerd, maar tweederde van de Indische nieuwkomers had een getinte huidskleur. De vrije seksuele omgang van Aziatische en Europese groepen in de kolonie had nazaten opgeleverd van pikzwart tot vaalbruin. Over mensen van gemengde afkomst leefden bovendien weinig vleiende idee Ze zouden indolent zijn, onbetrouwbaar en zich minderwaardig voelen. Daarbij veel te bescheiden om overeind te blijven in een open, democratische samenleving. Dit alles speelde in een tijd dat Nederland kampte met hoge woningnood. Het land beschouwde zich als overvol en de overheid stimuleerde haar burgers hun heil elders ter wereld te zoeken. Als vorm van bevolkingspolitiek kregen emigranten zelfs steun bij de overtocht. financi

Vandaar dat landgenoten die half-of kwart-Aziatisch waren, in de Lage Landen niet met open armen werden ontvangen. Zo ging het trouwens overal ter wereld. Ook in AustraliBrazilif Noord-Amerika waren tot begin jaren zeventig alleen blanke immigranten echt welkom.

In Nederland heeft de roemruchte Indische schrijver Tjalie Robinson (1911-1974) vier jaar lang onderhandeld, alvorens hij de reis naar Nederland mocht maken. Pas midden jaren vijftig kreeg hij toestemming voor de overtocht, tezamen met zijn vrouw en kinderen. Alleen merkte hij, eenmaal aan het werk, dat zijn Indische stem uit de toon viel. De overheid was er veel aan gelegen om nieuwkomers snel te laten inburgeren. Daar hoorde ook het witwassen van verhalen over het koloniale verleden bij. Die mentaliteit stond de schrijver al snel zozeer tegen dat hij een eigen blad oprichtte, Tong Tong, en zich begon te manifesteren als voorvechter van de Indische cultuur. Dat ging ten koste van zijn schrijverschap, maar hij begreep als geen ander dat nieuwkomers voor hun eigen emancipatie moeten zorgen. Ook in de jaren vijftig en zestig, toen de overheid er veel aan was gelegen om immigranten buiten de deur te houden.

Waren ze eenmaal binnen, dan stelde diezelfde overheid alles in het werk om de nieuwkomers te doen inburgeren. De cursussen die Indische mensen kregen aangeboden, gingen veel verder dan de eisen die nu aan immigranten worden gesteld. Of het nu zaken in huis, de keuken of de geldknip betrof, een leger maatschappelijk werksters ontfermde zich over elk facet van het dagelijkse bestaan. De transformatie van een oosterse in een westerse Nederlander kon niet snel genoeg verlopen.

Alle goede bedoelingen ten spijt, zetten Indische families hun eigen tradities gewoon voort. Maar dan wel achter gesloten deuren. Ook de verhalen over de kolonie, de Japanse bezetting en de Indonesische vrijheidsstrijd, bleven lange tijd binnenskamers. Het heeft tot in de jaren negentig geduurd voor ook zij werden opgenomen in de nationale herdenkingscultuur. Intussen vindt de 'perfect geassimileerde' eerste generatie Indische Nederlanders dat 'die Hollanders' nog altijd niets van hun achtergrond begrijpen.

Bij de binnenkomst van een nog donkerder categorie Nederlanders van overzee reageerde de overheid niet anders. Toen er rond de onafhankelijkheid van Suriname tienduizenden rijksgenoten hun heil zochten in Nederland, brak er bijna paniek uit. Middenin de oliecrisis zat niemand te wachten op grote aantallen nieuwkomers. Slechts een deel van hen was voldoende geschoold voor de arbeidsmarkt, die trouwens kampte met een laagjunctuur. De stereotypen over luie negers deden volop de ronde. Zij zouden werkschuw zijn, drugs gebruiken, vrouwen de prostitutie indrijven en in eenoudergezinnen leven. Weinigen zagen hen een positieve bijdrage aan de Nederlandse samenleving leveren. Zij gingen immers rechtstreeks van de luchthaven naar de sociale dienst, om daar de felbegeerde uitkering aan te vragen. Wie wel een baan had, zorgde ervoor zo snel mogelijk in de WW terecht te komen.

Ook leefde de angst dat hun komst tot getto's zou leiden denk aan de Bijlmer en tot rassenrellen. De Nederlandse tolerantie werd immers danig op de proef gesteld met de overkomst van zoveel gekleurde landgenoten. Zij mochten de taal spreken en Nederlandstalig onderwijs hebben gevolgd, als kinderen van de tropen hielden zij er een andere levensstijl en arbeidstempo op na. Dat moest wel tot uitstoot en conflicten leiden. Volgens de publieke opinie stevende Nederland op Amerikaanse toestanden af, met buurtrellen en legio slachtoffers. De geschiedenis had immers geleerd dat zwart en wit elkaar slecht verdroegen. Vooral als het om de toestroom van zoveel mensen tegelijk ging, vaak met weinig opleiding of een agrarische achtergrond. Zij zouden terechtkomen in een spiraal van hoge werkloosheid, segregatie en criminaliteit.

De cultuurpessimisten van destijds hebben geen gelijk gekregen. Natuurlijk ging de aanpassing niet van een leien dakje, dat gebeurt nooit. Wat van buiten komt, stuit altijd op weerstanden. Bovendien was Nederland niet voorbereid op de absorptie van zoveel nieuwkomers, die op hun beurt tijd nodig hadden om te wennen aan een nieuwe samenleving. Toch zijn veel Surinamers na dertig jaar in alle lagen van de Nederlandse samenleving doorgedrongen. Met eigen verenigingen, boegbeelden in de sport en het amusement, toonaangevende journalisten, kunstenaars en politici.

Tegelijkertijd zijn de banden met het moederland Suriname sterk, en wordt er heel wat heen weer gependeld tussen Schiphol en Zanderij. Niemand heeft de schepen achter zich verbrand, maar de oriatie op Nederland is zienderogen toegenomen. Anders dan in de Verenigde Staten is kleur geen onoverkomelijk struikelblok gebleken. In het huidige debat over de integratie van nieuwkomers speelt het ook zelden een rol. Alles draait tegenwoordig om religie, om de dreiging van de islam en de 'afwijkende culturele geaardheid' van migranten met een moslimachtergrond. Door die fixatie op hedendaagse problemen, worden allerlei aspecten van de inburgering als nieuw voorgesteld. Terwijl het Nederlandse verleden volop stof biedt voor een ander perspectief op de integratie van nieuwkomers.

In het zelfde weekend dat Paul Scheffer zijn sombere scenario schetste, stond Sylvana Simons in het brandpunt van de media. Haar boekenprogramma Kaft ging van start, vandaar haar pose als een zwoele intellectueel. Op haar neus een modieuze bril, in haar handen een boek met een onleesbare titel.

Iedere grote krant wijdde aandacht aan de presentatrice, die als peuter uit Paramaribo naar Nederland migreerde. Zij groeide op in Hoorn en kwam al vroeg in de showbusiness terecht. Op de commerci televisie was zij van meet af aan een gewilde verschijning, wat ze mede dankte aan wisselende kapsels en kleding. Als een kameleon past zij zich bij de modetrends aan. Of ze zet zelf de toon, want als rolmodel is zij op haar plek. In de campagne voor het programma werd het clichan de exotische vrouw volop uitgebuit. Toch stond geen van de journalisten lang stil bij de Surinaamse achtergrond van de presentatrice. Zij mocht als culturele trendsetter op de televisie fungeren, zonder dat iemand de nadruk legde op haar status als migrant. Dat zou dertig jaar geleden volstrekt ondenkbaar zijn geweest.

De overwonnen weerstanden in het recente verleden dwingen tot enige voorzichtigheid met verregaand doemdenken over huidige migranten. In het weekend dat Paul Scheffer zijn failliet over de integratie uitsprak, werd ook de veertigjarige immigratie van Turken in Nederland herdacht. Zij kwamen als gastarbeiders, maar zoals bij zoveel migranten leidde hun tijdelijke verblijf tot permanente vestiging.

In dat opzicht verschilden zij niet van Surinamers, die ook jarenlang lippendienst bewezen aan het idee van de terugkeer. Maar mensen zijn weggetrokken om hun kinderen meer economische zekerheid te bieden en merken, vaak tot hun eigen verbazing, met de jaren geworteld te raken in het nieuwe land. Door een baan, door de kinderen of door hun veranderde levenswijze. Alleen hun hoofd kan de veranderingen niet altijd bijhouden. Wie elders is opgegroeid, zal het landschap van zijn jeugd als een blijvend gemis ervaren. Daar kampt vrijwel iedere migrant mee, en er is geen overheid (of terugkeer) die daar iets aan kan verhelpen.

Intussen zijn de gastarbeiders van weleer Nederlands staatsburger geworden: van de eerste en tweede generatie Turken is momenteel zo'n 70 procent genaturaliseerd. Daarmee investeren zij in een toekomst in Nederland en hebben zij juridisch dezelfde rechten gekregen als andere Nederlanders.

De foto's in hun privlbums zijn de stille getuigen van hun wisselvallige adaptatie aan de nieuwe omgeving. Want zij blijven tegelijkertijd intensief betrokken bij de ontwikkelingen in hun land van herkomst. Wanneer Turkije toetreedt tot de Europese Unie, wordt die onderlinge band ook in formele zin hechter dan ooit. Dat zal onontkoombaar leiden tot meer beweging tussen beide landen. Dus ook tot angstreacties.

Zulke gevoelens zijn meer dan begrijpelijk, want de mens is een xenofoob wezen. Van nature wil het de snelheid van de veranderingen om hem heen afremmen, uit vrees zelf achterop te raken. Maar wie op basis daarvan beleid wil voeren, plaatst zich buiten de tijd waarin hij leeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden