MODELGENERAALS

ZOUDEN er nog generaals van staatsgrepen dromen? Met president Soeharto van Indonesië is de laatste generaal heengegaan die zijn land voor de chaos heeft behoed....

DIRK-JAN VAN BAAR

Dat is wel eens anders geweest. Nog niet zo lang geleden waren er ontwikkelingstheorieën volgens welke juist de strijdkrachten een sleutelrol konden spelen bij de modernisering van een land. Omdat zij over geavanceerd wapentuig wilden beschikken, zouden zij het meest in economische hervormingen zijn geïnteresseerd.

In werkelijkheid was het verband waarschijnlijk andersom. Strijdkrachten vonden alles best, zolang zij financieel maar aan hun trekken kwamen en economische experimenten geen riskante politieke repercussies hadden. In de nadagen van de Sovjet-Unie zogen de militairen de helft van het BNP op. Van een dynamische en integrerende kracht werden de strijdkrachten een blok aan het been. Militaire regimes die nu nog bestaan, zoals van generaal Abacha in Nigeria, zijn ordinaire roversnesten.

Helemaal verdwenen is het verband tussen modernisering en wapentuig nog niet. Ironisch genoeg kwam het achtergebleven India - de grootste democratie ter wereld - deze maand met kernproeven, die moeten afdwingen dat het land voortaan als 'moderne' grote mogendheid serieus wordt genomen. Kernwapens zijn echter bij uitstek politieke - géén militaire - wapens. Militairen voelen zich veiliger met wapens die ook werkelijk kunnen worden gebruikt.

Hoewel militairen naar een autoritair conservatisme neigen, zijn er wel degelijk militairen geweest die hun land de moderne tijd hebben binnengeleid. Het Turkse leger ziet zichzelf nog steeds als bewaker van het gedachtengoed van Kemal Atatürk. De Arabische wereld kende vele 'progressieve' militaire regimes (kolonel Khadaffi zorgde in eigen land voor goede sociale voorzieningen en gezondheidszorg). Israël zou niet bestaan zonder zijn volksleger, dat progressieve waarden uitdroeg en joodse immigranten uit verschillende windstreken samensmeedde. Achteraf is ook de dictatuur van generaal Franco, die in de Spaanse burgeroorlog een romantisch bewind had verslagen en zich na zijn dood door een 'moderne' koning liet opvolgen, mild genoemd.

Erg positief kan de balans echter niet zijn. Als militairen aan de macht zijn, gaan zij vrijwel altijd over de schreef. Juist in hun handelsmerk - discipline - schieten zij tekort. Afrika heeft ontelbare militaire staatsgrepen meegemaakt. Latijns-Amerika kende een operettecultuur van pettenregimes, waaraan ook 'onze' Desi Bouterse een bijdrage heeft geleverd. In Argentinië en Uruguay, landen die begin deze eeuw tot de rijkste landen ter wereld behoorden, hebben militaire junta's zich verschrikkelijk misdragen. Ondertussen heerste er hyperinflatie en kostte een telefoonaansluiting - het contact met de moderne wereld - 2000 dollar.

Zelfs oorlogen winnen ging hen slecht af. De Argentijnse generaals kregen een lesje van Thatcher na hun annexatie van de Falklandeilanden in 1982. Eerder moest de junta in Griekenland in het zand bijten, nadat die in 1974 de Turkse bezetting van het noordelijke deel van Cyprus niet wist te voorkomen. Als militairen niet kunnen vechten, houdt alles op. Alleen Saddam Hoessein weet verloren oorlogen telkens te overleven.

Het is niet moeilijk een negatief beeld te schetsen van militaire regimes. Meestal zorgen ze ook nog voor corruptie en vriendjespolitiek, een systeem dat in het Indonesië van Soeharto een totalitair karakter heeft gekregen. Dat neemt niet weg dat economieën - zolang het goed gaat - in zo'n ondoorzichtig klimaat kunnen gedijen. Corruptie is lastig, maar voor zaken doen geen principieel probleem. Een autoritair bewind, hebben we bij de 'tijgers' Zuid-Korea en Taiwan gezien, is goed voor de stabiliteit, en vergemakkelijkt de eerste schreden naar een markteconomie.

Deze theorie staat ook als het 'Pinochet-model' bekend. Generaal Pinochet maakte in 1973 met harde hand een einde aan het linkse bewind van Salvador Allende en gaf vervolgens alle ruimte aan de liberale ideeën van de econoom Milton Friedman. Dit is zo'n succes geworden dat er in de postcommunistische wereld democraten zijn die dromen van een coup à la Pinochet. Mij lijkt dit model overigens moeilijk te kopiëren. Chili was begin deze eeuw al een democratie en kende een echte middenklasse. Bovendien was Pinochet - een gelovig man - niet corrupt.

Maar de 'sterke-mannen-in-spé' hoeven niet te wanhopen. Als zij zich een democratisch decorum aanmeten, zoals Charles de Gaulle in Frankrijk, is er voor 'modelgeneraals' een gat in de markt.

Overal loert de chaos. Vorige week, ergens diep in Siberië, won generaal Lebed verkiezingen. Die gebeurtenis, óók in Azië, zou in potentie wel eens belangrijker kunnen zijn dan de - onafwendbare - val van generaal Soeharto.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden