Mode met een scherp randje

Na jaren van meisjesachtige kleren heeft de vrouwenmode weer een scherp randje. De brede schouders uit de jaren tachtig bepalen het beeld voor zomer 2001....

DIT WAS DE show waarop iedereen de hele Parijse modeweek had gewacht: het debuut van Tom Ford voor Yves Saint Laurent Rive Gauche, de dames prêt-á-porterlijn van Yves Saint Laurent. De entree was ernaar. Langs een haag van mannelijke en vrouwelijke modellen in zwarte smoking, de vrouwen met niets en de mannen met alleen een zwarte stropdas eronder, liepen de genodigden over een zwart tapijt naar een zwart gebouw in de tuin van het Musée Rodin. Binnen was het al net zo zwart en hing de zwoele lucht van wierook.

Ford bracht een opvallend bescheiden, respectvol eerbetoon aan Yves Saint Laurent. Met vooral moderne variaties op de ultieme Saint Laurent-klassieker, de damessmoking. Goed breed in de schouders, met wijde broeken, die soms toelopende pijpen hadden en diep uitgesneden vestjes eronder. En subtiele, soms met veren en pailletten bewerkte korte jurkjes. Tailles werden, bij zowel de jurkjes als de pakken, hier en daar benadrukt door linten, die verschillende keren om het middel werden gewikkeld. Op de schoenen na was de collectie geheel uitgevoerd in zwart en wit.

Of, zoals Ford schreef in een statement dat op elke stoel in een zwart envelopje was neergelegd: 'In de wereld van vandaag is het belangrijk om dingen terug te brengen tot hun essentie. Om te distilleren. Alle overbodigheid weg te halen. Om ze puur te maken. Sterk. Duidelijk. Zwart en wit.' (Een principe dat hij niet had toegepast bij zijn slecht ontvangen Gucci-show, anderhalve week eerder in Milaan, waar hij vooral bh's onder transparante truitjes en satijnen corsetjurken liet zien). Het was, op een zwart plastic bustier met knipperlichtje op een tepel na, allemaal even modern, smaakvol, sexy en hebberig makend, maar toch niet helemaal de verwachte sensatie.

Ook in de collectie van Tom Ford was de grootste trend voor zomer 2001 terug te vinden: de jaren-tachtigrevival. Twee seizoenen geleden ingezet door Veronique Branquinho, en voor deze winter te vinden bij Marc Jacobs voor Louis Vuitton en Nicolas Ghesquière voor Balenciaga. Deze drie ontwerpers hebben de meest letterlijke verwijzingen naar die periode alweer losgelaten, maar in grote lijnen is het beeld tot een heleboel andere ontwerpers doorgedrongen. Het is tenslotte het meest logische vervolg op de al jaren voortdurende jaren-zeventigmode.

Wat hadden we ook alweer aan in die tijd? Een beetje agressieve kleren. Ongetailleerde, oversized colberts met brede schouders en lage revers. Veel, heel veel zwart en grijs. Broeken die hoog in de taille kwamen met toelopende wortelpijpen. Tot op de heupen vallende truien met vleermuismouwen en een V-hals op de rug, of truien die één schouder blootlieten. Asymmetrische blouses en jasjes. Brede, beslagen heupceintuurs. Nethemdjes met enorme armgaten. Oranje oogschaduw. Big hair. Kleren die geïnspireerd waren op de jaren vijftig, het tijdperk dat in de jaren tachtig aan zijn eerste revival begon.

Het was allemaal (in het laatste geval hebben we dus te maken met een soort retro-retro mode) terug te vinden in de collecties. Na jaren van vooral meisjesachtig lieve kleren - frêle jurkjes en soepele rokjes, een zacht vestje in plaats van een jasje en Chinese slippertjes met bloemetjes erop - heeft de vrouwenmode weer een scherp randje.

De jaren tachtig waren in hun meest pure vorm terug te vinden bij de jonge Franse ontwerper Gaspard Yurkievich, de Belgische Veronique Leroy en de Amerikaan Jeremy Scott. Bijvoorbeeld in strakke, toelopende, te korte, felgekleurde leren broeken met ritsjes onderaan de pijpen bij Leroy, vleermuismouwen en het soort prints waar de Dolly Dots zo dol op waren bij Yurkievich, en jaren-tachtig/jaren-vijftigkleren bij Scott. De eigen inbreng was soms moeilijk terug te vinden. Hoewel er natuurlijk een belangrijk verschil is: in de echte jaren tachtig was mode een bloed ernstige zaak. Nu zijn de kleren uit die tijd vooral ook grappig.

Dat neemt niet weg dat het silhouet serieus aan het veranderen is. Bandplooien, brede schouders, wijd ingezette mouwen en niet-getailleerde jasjes waren echt overal te zien. Dries van Noten had zijn collectie geïnspireerd op de jaren twintig, maar de jasjes die over zijn mooi gekleurde, soepel vallende kleren werden gedragen, waren recht en hadden nadrukkelijke schoudervullingen.

Martin Margiela had net als in zijn vorige collectie super oversized colberts en rokken, die er opeens weer erg nieuw uitzien. Ann Demeulemeester combineerde haar grote zwarte colberts met net iets kortere minirokjes en stoere laarzen.

Het is misschien even schrikken, vooral voor wie het allemaal al eens heeft meegemaakt, maar uiteindelijk heel draagbaar. Neem brede schouders: die maken de rest smaller. Het is niet voor niets dat zoveel vrouwen nooit helemaal afscheid hebben kunnen nemen van hun geliefde schoudervullingen.

Naast de jaren tachtig was er nog een catwalktrend: tassen. Tassen zijn de must-have accessoires van dit moment, en dus moeten de nieuwe geldmakers van de modehuizen het plankier op. Al doet dat vaak geforceerd aan, zoals bij Dries van Noten, waar wel erg veel modellen een verder trouwens prachtige polstas vasthielden. Bij Balmain, een van de vele opgehipte oude labels, waren de tassen - en de merknaam erop - bijna net zo groot als de modellen.

Des te knapper was daarom de deels op de tas geïnspireerde show van Yohji Yamamoto. Hij liet mouwen uitlopen in tassen, een blouse kwam onder de hals samen in een tasbeugel, en een zwarte zijden avondjurk had onder aan de rug een ingebouwde glittertas. Het zag er niet eens gekunsteld uit.

Net zo mooi was de show van de Belgische Veronique Branqhuino. Vorig seizoen stapte ze radicaal van meisjesachtige jaren-tachtigkleren naar een heel klassieke, vrouwelijke sfeer die leek te zijn gebaseerd op Annie Hall. Haar zomercollectie, geheel uitgevoerd in zwart, wit, grijs en beige, is al net zo elegant. Ook bij haar truien met heupband, rugdecolleté en vleermuismouwen (gecombineerd met soepele rokken tot over de knie) en rechtvallende, brede en hier en daar mouwloze jasjes. Het zag er, in zijn strenge damesachtigheid, vooral eigen en bijna tijdloos uit.

Naast de Belgen zijn Nederlandse ontwerpers inmiddels een vast onderdeel van de Parijse shows, al presenteren ze meestal buiten het officiële programma om. Om te beginnen zijn er natuurlijk Viktor & Rolf, wier tapdansshow op zondag een triomf was. Saskia van Drimmelen liet mooi gemaakte, draagbare kleren zien, zoals een felroze pak en drukbewerkt minirokje onder een langere jas. Ook zij had tassen. Ze hadden iets weg van de revolverholsters, die onder de oksel gedragen worden. Niels Klavers had oversized modellen, gevouwen en geplooid tot gebeeldhouwde kleren met couture-allure. En, inderdaad, Klavers had bijpassende geplooide tassen.

Het sterkst van de (nog) minder bekende Nederlanders was het duo Oscar Suleyman. Rechte jassen en jurken tot op de knie, strokenrokken, een straktoelopende bermuda. Mooie vondst was hun broek die extreem laag op de heupen viel, waar een overhemd in werd gedragen, in de taille ingesnoerd door een ceintuurtje. Alles uitgevoerd in zwart (leer), een grijze denim, een grijze stof met een print van zaadcellen (!) en een beetje wit, zonder ook maar één overbodig detail. Een volwassen, eigenzinnige, tikje agressieve collectie, precies passend in het nieuwe silhouet, zonder retro te zijn.

Ronald van der Kemp (ex-Barneys, ex-Guy Laroche) is een geval apart. Hij presenteerde zijn tweede collectie onder eigen naam wederom in zijn eigen Parijse appartement, waar modellen op verzoek ontwerpen aantrokken. Supersexy kleren, allemaal gemaakt van de mooiste materialen. Super jaren tachtig ook. Opvallend was de donkerbruine legging/sarong en een kort, wit jurkje met ruimvallende bovenkant en strak minirokje.

Het is het soort kleren waarin supermodellen en socialites hun vakantie doorbrengen. De Nederlandse winkelier die was komen kijken, vond het prachtig, maar kon het helaas niet inkopen. Te duur, te glamorous.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.