Mode is...

De Arnhemse modebiënnale is in vier jaar tijd uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Op de hoofdtentoonstelling ontvouwen jonge en bekende ontwerpers hun visie. Maar waar zijn de kleren?

Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Toen het Belgische modeontwerpersduo A.F. Vandevorst werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de Arnhem Mode Biënnale, had vast niemand verwacht dat ze met een enorme kaars op de proppen zouden komen. Toch hebben ze dat wel gedaan. Een kaars in de vorm van een levensgroot, liggend meisje is het geworden, een meisje van witte was in een ziekenhuisbed. De komende maand zal ze elke dag branden. Totdat er op 3 juli, als de modetentoonstelling eindigt, niets meer van haar over is.


De Arnhemse modebiënnale, waarvan woensdag de vierde editie van start ging, is uitgegroeid tot het grootste culturele modefestival ter wereld. Een maand lang zijn er in de stad modeshows, lezingen workshops en tentoonstellingen te bezoeken, waarvan de hoofdexpositie op het fabrieksterrein van sponsor AkzoNobel de belangrijkste is.


Daar ligt het kaarsmeisje van A.F. Vandevorst. Daar staat de jurk van water van Iris van Herpen middenin een fontein, daar zijn stukken uit de zomercollecties van Prada en Jill Sander te zien. In speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installaties, want dat was de vraag dit jaar van de organisatie: lever vooral niet alleen outfits aan, maar ook de omgeving die daarbij past. 'Wil een modeontwerper succesvol zijn, dan moet hij zoveel meer dan alleen een kledingstuk creëren: een sfeer, een visie, een andere wereld', meldt de catalogus - vandaar de opvatting dat ook de expositie eerder uit sferen dan uit kleren moet bestaan.


AMBer

Geheel in die geest loop je de fabriekshal binnen door een gang waar 75 meter lang wel ijle geluiden klinken, maar niets te zien is. Nou ja, bijna niets - op de grond loopt een kronkelige lijn die een voortzetting van de handtekening van Amber moet verbeelden, de naam die je op en rondom de biënnale voortdurend tegenkomt op billboards en banieren.


AMBer staat op z'n eenvoudigst voor Arnhem Mode Biënnale. Maar ze is ook, zo meldt artistiek directeur Joffrey Moolhuizen, de muze van de biënnale en tegelijkertijd de verpersoonlijking van de mode. In een 'liefdesbrief' in de catalogus wendt hij zich tot haar: 'Je illustreert de constante beweging in mijn leven met dikke klodders van verfijning en kleurt mijn mooiste momenten. (...) De ultieme transformer - degene die ons schoonheid laat zien en ons helpt bepalen wie we zijn.'


Het is bloemrijk taalgebruik van de man die zich het liefst JOFF laat noemen, en ook wel een beetje ingewikkeld allemaal. Want hoe vind je Amber terug in de tentoonstelling en wat moet je eigenlijk als bezoeker met zo'n fictief vrouwspersoon?


Ter geruststelling: niets. De biënnale is heel goed te bezichtigen zonder je veel van de cryptische Amber aan te trekken. Concreet wordt ze wel in het parfum met dezelfde naam, dat tijdens de biënnale te koop is - geen evenement zonder souvenir tenslotte, en wat is er nu beter aan herinneringen te koppelen dan een geur?


Vijftig liter make-up

Vandaar ook dat de tweede zaal van de expositie, die na die lange gang komt, geheel gewijd is het parfum. In een duistere ruimte staan op sokkels zes verlichte verstuivers die alle ingrediënten van de geur verspreiden: meloen, viooltjes, sandelhout en amber, vanzelfsprekend. Je snuffelt er even aan en loopt verder, langs een collage van foto's die van alles tonen - bomen, vervormde gezichten - maar geen mode.


In de volgende hal staat dan plotsklaps een bed. Een tweepersoonsbed met een aftandse stoel ernaast en een bureau met een gedateerde computer. Het is de oude studentenkamer van kunstenaar Amie Dicke, waarop in de komende maand uit spuitkoppen aan het plafond vijftig liter foundation zal neerdalen. Vijftig liter vloeibare make-up, die de hele installatie langzaam maar zeker in huidkleur zal hullen. Het is intrigerend werk, maar wederom: geen kledingstuk te zien.


Het benadrukt de opvatting van de tentoonstellingsmaker dat mode vooral sfeer is. Maar het is toch wel fijn om na zo'n lange inleiding eindelijk een zaal met kleding binnen te stappen, met 22 outfits van even zoveel jonge ontwerpers van de beste modeopleidingen ter wereld.


Het is een indrukwekkend overzicht, alleen al door de grote hoogte waarop de paspoppen staan. Er is werk van de veelbelovende Maarten van der Horst, net afgestudeerd aan de Londense academie Central Saint Martins, wiens ontwerpen al door Lady Gaga worden opgevraagd. Er staat een kleurrijk pak uit de wintercollectie van Bas Kosters, een bijzonder ingenieuze jurk van Marga Weimans van wie binnenkort ook werk in het Groninger museum te zien zal zijn.


Het gaat er op de Mode Biënnale niet om een stand van zaken in de internationale modewereld te laten zien, of een overzicht van de belangrijkste trends. Het selectiecriterium is simpelweg kwaliteit: wie zijn op dit moment de interessantste ontwerpers?


Prada

In het hart van de tentoonstelling, drie in elkaar overlopende zalen in het midden van de fabriek, geeft samensteller Joffrey Moolhuizen zijn persoonlijke antwoord. Daar staan Prada, Raf Simons (een keer met mannenmode voor zijn eigen label, een keer met stukken uit de zeer trendsettende colour blocking-collectie voor Jill Sander), Rodarte, Rad Hourani, de Nederlandse Iris van Herpen en Klavers van Engelen. Hij had ook graag de bejubelde ontwerper Haider Ackerman gestrikt, maar dat is niet gelukt. Eisen aan de actualiteit van de inzendingen werden niet gesteld: het mocht oud werk zijn, recent werk of speciaal voor de tentoonstelling gemaakt.


Opwaaiende jurken

Klavers van Engelen installeerden een windorgel waardoor de jurken uit hun collectie van deze zomer hoog opwaaien. De broeken en jasjes van ontwerper Patrik Ervell zijn samengeperst tussen glazen platen, als bloemen in een natuurhistorisch museum. De drie outfits uit de lente/ zomercollectie 2011 die Prada uitleende - waaronder de al bijna iconische bananenbloes - staan op door Rem Koolhaas ontworpen ijzeren podia. De kleren van Jill Sander staan achter kunststoffen lenzen die de perfecte uitvoering ervan uitvergroten.


Elke installatie op zich is doordacht, maar ze zijn niet stuk voor stuk even boeiend. Hier, in het centrale deel van de expositie, waar de grootste namen staan, heerst het minste sfeer. De ruimte is zo immens dat alle losse elementen weinig samenhang krijgen, en erg opwindend zijn ze ook niet allemaal. Wat overeind blijft zijn de kleren. Die zijn hier en daar beeldschoon. Maar geraakt word je pas door dat ene werk waar geen stukje textiel aan te pas komt: het brandende meisje van A.F. Vandevorst. Het beeld is brutaal en poëtisch tegelijk, en het verwijst rechtstreeks naar de ziekenhuissfeer die het merk, dat een rood kruis als logo voert, vaker inspireert. Wat precies past bij de boodschap van deze biënnale: mode is veel meer dan kleren alleen.


Joffrey Moolhuizens (34) is de nieuwe artistiek directeur van de Arnhem Mode Biënnale. Hij volgde modeillustrator Piet Paris op die de eerste drie edities leidde. Moolhuizen: 'Piet was een docent van me. Aan het begin lagen we elkaar niet zo - ik was jong en eigenwijs - maar later hebben we elkaar gevonden. Hij vroeg me om te assisteren bij de eerste biënnale, bij de tweede was ik co-curator. Voor dit jaar heb ik de deelnemende ontwerpers gevraagd om een totaalbeeld. Een presentatie waarmee ze de identiteit van hun merk neerzetten. Niet elke modeontwerper is de perfecte installatiekunstenaar, maar het is goed om te zien wat er gebeurt als ze verder mogen denken dat kleren alleen. Ann-Sofie Back wilde een fucking machine, een grote glazen dildo, met een jurk erin die zweeft als een zeeanemoon. Ze zei: 'Fashion to me is porn.' Misschien snapt niet elke bezoeker die installaties, maar dat geeft niet. Dit uitgangspunt zet aan tot nieuwe dingen. De Biënnale kan wegblijven van de commercie en creatieve vrijheid bieden.'


Klavers van Engelen

Van alle Nederlandse deelnemers aan de hoofdtentoonstelling van de Arnhem Mode Biënnale nemen de modeontwerpers Niels Klavers (43) en Astrid van Engelen (40) de meest prominente plaats in, tussen Prada en Jill Sander in. Voor de hoofdtentoonstelling maakte het duo een windorgel. Op speciaal voor de installatie gecomponeerde muziek wapperen de stoffen van hun jurken omhoog. Klavers: 'Ik woonde vroeger in de buurt van de Efteling. Daar had je een waterorgel, dat vond ik prachtig als kind. Toen ons werd gevraagd om voor de tentoonstelling een soort wereld te creëren, kwam ik op het windorgel. Het past bij ons merk. We krijgen nogal eens te horen dat onze kleding lijkt te dansen door de beweging van de stof.'


Het duo Klavers van Engelen bestaat sinds 1998. Hun ontwerpen waren vanaf het begin geliefd in het museum. Toen ze in 2007 na een pauze van vier jaar hun samenwerking weer voortzetten, ontvingen ze voor hun collectie meteen de Dutch Fashion Award voor beste ontwerpers. Inmiddels richten ze zich op het maken van meer toegankelijker kleding.


Klavers: 'Alle patronen van onze laatste collectie komen voort uit een vierkante lap. Maar het is wel vrouwelijk. We willen af van dat museale en monumentale dat onze kleding lang heeft gekenmerkt. Hier kun je juist zien hoe mooi de jurken bewegen.' Eerder maakte Klavers van Engelen een collectie op basis van cirkels.


Over de installatie zegt Van Engelen: 'We moesten het wel aanpassen voor deze installatie. Oorspronkelijk hadden we crèpe georgette gebruikt voor de jurken, maar die stof is te open geweven, die ging niet omhoog. Nu is het voile. En we moesten de kleding strakker maken. Anders waaide de hele jurk omhoog, en wij wilden dat alleen bepaalde delen opwaaien. Het doet misschien aan Marilyn Monroe denken op het luchtrooster, maar dat was een erotisch beeld. Dat is dit niet. Eerder poëtisch.'


Wat moet je zien?

Er zijn drie exposities tijdens de Arnhem Mode Biënnale: op het AkzoNobelterrein, in het Museum voor Moderne Kunst en op billboards in de stad. Daarnaast is er nog een heel programma aan activiteiten. Een selectie:


Op 2, 3, 4 en 5 juni geeft mode- en catwalkfotograaf Peter Stigter workshops straatmodefotografie. In groepjes van vijf gaan deelnemers de straat op om bijzonder geklede mensen te fotograferen. Kosten: 95 euro incl. lunch.


Op 9 en 10 juni vindt de eindexamenshow plaats van de modeafdeling van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, waar onder meer Viktor & Rolf en Iris van Herpen afstudeerden. Toegang: 15 euro.


Op 11 juni vindt de Nacht van de Mode plaats, eerst in het Arnhemse modekwartier Klarendal, vanaf 12 uur 's nachts in de hoofdexpositie op het AkzoNobel-terrein. Die is de hele nacht open en er is ook een feest met muziek, performances en na afloop een ontbijt. Toegang: 20 euro.


Tijdens workshops in het LeerLokaal, een atelier voor leerbewerking, kun je zelf een tas of riem maken met speciaal daarvoor geschikte machines. 11 en 25 juni (tas), 18 juni en 2 juli (riem), kosten: 75 euro, incl. lunch, excl. materiaal.


Op het terrein van de hoofdexpositie zijn er een aantal lezingen bij te wonen: over het verband tussen mode en muziek, film en fotografie (17 juni), over parfum en styling (23 juni) en over het cureren en presenteren van mode (30 juni). De lezingen zijn in het Engels. Toegang: 12,50 euro.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden