Mobieltjes rinkelen op Tiananmen

China maakt een grote telefonische inhaalslag. In een land waar vanouds slechts een minieme minderheid over een gewone telefoon beschikte, schaffen nu miljoenen een mobieltje aan....

CHINA WIL de wereld gaan veroveren. Niet met traditionele wapens, maar met de zaktelefoon. China Mobile, de op één na grootste mobiele aanbieder van de wereld en binnenkort de grootste, heeft onverwacht besloten grote investeringen in het buitenland te doen.

Cijfers zijn vaak relatief, maar in een giga-land als China zijn ze nog relatiever. Neem de cijfers over de hoeveelheid zaktelefoons in het Rijk van het Midden. Nog geen 5 procent van de Chinese bevolking heeft zo'n handig apparaatje.

Maar die kleine 5 procent zijn wel 57 miljoen mensen, en iedere maand komen er ruim twee miljoen bij. Nergens ter wereld groeit de mobiele telefonie zo snel. Het einde van die groei ligt ver over de horizon. Over zeven jaar heeft China meer zaktelefoons dan de Verenigde Staten inwoners.

De eerste draagbare telefoons verschenen in China tien jaar geleden. De regering investeert zes miljard dollar per jaar in deze vorm van telecommunicatie, die in China nog meer voordelen heeft dan elders. In een land waar de gewone telefoon vanouds het privilege was van een piepkleine minderheid, kon dankzij het mobieltje een complete technologische fase worden overgeslagen.

Het bekabelen van steden en dorpen en het bouwen van klassieke telefooncentrales vallen een stuk duurder uit dan de kosten van de apparatuur voor mobiele telefonie. Beter dus direct maar draadloos. Een zelfde inhaalmanoeuvre hoopt men nu te maken met internet: mensen voor wie een computer te duur is, moeten maar een WAP-zaktelefoon kopen. Met zo'n apparaatje kunnen ze ook over het web surfen.

Veel Chinezen die nog nooit een vaste telefoon hadden gehad, kochten direct een handsetje. Al snel groeide de vraag sneller dan die naar gewone telefoons, televisietoestellen, ijskasten of andere huishoudelijke apparatuur. De groeicurves schoten de grafieken uit. Eind 1997 waren er 13,7 miljoen abonnees, een jaar later 25 miljoen, en nu zijn het er al weer ruim twee keer zoveel.

De Chinezen zijn verliefd geworden op hun shouji, wat letterlijk handmachine betekent. In de steden zie je ze overal, ook in de handen van minder draagkrachtigen, zoals straatverkopers. Telefoonboutiques schieten als zwammen uit de grond. De potentiële klant krijgt al op straat een zwerm ronselaars om zich heen die hem proberen mee te tronen.

Toch is een shouji bepaald niet goedkoop. Twee jaar geleden kostte een niet al te slecht model al gauw duizend gulden. De aanschafprijs is inmiddels gehalveerd, maar het gebruik is peperduur gebleven. Aan de vaste kosten, vijftien gulden in de maand, zal dat niet liggen. Wie niet internationaal belt, hoeft ook geen hoge rekening te verwachten.

Nee, het verraderlijke van de Chinese zaktelefoon is dat je niet alleen betaalt voor de uitgaande, maar ook voor de inkomende gesprekken. De teller gaat al tikken zodra het apparaatje begint te rinkelen. Beantwoord of onbeantwoord, gewenst of ongewenst, verkeerd verbonden, het maakt niet uit: zonder pardon worden telefoontjes niet alleen bij de beller, maar ook bij de gebelde in rekening gebracht.

Deze dubbele aanslag moet uniek zijn in de wereld. Maar eindelijk is dan toch officieel tegen deze praktijk geprotesteerd. Op de laatste plenaire jaarzitting van het Nationale Volkscongres, de Volksrepublikeinse versie van een parlement, heeft een afgevaardigde het voorstel ingediend om van China op dit punt een normaal land te maken. Als de tendens om bellen goedkoper te maken zich doorzet, moet de tijd niet ver meer zijn dat je zonder angst voor je portemonnee je mobiele telefoon kunt beantwoorden.

DE APPARAATJES zijn voor 90 procent van buitenlandse makelij. Het Amerikaanse Motorola, het Zweedse Ericsson en het Finse Nokia zijn dan ook zeer ingenomen met de Chinese telefoneerdrift. En ze zijn zeer bezorgd over plannen van de regering om hun marktaandeel terug te dringen - voor Ericsson en Nokia is China na de VS de grootste afzetmarkt - ten voordele van beginnende nationale industrieën.

De telefoniebedrijven zelf zijn alle van de staat. De controle over een vitale sector als communicatie wil de staat, dat wil zeggen de communistische partij, niet uit handen geven. Dat zal ook niet gebeuren na de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), al zijn wel grote concessies gedaan. Volgens het in mei van dit jaar gesloten WTO-akkoord met de Europese Unie zullen buitenlandse bedrijven een belang van maximaal 49 procent kunnen krijgen in Chinese mobiele-telefoonmaatschappijen.

Veruit de grootste van die maatschappijen, met een marktaandeel van bijna 90 procent, is China Mobile. Met zijn ruim vijftig miljoen abonnees moet het op wereldniveau alleen nog in Vodafone (57 miljoen) zijn meerdere erkennen. Maar die achterstand denkt het bedrijf voor het eind van dit jaar te hebben weggewerkt.

Voor het eerst zal dan in de telecommunicatie-industrie een Chinese onderneming de grootste van de wereld zijn. Op internet moet dat ook snel het geval zijn, maar daar liggen kolossale politieke problemen op de loer. President Jiang Zemin heeft een paar dagen geleden nog een vurig pleidooi gehouden voor de invoering op grote schaal van de informatietechnologie, maar met zijn obsessie om het wereldwijde web te controleren op politieke correctheid dreigt het bewind de kip met de gouden eieren te slachten.

Via een dochterbedrijf is China Mobile genoteerd op de beurs van Hongkong, waar het de laatste twaalf maanden 154 procent in waarde is gestegen. China Mobile Hong Kong is nu met een marktkapitaal van 107 miljard dollar het rijkste bedrijf in Oost-Azië, Japan niet meegerekend. Die bonanza moet de managers hebben verleid tot een paar gewaagde operaties.

Nog dit jaar wil China Mobile Hong Kong de telecommunicatiebedrijven overnemen van vier Chinese provincies en van de metropolen Shanghai, Peking en Tianjin. Samen hebben die zestien miljoen abonnees. Ze zijn nu nog eigendom van het moederbedrijf China Mobile. De financiering van die doorsluizing kan echter problematisch worden, en in China zelf zijn er kapers op de kust: China Telecom en diens veel kleinere, maar door de regering voorgetrokken rivaal China Unicom.

OM DE concurrentie - een onbestaanbaar begrip in China toen het land nog orthodox-communistisch was - het hoofd te bieden, wil China Mobile zijn activiteiten uitbreiden in het binnenland en tegelijk zijn vleugels uitslaan naar het buitenland. Daartoe, zo onthulde de Financial Times, zijn al 'strategische overeenkomsten' aangegaan met een aantal westerse telecombedrijven. Welke dat zijn en om hoeveel geld het gaat, is nog onbekend. Ook zijn buitenlandse adviseurs en marketeers ingehuurd.

De Britse krant vindt dit besluit een vergissing. Het 'ondoorzichtige' China Mobile kan veel leren van buitenlandse experts, meent het blad, maar dan wel om nog meer te groeien in China zelf, en niet om een internationale positie op te bouwen. Er zijn geen tekenen dat China Mobile zich iets van dit advies zal aantrekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden