Mister Drawing

Tekenaar Arno Kramer vecht hard voor het bestaansrecht van zijn 'oude lullenmetier'. De Pont in Tilburg exposeert werk van de laatste tien jaar.

In 1995 bracht Arno Kramer (1945) een maand door in Ierland. Een openbaring: 'Ik zat als artist in residence in een atelier met uitzicht op zee. Dag in dag uit deed ik niets anders dan tekenen. Heel simpel, houtskool op papier. Stukjes natuur, hazen.' Het landschap en de afzondering misten hun uitwerking niet: 'Die werken voelden meteen anders: eigener, authentieker.' Toen wist hij dat hij enkel nog wilde tekenen.


Inmiddels zijn we twintig jaar verder en is de tekenkunst niet meer weg te denken uit Kramers leven. Noem het passie of routine, bijna dagelijks gaat hij het witte vel te lijf. De vruchten van die sessies, soms naar foto's, soms uit het hoofd, zijn ijle, spookachtige voorstellingen die vaak iets decoratiefs hebben en die werden getoond in musea in Nederland, Frankrijk en Ierland.


En die nu dus te zien zijn op een tentoonstelling in De Pont, Tilburg, de weerslag van tien jaar gedreven tekenen, heel eervol.


Het is een week voor de opening en hij ontvangt in zijn vrijstaande woning met aanpalend atelier in het dorpje Broekland, tien minuten met de auto van Deventer Centraal. Wilt u een voorbeeld van een sympathieke kerel - Arno Kramer is het. Een doorpakker ook. Zijn oeuvre kan, met enkele duizenden tekeningen, gerust groot worden genoemd.


Een van die tekeningen is Zonder Titel uit 2013, een tekening met waterverf van een haas in een ondefinieerbare ruimte. Het is typisch Kramer. Paarsige grijzen. Efemere tekenhand. Straks zal het in de tentoonstelling hangen; nu bekijken we het aan zijn eettafel, op de proefvellen van de catalogus.


Wist u van tevoren wat u wilde tekenen?

'Ik wist dat ik een haas wilde maken. Ik hou namelijk erg van hazen: stoere beesten, elegant. Heel anders dan konijnen, dat vind ik dus dieren van niks. Maar alleen een haas is nooit genoeg. Er moest nog iets bij, iets dat voor weerstand zorgt. Dat werden die stippen en netvormen. Toeval is hier heel belangrijk. Het beeld stuurt zichzelf. Het gaat met me aan de haal.'


Wat is de lakmoesproef voor zo'n tekening?

'Twee dingen. Een: er moet een ontwikkeling plaatsvinden ten opzichte van eerder werk. En twee: die verschuiving moet me bevallen. Kwaliteit gaat voor mij aan de bepaling vooraf. Ik kan het aanvoelen, maar nog niet beschrijven. Het gaat niet vanzelf. Ik flikker veel weg.'


Deze tekening, al uw tekeningen eigenlijk, heeft iets ongedefinieerds. De haas staat niet echt in de ruimte, hij zweeft rond.

'Het mag inderdaad niet te realistisch zijn.'


Je kunt ook denken: Kramer kan geen figuur in een ruimte neerzetten.

Hij lacht. 'Dat kan ik waarschijnlijk ook niet. Althans, niet echt goed: het zou me veel moeite kosten. Toen ik op de academie kwam, werd er al niet meer onderwezen in de techniek van het figuur tekenen. Wat ik kan, heb ik mezelf aangeleerd en van tekenclubjes. Ik ben een zwoeger, geen virtuoos.'


Een zwoeger met een roeping, dat wel. En die roeping luidt: de Nederlandse tekenkunst promoten. Mr. Drawing noemde Volkskrant-redacteur Rutger Pontzen hem ten tijde van All About Drawing, de tentoonstelling die hij in 2011 in het Stedelijk Museum Schiedam mede samenstelde. Een erenaam en toch: hij kan zich Koning Eenoog voelen als mensen hem weer eens toevoegen dat hij 'zulke goeie dingen doet voor de Nederlandse tekenkunst'.


Kramer: 'Doe zelf ook eens wat, denk ik dan. Organiseer iets.'


Uw activiteiten krijgen weinig navolging?

'Nauwelijks. Zeker, Boijmans Van Beuningen en het Rijksmuseum hebben prentenkabinetten, maar voornamelijk oude kunst. Voor hedendaagse tekenaars is het armoe troef. Benno Tempel, directeur van het Haags Gemeentemuseum, beloofde een paar jaar terug meer aandacht aan tekeningen te schenken. Weinig van gemerkt. Het Stedelijk had een conservator voor tekenkunst. Wegbezuinigd. Datzelfde museum, dat meer dan 50 duizend tekeningen bezit, had bij de eerste collectie-opstelling een kabinetje uitgetrokken voor tekeningen. Een kabinetje!'


Hoe kan dat?

'Tekenen staat misschien bekend als oude lullenmetier.'


Zijn er geen praktische redenen? Tekeningen zijn kwetsbaarder dan schilderijen.

'Neuh... dat speelt geen rol. Het medium is gewoon veronachtzaamd.'


Is dat erg? Komen tekeningen eigenlijk niet beter tot hun recht in een boek?

'Dat hoor ik vaker, maar wie tekeningen in een boek bekijkt, mist veel: het tactiele, het materiaal, het reliëf. Een reproductie is vlak, in een tekening zit diepte.'


Staart u zich niet blind op musea? Er bestaan toch ook andere podia?

'Daar heb je een punt. Goede tekenaars als Robbie Cornellissen of Hans op de Beeck experimenteren veel met film en er verschijnt een vloed aan graphic novels, animaties, cartoons en videoclips gemaakt door geniale tekenaars, de Rembrandts van deze tijd, best mogelijk. Ze vallen buiten mijn directe aandachtsveld, maar dat betekent niet dat ze er niet zijn. Misschien heb ik een vertekend beeld, dat zou kunnen. Wie weet hebben tekenaars in de brede zin veel meer mogelijkheden dan ik denk.'


Arno Kramer (1945) is een Nederlandse beeldend kunstenaar en curator, vooral bekend van zijn tekeningen en grafisch werk. Hij werd opgeleid als instrumentenmaker en exposeerde in Nederland, Duitsland, Zweden, Ierland en de Verenigde Staten. Hij doceerde van 1986 tot 2006 aan de Academie voor Kunst & Industrie in Enschede en is curator van het Drawing Centre Diepenheim. In 2010 kreeg hij de Gulden Adelaar, de tweejaarlijkse culturele prijs van de gemeente Deventer. Kramer woont en werkt sinds 1974 in Broekland, Overijssel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden