Mister BIG

In rap tempo verovert hij de internationale architectuurwereld. De nieuwe Rem Koolhaas wordt de Deen Bjarke Ingels ook wel genoemd. Zijn strategie is gelijk de naam van zijn kantoor: BIG.

Je moet het maar durven: als jonge architect, van nog geen 35 jaar, jezelf op één lijn zetten met grootheden als Ludwig Mies van der Rohe, Philip Johnson, Rem Koolhaas en Barack Obama. En dat nota bene in een architectuurpublicatie die verpakt is als stripboek. Bjarke Ingels, oprichter van het Deense bureau BIG, doet het in zijn monografie Yes is more (2009) waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Met een grote grijns op zijn jongensachtige gezicht verkondigt hij zijn motto, afgeleid van beroemde credo's als 'Less is more' en 'Yes we can'.


Gehuld in zwart T-shirt (voorzien van tekstballon), zwarte broek en gympen, neemt hij je vervolgens mee naar wat het tegenovergestelde is van de duistere stripstad Gotham City: een blije wereld waarin Ingels' 'pragmatisch-utopisme' zegeviert, een combinatie van wilde ideeën en praktische oplossingen. Ingels leidt je langs gebouwen als bergen, cascades en draaikolken waarin free-runners figureren. De bevlogenheid en de energie spat er vanaf.


Dit is de wereld van BIG, het architectenbureau dat zes jaar geleden de ingeslapen architectonische wereld van Kopenhagen op z'n kop zette met opvallende ontwerpen. Het grenzeloze positivisme dat Ingels in Yes is more tentoonspreidt - gebracht met een flinke dosis humor - werkt als een sprankel van hoop in tijden van grote crisis. Terwijl de bouwsector nog altijd in mineurstemming verkeert, heeft hij een goedgevulde portfolio en wint hij competitie na competitie. In Denemarken, in Europa en Azië, en nu ook Amerika. De afgelopen drie maanden alleen al sleepte hij opdrachten binnen voor het Nationaal Museum in Groenland, een woongebouw met 600 appartementen in New York, een afval- en energiecentrale in Kopenhagen, een masterplan voor de snelweg-entree van Noord-Stockholm en een 15 duizend vierkante meter omvattend ecologisch woningbouwproject in Kouvola, Finland.


Zijn naam zingt rond in de internationale architectuur scene; Bjarke Ingels is een fenomeen. Het geheim van zijn succes? Groot zijn - de naam BIG (Bjarke Ingels Group) zegt het al. Ingels wil groot denken, grote gebouwen maken. In een paar jaar tijd liet hij BIG uitgroeien tot een bureau met honderd werknemers, met vestigingen in Kopenhagen en New York.


'Zijn naam is zijn strategie', zegt de eveneens jonge en succesvolle architect Nanne de Ru, die dit jaar de prestigieuze Jonge Maaskantprijs ontvangt. 'En dat is een hele slimme strategie. Door te kiezen voor snelle groei, gericht op een flinke omzet, kan BIG meedoen aan allerlei Europese aanbestedingen waar beginnende bureaus als wij buiten vallen.'


De fascinatie voor het grote had Ingels al tijdens zijn studie architectuur. Hij raakte geboeid door het werk van Rem Koolhaas en diens boek S, M, L, XL (1995). De nieuwe manier waarop Koolhaas architectuur benaderde - niet als autonome kunstvorm, maar als een discipline die in directe relatie staat tot sociale, economische, politieke en culturele fenomenen - sprak hem aan. Architectuur als instrument om de wereld te veranderen. En dus ging Ingels in 1998, direct na zijn studie, in de leer bij Koolhaas' bureau OMA in Rotterdam.


BIG is zodoende een product van de Nederlandse Superdutch-school die in de jaren negentig de wereld veroverde. Ingels' conceptuele manier van denken (in diagrammen), evenals de vorm van zijn gebouwen, met vloeren en daken die overvloeien in gevels en met gestapelde functies, zijn voor Nederlandse architecten een feest der herkenning.


'Het knappe is dat Ingels dingen die bureaus zoals het onze of MVRDV alleen maar tekenen op zo'n manier weet te brengen dat opdrachtgevers ermee weglopen', zegt Kamiel Klaasse van NL Architects, dat qua stijl verwant is aan BIG. Een voorbeeld: voor zijn ontwerp van het Deense EXPO-paviljoen overtuigde Ingels het Deense parlement van de noodzaak om 500 duizend liter havenwater plus het standbeeld van de Kleine Zeemeermin uit Kopenhagen over te laten vliegen naar Shanghai. Klaasse: 'Met zijn extreme zelfvertrouwen creëert hij zijn eigen mythe. Ik bedoel: als je jezelf zonder enig spoor van ironie BIG kan noemen...'


Tegelijkertijd is dat wat Ingels verweten wordt: gebrek aan zelfkritiek, gebrek aan diepgang. Waar bureaus als OMA en MVRDV met hun radicale ontwerpen fenomenen als 'winkelen' (OMA voor Prada) en 'megastallen' (MVRDV's Pig City) ter discussie stelden, bedient Ingels zich alleen van de Superdutch-signatuur. BIG's gebouwen hebben de wow-factor, maar doen geen uitspraak over waar het met de wereld naar toe moet.


Dat is een bewuste keuze, legt stripheld Ingels uit in Yes is more. Want waarom zou je een revolutie willen ontketenen als architect? Je afzetten tegen je voorgangers om vervolgens het wiel opnieuw uit te vinden? Ingels streeft naar 'architectonische evolutie', oftewel: het verbeteren van bestaande typologieën. Een voorbeeld is het 8 house in Kopenhagen, dat eind vorig jaar werd opgeleverd. Een standaard gesloten bouwblok met 500 woningen werd met stapelen, draaien en uitrekken getransformeerd in een kleine stad, waar je vanaf de straat, langs de groene dakterrassen helemaal tot aan de tiende verdieping kunt fietsen.


'Hij is heel goed in het samplen van bestaande ideeën, maar het is wel de vraag of hij uiteindelijk in staat is zich inhoudelijk te vernieuwen?', zegt architect Nathalie de Vries van MVRDV. 'Op dit moment zie ik in hem vooral een product van de architectuurpolitiek.'


De Vries doelt op het beleid dat de Deense overheid begin jaren negentig inzette om de in het slop geraakte economie van Kopenhagen een boost te geven. Er werd niet alleen geïnvesteerd in een groot aantal nieuwe (culturele) gebouwen, maar ook in architectuur als exportproduct. Volgens een artikel uit het vakblad Cobouw (21 september 2010) trok de overheid een aantal jaren geleden 67 miljoen euro uit om Deense architectuur over de grens te promoten. BIG is het bewijs dat dit beleid zijn vruchten afwerpt. De Vries: 'Ingels heeft vanaf het begin van zijn carrière kunnen profiteren van subsidies en professionele ondersteuning. Waarbij wel gezegd moet worden dat hij bijzonder goed is in het verkopen van zijn ideeën.'


Het zakelijk succes, zijn gelikte filmpjes op YouTube, en zijn mediagenieke persoonlijkheid dwingen bewondering af bij collega's. Maar uiteraard is er ook kritiek. Op de bigness van BIG's gebouwen, waarbij het oog voor detail en de menselijke maat verloren zou gaan. En op het bureau zelf. Onlangs ontstond een relletje door een artikel in de Deense krant Berlingske Business waarin BIG ervan beschuldigd wordt grotendeels met stagiairs te werken die een minimale vergoeding ontvangen. Het gevolg: oneerlijke concurrentie. De hype is er niet minder om. 'Ik zet er wel mijn vraagtekens bij', zegt Nanne de Ru. 'Maar in de eerste plaats heb ik toch vooral waardering voor wat hij doet.'


Hoezo de nieuwe Rem Koolhaas?

Al tijdens zijn studie raakte Bjarke Ingels geboeid door het werk van Rem Koolhaas en diens boek S, M, L, XL (1995). In 1998 ging hij in de leer bij OMA in Rotterdam. BIG is dan ook een product van de Nederlandse Superdutch-school die in de jaren negentig de wereld veroverde. Ingels' conceptuele manier van denken (in diagrammen), evenals de vorm van zijn gebouwen, met vloeren en daken die overvloeien in gevels en met gestapelde functies zijn voor Nederlandse architecten een feest der herkenning.


CV

Geboren 2 okt. 1974, Kopenhagen.


1999: Afgestudeerd aan de Royal Academy in Kopenhagen en de Escola Tècnica Superior d'Arquitectura in Barcelona.


1998-2001: Office for Metropolitan Architecture (OMA), Rotterdam.


2001-2005: oprichting PLOT, samen met OMA-collega Julien De Smedt.


2005: oprichting Bjarke Ingels Group (BIG).


2007-2010: Gastdocentschappen onder meer aan Harvard University in Cambridge en Columbia University in New York.


2009: Publicatie monografie Yes is More.


2010: European Prize for Architecture.


Architectuur in BIG-taal

Yes is More.Naam van tentoonstelling en architectuurstrip-monografie die BIG in 2009 publiceerde. Vervolg op Mies van der Rohe's 'Less is more', Robert Venturi's 'Less is a bore', Philip Johnson's 'I'm a whore', Rem Koolhaas' 'More and more, more is more' en Obama's 'Yes we can'. Voor BIG bestaan in een ontwerp geen restricties, slechts kansen; door 'ja' te zeggen tegen beperkingen kunnen deze omgebogen worden tot architectonische kwaliteiten.


Pragmatisch utopisme.Poging om de twee tegengestelde stromingen in de architectuurgeschiedenis - het avant-gardisme van de artistieke architect en het pragmatisme van de 'corporate consultant' - te verenigen. Wilde ideeën gaan samen met praktische oplossingen van hoge kwaliteit.


Architectonische alchemie. Het idee dat je met standaard ingrediënten in een verrassende mix toegevoegde architectonische waarde kunt creëren. Een voorbeeld zijn de 'Mountain dwellings' in Kopenhagen waar een saaie donkere parkeergarage en het traditionele gesloten woonblok versmelten tot een spannende gestapelde bergstructuur. De garage is met zijn spectaculaire hoogte, daglicht en kleur een parkeerkathedraal. De appartementen op de 'berg' hebben daktuin en penthouse-uitzicht.


Hedonistische duurzaamheid. Het idee dat duurzaamheid geen last is, maar de kwaliteit van leven kan verhogen. Voorbeeld is het ontwerp voor de afval- en energiecentrale in Kopenhagen; het dak van deze milieuvriendelijke centrale fungeert ook als skihelling.


Architectonische evolutie(in plaats van revolutie). Architectuur moet zich niet steeds willen afzetten tegen het verleden, maar daarop voortbouwen. De opgave is om tekortkomingen in bestaande typologieën te verbeteren.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden