Missie hoerenbond is onvolbracht

Al eerder, in 2001, dreigde de belangengroepering het loodje te leggen. Dat was een jaar na opheffing van het bordeelverbod. Er was toen nog zoveel onzekerheid over de veranderde positie van de prostituee, dat het de Rode Draad uiteindelijk weinig moeite kostte de Tweede Kamer ervan te overtuigen de subsidie overeind te houden. Maar nu lijkt de club toch definitief ten dode opgeschreven. En dat zonder het einddoel, maatschappelijke acceptatie van de hoer, te hebben bereikt.

Want daar ging het de vrouwen van het eerste uur om: dat prostitutie als vak erkend én gerespecteerd zou worden en dat hoeren zich niet meer hoefden te schamen. Toch liepen vanaf het begin schaamte en trots, belangenbehartiging en hulpverlening, door elkaar. Er waren in de Rode Draad, die is begonnen als praatgroep, feministische vrouwen actief die de benaming hoer als geuzen0naam hanteerden. Er waren ook kwestbare dames, van wie sommige al in de praatgroepfase afhaakten, omdat praten over het beroep hen emotioneel te zwaar werd.

De assertieve pioniers probeerde de eigen geschiedenis te herschrijven. Ze benadrukten de plezierige kanten van het vak (grote inkomsten, vrijheid) en noemden andere motieven voor hun beroepskeuze dan de gangbare verhalen over een ongelukkige jeugd en seksueel misbruik. Ze manifesteerden zich als zelfbewust vakvrouw en zeker niet als slachtoffer van de seksindustrie.

Die pioniers wantrouwden wetenschappers, die altijd maar wilden bewijzen dat prostituees uit gebroken gezinnen kwamen of een incestverleden hadden. Ze liepen met een grote boog om hulpverleners heen, die hoeren slechts wilden redden en ze een ander vak in probeerden te loodsen.

Maar hoe zelfbewust en trots ze zich ook manifesteerden, ze werden voortdurend geconfronteerd met de maatschappelijke ellende van straatprostitutie, aids, vrouwenhandel, tippelzones, heroïnehoertjes, loverboys. Problemen die de nagestreefde destigmatisering ondermijnden.

De Rode Draad heeft steeds geprobeerd het beeld van diverse categorieën hoeren te differentiëren. Zo werd gezegd dat straatprostituees niet allemaal verslaafd zijn, er zijn ook hoeren die de vrijheid van de straat verkiezen en geen drugs gebruiken. De aandacht werd gevestigd op het cokegebruik, vaak op aandringen van hun cliënten, van dames die werken in chiquere clubs. In 1989 publiceerde de Rode Draad een brochure waarin de rol van prostitutie in de verspreiding van aids werd gerelativeerd. De meeste hoeren gebruiken immers condooms, in tegenstelling tot 'vrijgevochten pilgebruiksters'. Een GGD-folder die uitsluitend op prostituees was gericht, werd met succes tegengehouden. Want moest niet de hele bevolking leren veilig te vrijen?

Vijftien jaar na de oprichting werd een van de belangrijkste doelstellingen bereikt. Prostitutie werd gelegaliseerd. 'Het oudste beroep ter wereld' kon eindelijk als een fatsoenlijk vak worden benaderd. De Rode Draad werd, deels, een normale belangenbehariger, boog zich over scholing, belastingzaken, btw-bonnetjes, arbeidsongeschiktheid. Er werd een heuse vakbond opgericht, die nu honderd leden telt en nauw samenwerkt met de FNV.

Maar hoeren worden nog altijd gestigmatiseerd en worstelen met talloze problemen. Schaamte en trots, zelfstandigheid en moderne slavernij gaan nog steeds hand in hand. 'Er valt nog heel veel te doen, veel is nog slecht geregeld in de branche', zegt Marianne Jonker. 'De overheid dreigt een kenniscentrum te ontmantelen, waaraan - zeker weten - over tien jaar weer grote behoefte zal zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.