'Misschien kunnen lieve jongens ook goede trainers zijn'

Bij zijn debuut als coach op het hoogste niveau heeft Pieter Huistra FC Groningen naar de derde plaats in de eredivisie geleid. De herinnering aan Ron Jans is weggewist. 'Eén team, één gedachte', is zijn motto.

Lege koffiekopjes schuiven in strakke lijnen over tafel. 'Kijk', zegt de trainer van FC Groningen, terwijl breekbaar aardewerk tegen elkaar aan wordt gedrukt, 'voor de opkomende centrale verdediger is er zo geen ruimte om een medespeler aan te spelen. Maar bij Barcelona doen ze het juist wel, omdat de spelers daar met hun handelingssnelheid het vermogen hebben zich in deze situatie vrij te spelen.'


Praten over voetbal en over de mogelijkheden van het spel brengen het beste in Pieter Huistra boven. De geboren Fries doet het aan de koffietafel in de Groninger Euroborg. 'Barcelona heeft er een kunst van gemaakt: spelers die zich met razendsnel uitgevoerde technische acties losmaken uit de omsingeling van een tegenstander.'


Sinds deze zomer is Huistra hoofdtrainer van FC Groningen, hij werd al in een vroeg stadium aangetrokken als opvolger van de naar Heerenveen vertrokken Ron Jans. Het vuur in de jonge, energieke trainer (43) brandt, zijn ambitie is groot. Maar de oudste van vier zonen uit een Friese korbalfamilie - zijn broer Auke is trainer/coach bij DOS '46 uit Nijeveen - is ook wars van ketelmuziek. Nuchter: 'De derde plaats bevestigt dat we goed bezig zijn, maar na 34 wedstrijden weten we pas waar we echt staan.'


Huistra is de kwikzilverachtige linkerspits van weleer, de cursist die in zijn trainersopleidingen steeds de hoogste cijfers scoorde en die vanuit de luwte van het assistentschap weer bij FC Groningen ('de rode draad in mijn leven') terechtkwam om zijn visie als eindverantwoordelijke uit te dragen.


FC Groningen kwam na je ervaringen als assistent bij Ajax, onder Marco van Basten, en bij Vitesse, onder Aad de Mos, precies op tijd.


'Dat is zeker zo. Ik heb als aankomend trainer een prima leerschool gehad. Zeker bij Ajax, waar ik eerst de toen geblesseerde Rob Witschge als assistent bij Van Basten heb vervangen, en later, bij Martin Jol, toen ik samen met Fred Grim de verantwoordelijkheid kreeg over Jong Ajax. Jong Ajax is een organisatie binnen een organisatie, die we met een eigen medische staf, een eigen persvoorlichter en zelfs een eigen videogroep helemaal zelf moesten aansturen.


'Je kon er je eigen ideeën helemaal kwijt, maar het bleef werken in de luwte. Het hoofdtrainerschap lonkte uiteraard. Of in de ere- en anders in de eerste divisie, maar dan wel bij een club met de gezonde ambitie van een groep mensen die vooruit wil door creatief te zijn en samen te werken.'


Hoe was het werken met Marco van Basten en - eerder - Aad de Mos?


'Geweldige ervaringen. Ik kende Van Basten, ik heb nog vier keer met hem in het Nederlands elftal gespeeld en zat bij hem op de cursus Coach Betaald Voetbal. Marco is een workaholic, die toen hij op de cursus kwam alle voorbereidingen op de feitelijke opleiding in zijn eentje had gedaan, omdat hij als veelvoudig international was vrijgesteld van het trainerstraject dat wij hadden gevolgd. Maar hij was niet de man die even langskwam om zijn papiertje af te halen, hij wist alles.


'Zo was hij ook als hoofdtrainer bij Ajax, hij bereidde alles tot in detail voor, hij had alles wat we gingen doen in de training zowel in zijn hoofd als op papier. Bij Aad de Mos spraken we van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat alleen maar over voetbal.


'Door zijn wereldwijde netwerk heb ik schitterende mensen ontmoet; makelaars, die ons vijf jaar geleden al vertelden dat Argentinië in het toen volstrekt onbekende jongetje Di Maria een supertalent had. Dat is ook wel uitgekomen, want hij is international en speelt nu bij Real Madrid.'


Hoe anders is het dan uiteindelijk om echt hoofdtrainer te zijn.


'Totaal anders, alles wordt op dit niveau uitvergroot. Dat begint al bij je aanstelling en de daaropvolgende presentatie. Iedereen blijkt op zo'n moment geweldig nieuwsgierig naar wat je denkt, naar wat je wilt en naar hoe je het wil gaan doen. Dan is de Euroborg opeens wel heel veel groter dan de Toekomst.


'Als trainer van een jeugdteam werk je met name op het veld en alle poppenkast erom heen is voor de hoofdtrainer. Ik heb moeten wennen en ik weet dat ik in het begin een tikkeltje bleu ben overgekomen. . . Maar ook dat gaat steeds beter.'


Een columnist schreef dat hij weinig van je verwachtte omdat je je nooit echt had uitgesproken, zweverig overkwam en misschien veel te lief was voor dit vak.


'Misschien kunnen lieve jongens ook goede trainers zijn. We plakken mensen soms wel erg snel een etiket op en misschien geldt de norm van de één niet voor een ander. We moeten af van het idee dat trainers een grote mond moeten hebben om zich te laten gelden. Die grote mond is niet belangrijk, trainers moeten hun werk goed doen, goede ambassadeurs voor hun club zijn, maar vooral hun spelers goed laten spelen en het team beter maken. Je moet jezelf als trainer ook niet te belangrijk maken, het draait te allen tijde om de spelers, om het team.'


'Ik ben Pieter Huistra, en ik blijf vooral mezelf', zei je bij je presentatie. Daar heb je over nagedacht.


'Niet in die zin, maar het is wel zoals ik erover denk. Ik ben heel prestatiegericht, dat is nooit anders geweest. Wat me vooral aanspreekt in dit vak is te zien dat spelers het op de training naar hun zin hebben. Dat ze doen wat we samen hebben afgesproken en dat ze elkaar stimuleren. Ik vraag in de training mijn aanvallers om te zeggen wat zij van de middenvelders verwachten en datzelfde wil ik weten van de middenvelders ten opzichte van de verdedigers.


'Het besef moet zijn dat je alleen met echt teamwerk wedstrijden kunt gaan winnen. Dat proces boeit me en alles begint wat dat betreft bij inspiratie. We bespreken met de staf elke training na: hoe ging het, wat viel op? En dan geven we in grote lijnen aan wat de insteek voor de volgende training moet zijn. De volgende dag pakken we die discussie weer op en heeft iedereen zijn inbreng, dan moet er iets van wanorde zijn waaruit het beste voor die dag kan voortkomen.'


Het moet je veel voldoening geven het huidige FC Groningen vooral als een hecht team te zien.


'Collectieve kracht is de essentie van een teamsport. Je wint geen wedstrijd met zestien goede individuele spelers, je wint als er een goed team staat. Verdedigen met z'n allen, opbouwen en aanvallen, maar wel altijd vanuit één gedachte. Het is net als in het bedrijfsleven, als je alle bv's goed laat samenwerken onder één holding, dan zal het rendement, mits er sprake is van een goede aansturing, altijd groter zijn dan dat van de bv's afzonderlijk.


'Zo werkt het ook in het voetbal, denk ik. Iedereen is altijd op zoek naar sterren, het publiek en de media, maar waarom kan het team niet dé ster zijn? We hebben het aan AZ gezien, waar ooit spelers als Van Galen, Opdam en Buskermolen tamelijk anoniem waren. Maar toen het elftal onder Co Adriaanse ging groeien, groeide ook de individuele waardering voor de spelers; de eerste twee haalden zelfs op latere leeftijd nog het Nederlands elftal.


'Kijk nu ook naar Barcelona, dat de ultieme teamprestatie levert met grote individuele spelers die ook hun collega's laten meedelen in hun roem en eer. Dat is ook de reden waarom Zlatan Ibrahimovic, denk ik, niet slaagde in Catalonië. Een superspits, maar met een te groot ego voor een echt op saamhorigheid gestoeld team.'


Je aanstelling als opvolger van Ron Jans was al vroeg bekend; heb je daardoor zelf veel invloed op de samenstelling van je selectie gehad?


'Ik heb samen met de scouting van de club aangegeven welk type speler we nodig hadden. We wilden spelers voor een bepaalde positie, met voldoende werkethiek, die niet te oud waren en ook verantwoordelijkheid durfden te nemen. Het is geen toeval dat twee van onze aanwinsten, Jonas Ivens en Dusan Tadic, bij hun vorige clubs - KV Mechelen en Vojvodina Novi Sad - aanvoerder waren. De derde, Maikel Kieftenbeld van Go Ahead Eagles, is door de manier waarop hij met zijn vak en carrière bezig is, ook een type met leiderscapaciteiten. We hebben een uitgebalanceerde ploeg met spelers die bereid zijn hard te werken.'


Je hebt wel een gezegd dat het zaadje voor je trainerscarrière in Japan is gelegd in de samenwerking met je toenmalige trainer, de ex-Feyenoorder Wim Jansen.


'Dat is ook echt zo. Het begon bij Glasgow Rangers in mijn contacten met de leerlingen die daar de schoenen van de selectiespelers poetsten en hun kleding klaar legden. Ik had de gewoonte om als ik me niet echt in vorm voelde voor mezelf te gaan trainen. Een balletje tegen de muur tikken: tak-tak-tak. Twee jongens kwamen altijd naar me toe, Barry Ferguson en Steven Presley. Ze waren net van school, en golden als grote talenten. Ze deden mee: tak-tak-tak.


'Prachtig vond ik het, ze zijn later allebei aanvoerder van het Schotse elftal geweest. Maar dat werken met die jongens was heel inspirerend. Zoals het hele Schotse avontuur. Ik heb er genoten en gesmuld van de rivaliteit tussen Rangers en Celtic. Ik heb er zelf ook mee te maken gehad toen ik een nieuwe auto wilde aanschaffen in de kleur British Racing green. Doe het niet, zeiden ze op de club, groen is de kleur van de aartsrivaal. Is het toch een rode auto geworden.'


En dan Wim Jansen. . .


'Wim had me meegelokt uit Glasgow naar Sanfrecce in Hiroshima. Ik heb er twee jaar gewoond en gewerkt. Wim Jansen had twee assistenten, de ene was vooral tolk, maar ook weer niet zo'n geweldige tolk. De communicatie verliep niet optimaal, de tweede tolk sprak helemaal geen Engels.


'Wim miste iemand naast zich met wie hij kon praten over voetbal, over de speelwijze van de ploeg en over zijn oefenvormen en de uitvoering ervan. In het vliegtuig naar onze uitwedstrijden zat ik meestal naast hem. Dat werden elke keer weer hele boeiende gesprekken, die me echt hebben gevormd in mijn kijk op sport en op training.'


Je visie zal mede zijn bepaald door je levenstocht langs vijf verschillende culturen.


'De les is vooral dat er in het voetbal niet één evangelie is, er zijn meer wegen die naar Rome leiden. Maar de grootste gemene deler blijft dat het om de samenwerking van spelers gaat. Je zult altijd, hoe verschillend de culturen ook zijn, één gedachte moeten hebben om succes te hebben. En tegemoet komen aan de hoofdzaak, het publiek, dat met een goed gevoel naar het stadion moet komen en dat met een goed gevoel naar huis moet terugkeren.'


CV

1967


Geboren op 18 januari in Goenga (Friesland).


1984


Speler bij achtereenvolgens FC Groningen, Veendam en FC Twente.


1990


Speler Glasgow Rangers, vijf keer landskampioen.


1995


Speler Sanfrecce Hiroshima (Jap).


1996


Speler bij achtereenvolgens FC Groningen, Lierse SK en RBC.


2001


Jeugdtrainer bij FC Groningen.


2005


Assistent van Aad de Mos bij Vitesse.


2008


Assistent-trainer en trainer Jong Ajax.


2010


Coach FC Groningen.


Pieter Huistra speelde acht interlands.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden