Misschien is Robben een keer beter dan Messi

De een, Arjen Robben, overtreft zichzelf en speelt zijn beste toernooi. De ander, Lionel Messi, is de beste speler van de wereld, maar zoekt naar zijn topvorm. Wie helpt zijn land vanavond naar de finale van het WK voetbal?

Op 16 november 2004, als Arjen Robben een paar maanden bij Chelsea speelt, vraagt een Engelse journalist aan bondscoach Marco van Basten of Robben de beste voetballer ter wereld kan worden. Van Basten antwoordt meteen, voor een wedstrijd tegen Andorra: 'Ik denk het wel.'


Het is er nooit echt van gekomen.


Vier jaar op rij ontvangt Lionel Messi op een gala in Zwitserland de Gouden Bal, als beste speler van de wereld. Dat is hij dan ook. Met afstand zelfs. Messi is in aanleg nog steeds de beste van allemaal, hoewel Ronaldo de laatste bal won.


Maar terwijl de Argentijn op dit WK soms een beetje bedrukt oogt en zoekt naar de topvorm van pakweg twee jaar geleden, is Robben de optimale uitgave van zichzelf.


Vandaag, in São Paulo, zijn ze mogelijk aan elkaar gewaagd. De een, Robben, treedt uit de schaduw van zichzelf. De ander, Messi, voelt de druk van de natie, alsmede de druk van zijn voorganger in genialiteit, Diego Maradona. De Vlo kan Pluisje alleen overtreffen met de wereldtitel.


Robben is mentaal en fysiek oersterk, alsof hij eindelijk perfect past in zijn lichaam. Hij laat zich door het seizoen heen bijna wekelijks behandelen door Hub Westhovens, een osteopaat en vertrouwensman uit Limburg. Hij smijt met krachten, hij tart het lichaam. Die sprint tegen Ramos, in het eerste duel met Spanje; was u toen ook niet bang dat zijn hamstring zou scheuren? We wisten immers nog niet dat dit de nieuwe Robben was.


Zaterdag, tegen Costa Rica, was daar een geweldige aanname bij de zijlijn, zo wonderschoon, zo moeilijk ook, met hoog geheven been. Robben hing bijna als Michael Jordan in de lucht, maar dan vangend met het been.


Messi prikt tegenwoordig, in plaats van te steken. Hij is geen orkaan meer die alles wegblaast op zijn weg naar het doel, maar een briesje dat af en toe verraderlijk opsteekt en tegenstanders verrast. De Argentijnse pers discussieert eindeloos over zijn vorm, over hoe goed hij werkelijk is, getuige ook de artikelen van Sergio Levinsky in de Volkskrant. Ze concluderen dat hij alleen regisseur is op belangrijke momenten, in vier, vijf beslissende fasen. Hij is niet meer de spelevaar van vroeger, hoe jammer dat ook is.


Die opgaande lijn van Robben en het hoogstens constante niveau van Messi kruisen elkaar vandaag. Misschien is Robben één keer beter dan Messi op het wereldtoneel. Wie weet.


Met Robben liep het door de jaren heen vooral anders door een oneindige reeks blessures, die zijn vertrouwen vernietigden en zijn kracht afbraken. Hij was fanatiek en bezeten, maar telkens was hij gedwongen tot toekijken. Tussendoor verloor hij belangrijke finales. Hij huilde om de verloren WK-eindstrijd van 2010, toen hij stuitte op doelman Casillas.


Als je hem voorhoudt dat dit WK één grote revanche is op toen, op Zuid-Afrika, met de op 13 juni devoot voor hem knielende Casillas als eerste slachtoffer tijdens de strooptocht, zal hij ontkennen. Misschien doet hij dat om de aandacht af te leiden. Kijk, in de Champions League kreeg hij meteen een herkansing, na de mislukking van 2012 (hij miste een strafschop in de finale tegen Chelsea). Hij won in 2013, van Dortmund.


Over verlies en winst zei hij, vorig jaar, na de finale tegen Dortmund, waarin hij in de 89ste minuut de beslissing afdwong: 'De teleurstelling van de WK-finale zal ik altijd bij me dragen, maar dit doelpunt maakt veel goed. Heel veel.'


Messi kwam in 2003, als debutant onder de trainers Rijkaard en Ten Cate, als jongetje met groeihormonen de arena van Barcelona binnenwandelen. Hij was een tovenaar, om zijn speelsheid, de snelheid, het inzicht, de fantasie, het gemak waarmee hij voetbalde. Hij is anders dan Robben, in eerste aanleg beter. Fijnzinniger ook, en hij scoort vaker.


In 2006 was hij wisselspeler bij het WK, in 2010 mislukte zijn eerste serieuze gooi naar de wereldtitel jammerlijk, uitgerekend onder bondscoach Maradona, in een elftal zonder beweging. Nu moet het eigenlijk gebeuren, opnieuw met een matig elftal, want bij het volgende WK is Messi 31.


Robben speelt zijn beste toernooi. Hij is de werkelijke aanvoerder van Oranje. Hij lacht en spreekt de troepen toe, hij voelt zich sterk, eist de bal op, dribbelt en kijkt. Het was onverdraagzaam geweest als hij was uitgeschakeld door de Costa Ricanen. Kom op zeg, Costa Ricanen.


Van de kwartfinale bestudeerden we zijn warming-up. Die was overweldigend. Robben komt het veld op met dat kittige loopje van hem, kijkt even naar de tribune en neemt meteen een bal: hooghouden, een keer of 20 (vergeten precies te tellen). Zestien keer hooghouden op het hoofd. Stilleggen op het hoofd. Been over de bal zwaaien tijdens het hooghouden. Bal even in de nek leggen en daarna een keer heel hoog de lucht inschieten.


De schaar. Een akka, een andere passeerbeweging. Snelle knieheffingen. Een kort tikspel met de bal met Van Persie en Sneijder. En, vlak voordat hij van het veld loopt, schiet hij achteloos even een bal achter doelman Krul, die dan nog geen volksheld is. Hij zwaait nog even naar het publiek en maakt een V-teken. Alles straalt kracht uit en zelfvertrouwen.


Messi was veelvuldig geblesseerd dit seizoen. Het kon toch niet dat hij zich spaarde voor het WK? Hij moest vaak overgeven en niemand wist waarom. Op het WK keerde de lach terug, voorzichtig, vooral tegen Nigeria, en ook na de treffer van Higuaín tegen de Belgen. Barcelona in zijn beste tijd was één machine van beweging. Argentinië bestaat uit losse delen: zes verdedigers, plus de aanval onder leiding van Messi. Messi wandelt soms. Tot hij vrij is. Dan is hij weg.


Niemand verwacht van Robben dat hij de beste speler van de wereld wordt. Die voorspelling van Van Basten had kunnen uitkomen, maar het hoeft niet per se. Messi moet alleen nog Maradona voorbij, om de beste aller tijden te zijn, in veel ogen dan. Messi won veel meer dan Maradona, behalve dan de wereldtitel, dat geromantiseerde kampioenschap van 1986. De spelers rond Maradona waren niet zo slecht als in de verhalen.


Maar Maradona was revolutionair, met spectaculaire doelpunten in de knock-outfase. Messi maakte mooie doelpunten in de groep. Zijn solo tegen de Belgen, bij 1-0, strandde op de euforische doelman Courtois.


Hij kan Maradona voorbij, maar dat is lang niet zeker. Mentaal staat het vandaag 1-0 voor Robben. Dat zegt echter niets over de uitslag, al is het maar omdat voetbal elf tegen elf is, en niet één tegen één.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden