Misschien is loten voor studies toch zo gek nog niet

IJs & Weder

Goed idee!, dacht ik een week geleden. Eindelijk wordt die vervelende loting afgeschaft bij numerus-fixusstudies als geneeskunde en psychologie. Weg met de genadeloze botte bijl van anoniem en willekeurig kandidaten uitschakelen. Zoiets belangrijks als je toekomst mag toch niet afhankelijk zijn van een loterij? Degenen die er het meeste recht op hebben, zouden de schaarse plaatsen toch moeten bemachtigen? Dus, ja, heel goed om niet langer studenten toe te laten via loting, maar na inhoudelijke selectie. Zodat er, in de woorden van Jet Bussemaker, 'een betere match' tussen student en opleiding komt.


Nu ik er een paar dagen over heb nagedacht en allerlei onderzoek over selectie versus loting ben tegengekomen, steeds met verschillende uitkomsten, weet ik het niet meer zo zeker. De ene universiteit zegt betere studenten te krijgen door selectie, de andere stelt vast dat het niets uitmaakt. Bij geneeskunde, dé lotingsstudie, is het rendement al heel groot, veel beter kan de match niet worden.


Maar kan het eerlijker? Misschien is het een heel menselijke neiging om te denken dat iets waarop we zelf invloed hebben, waar we heel erg ons best voor kunnen doen, te verkiezen is boven het toeval. Als je wordt uitgeloot, denk je: wat een stomme pech! Als ik zélf had mogen laten zie hoe gemotiveerd ik ben om arts te worden, dan was ik er wel doorheen gekomen. Maar dat is helemaal niet zeker. Je mag jezelf heel gemotiveerd vinden, het gaat erom of je een commissie daarvan kunt overtuigen. Is solliciteren voor een studieplaats rechtvaardiger en minder willekeurig dan loting?


Sinds 1974 wordt voor geneeskunde geloot. Eindexamencijfers speelden een rol, want het was een 'gewogen' loting; hoe hoger de eindlijst, des te meer lotingskans. Na drie kansen viel het doek. Toch konden er in dat systeem rare dingen gebeuren. In 1998 werd een bolleboosje, Meike Vernooy, met een 9,6 gemiddeld voor haar eindexamen, drie keer uitgeloot. Dan kon niet, vond de publieke opinie. De regel werd ingevoerd dat kandidaten met hoger dan een 8 gemiddeld zonder loting werden toegelaten.


Dat wordt nu afgeschaft, en daar is iets voor te zeggen. Iemand die negens en tienen voor tentamens haalt, hoeft geen goede dokter te worden, om even bij dat vak te blijven. Misschien mist die topstudent essentiële vaardigheden als tact en inlevingsvermogen. Een lamlendige zesjesscholier kan, als hij eenmaal de geest heeft gekregen, een bevlogen dokter worden. Vaak ontdek je pas wat je kunt als je een paar jaar studeert, wat pleit voor selectie ná de poort.


De universiteiten mogen nu zelf de criteria bedenken; minimaal twee criteria. Als student weet je dus totaal niet waar je aan toe bent. In de afgelopen jaren hebben universiteiten al een deel van de studenten via eigen, 'decentrale' selectie uitgekozen. De ene universiteit keek naar baantjes en activiteiten in de middelbareschooltijd, een andere liet hen een opstel over een medisch-ethisch onderwerp schrijven, terwijl een derde universiteit vooral selecteerde op communicatieve vaardigheden.


Al die criteria hebben iets willekeurigs en bieden ruimte aan vooroordelen. Alle sollicitatiecommissies zijn geneigd kandidaten te kiezen die op hen lijken. Waarom zou een scholier die ijverig aan zijn cv heeft gebouwd, in het bestuur van de hockeyclub zat of met bejaarden heeft gewerkt, te verkiezen zijn boven een kind dat goed voor zijn konijn zorgde? Hebben de beste opstelschrijvers niet vooral goede taalvaardigheden? Is degene die een gloedvolle pitch houdt niet gewoon de handigste en best gebekte?


Bussemaker verwacht dat universiteiten zullen kijken naar motivatie en persoonlijkheidskenmerken. Dat stelt mij niet echt gerust. Welke zijn dat dan? Die voor een goede student of voor een goede dokter? Wat telt het zwaarst voor die goede dokter: vakkennis, toewijding? Ernst, overtuigingskracht? Een altruïstische inslag, een stressbestendig gemoed? Hoe meet je dat allemaal? En hebben de uitslagen een voorspellende waarde?


Natuurlijk zou motivatie belangrijk moeten zijn, doorslaggevend zelfs. Maar ook hierbij loop je de kans dat degenen die zichzelf leuk presenteren en het behendigst zijn in het geven van de gewenste antwoorden, met de hoofdprijs weglopen.


Het pitchen van jezelf, van het merk 'ik', past meer bij onze tijd dan het egalitaire loten. Rechtvaardiger is het niet. Een gewogen loting is een rotsysteem, maar misschien is er geen beter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.