Mislukt megaproject de Bijlmer leeft na 50 jaar alsnog op

De bijlmer wordt 50

De functionele stad, dat moest de Bijlmer precies vijftig jaar geleden worden. Dat werd het nooit. Sterker, het getto van weleer is pas recentelijk weer een geliefd stadsdeel geworden.

Luchtfoto van de Bijlmermeer op 1 januari 1969. Foto Hollandse Hoogte

Vijftig jaar geleden, op 13 december 1966, sloeg Gijsbert van Hall - de toenmalige burgemeester van Amsterdam - ten zuidoosten van de binnenstad de eerste paal in de grond van een woonwijk die later roemrucht zou worden als de Bijlmer.

De bedoelingen van de verantwoordelijke stedenbouwkundige, Siegfried Nassuth (1922-2005), waren duidelijk: er zou een heldere scheiding worden aangebracht tussen wonen, werken en recreëren. En ook tussen de verschillende vervoersvormen. Auto's zouden zich enkele meters boven het maaiveld op zogenoemde dreven verplaatsen. De begane grond was het domein van fietsers en wandelaars.

'De functionele stad', heette het concept, dat al uit de jaren dertig stamde. De Zwitserse architect Le Corbusier was er de exponent van. Hij wilde ook boeren in de functionele stad huisvesten - op enige afstand van hun bedrijf.

Overgebleven flats, het 'Bijlmermuseum' genoemd. Foto Hollandse Hoogte

Het plan van Nassuth voorzag daar niet in. Wat hem betreft, zou driekwart van de woningen in de Bijlmer worden toegewezen aan 'arbeiders en middenstanders'. Het resterende kwart zou worden bewoond door 'hogere welstandsgroepen'.

De Bijlmer zou voor 80 procent uit groen bestaan - zo'n 35 vierkante meter per woning, tegen 0,2 vierkante meter in de Dapperbuurt.

Zijn bedoelingen waren onmiskenbaar goed, zoals ook kan worden opgemaakt uit De betonnen droom, het boek over de vijftigjarige Bijlmer dat vorige week verscheen. Auteur Daan Dekker prees de aspiraties waarvan Nassuth blijk gaf en de mogelijkheden die zijn opdrachtgever, de gemeente Amsterdam, hem bood. Althans in de planningsfase van het megaproject. Tijdens de uitvoering moest hij, ter beteugeling van de kosten, het ontwerp voortdurend aanpassen.

De eerste bewoners van flat Hoogoord, 1968. Foto Hollandse Hoogte

En Nassuth, volgens Dekker wars van politieke spelletjes, bood onvoldoende weerwerk tegen de wankelmoedige gemeente. Geplande portiekwoningen werden opgeleverd als galerijwoningen - van mindere kwaliteit. Het aantal woningen per lift nam toe en de binnenstraten van de flats - kenmerkend voor zijn ontwerp - kwamen niet aan de zonzijde maar aan de schaduwzijde te liggen. Tijdens de uitvoering van Nassuths plan raakte bovendien de hoogbouw, die bij uitstek gezichtsbepalend moest worden voor de Bijlmer, plotseling in diskrediet.

De tweede bouwfase, voor de zuidelijke Bijlmer, werd dienovereenkomstig aangepast. De Bijlmer, zo groots in opzet, werd uiteindelijk toch getekend door de modegevoeligheid waaronder de Nederlandse stedenbouw zo vaak te lijden heeft gehad.

Al betrekkelijk kort nadat de familie Coppray in 1968 door wethouder Elsenburg als eerste Bijlmerbewoners waren begroet, werd gemor hoorbaar over de werkelijkheid van 'de functionele stad'. Daarbij ging het eerst om het feit dat voor het gebruik van de parkeergarages moest worden betaald en om het ontbreken van recreatieve en andere voorzieningen.

De Bijlmer in cijfers

- Om de veengrond bouwrijp te maken, werd 11,5 miljoen kubieke meter zand uit de Vinkeveense Plassen en het Muiderzand opgespoten.
- De hele Bijlmer beslaat 1.800 hectare.
- Er werden 40 duizend bomen geplant, waarvan later 17 duizend werden gekapt.
- De gemiddelde huurprijs voor een appartement bedroeg aanvankelijk 170 gulden netto per maand.

Bron: Bijlmer Museum

Niet lang daarna werd het hele concept als mislukking beschouwd. In 1971, amper vijf jaar na de eerste paal van burgemeester Van Hall, kopte Het Vrije Volk: 'Bijlmermeer: ons eerste getto?'

In de film Blue Movie figureerden de honingraatflats als naargeestig decor van perverse handelingen. In 1972 werden er de eerste kakkerlakken en faraomieren gesignaleerd. Twee jaar later gaven veel 'blanke respondenten' bij een enquête te kennen 'de aanwezigheid van veel rijksgenoten' (gedoeld werd op Surinamers) als 'problematisch' te ervaren. Van de Surinaamse jongeren was destijds zo'n 60 procent werkloos. Ze raakten oververtegenwoordigd in de criminaliteitsstatistieken. De leegstand liep op naar bijna 25 procent. In 1986 werd in de Bijlmer 2,5 keer meer ingebroken dan in de rest van Amsterdam en tien maal zoveel als in de rest van Nederland.

In 1979 had een futuroloog al de volledige sloop van de Bijlmer binnen tien jaar voorzien. Een milde variant van dit scenario heeft zich metterdaad voltrokken.

Bijlmer in beeld

Van de eerste bewoners tot de onthulling van metrolijn; de Bijlmer door de jaren heen vastgelegd op beeldmateriaal.

Hoogbouwflats zijn gesloopt of afgetopt. Vierkamerappartementen zijn vervangen door kleinere appartementen. Parkeergarages zijn verdwenen, net als de dreven. Daarmee is het verval waarmee de Bijlmer vanaf de oplevering van de eerste flats werd geassocieerd, goeddeels gekeerd. Het getto van weleer is een geliefd stadsdeel geworden.

Het deel van de Bijlmer dat de goede bedoelingen van Nassuth nog het meest benaderde - tussen het metrostation Ganzenhoef en de flat Kraaienest - is min of meer behouden gebleven.

Nassuth-fan Daan Dekker is er nog steeds van onder de indruk. 'Misschien denken we straks van de Bijlmer: hadden we maar wat minder gesloopt', zei hij in Het Parool. Het zou zomaar kunnen.

Meer over