Misdadige politieke bestuurders

Het is verleidelijk de Napolitaanse camorra en de Siciliaanse maffia voor te stellen als toonbeelden van typisch Italiaanse folklore...

Michaël Zeeman

Het beeld is bekend: mannen van eer en mannen van de daad, die liever hun eigen klusjes klaren dan dat ze hun toevlucht moeten nemen tot politie of justititie, mannen die met moderne middelen struikrovertje spelen in de wildernis van een corrupte staat en een willekeurig opererend justitieel apparaat, mannen om wie, hoe gevaarlijk ze ook zijn, steevast een Robin Hood-achtig sfeertje hangt. Zelf zijn ze maar al te graag bereid die indruk te beklemtonen en ook in de verslaggeving over hun avonturen zit geregeld een dergelijke romantische ondertoon.

Hoeveel films zijn er niet over hen gemaakt, hoeveel boeken over hen geschreven? Alleen al dat gezellige accent waarmee ze in Amerikaanse films met elkaar converseren en tegenover de politie zwijgen, of de knusse namen die ze in de literatuur en trouwens ook in werkelijkheid krijgen toebedeeld. De suggestie dat het hier om een eeuwenoud en in wezen ontroerend Italiaans volksgebruik zou gaan, ligt er dik bovenop.

Maar hoe Italiaans en hoe oud zijn ze eigenlijk?

De val van het communisme heeft een Russische maffia zichtbaar gemaakt die, anders dan de vanuit het Italiaanse immigrantenmilieu opererende Amerikaanse maffia van driekwart eeuw eerder, weinig tot niets met de Siciliaanse te maken had. Met het aan het licht komen van bouwfraudes en hbo-fraudes is wel duidelijk geworden dat zelfs in een fantasieloos land als Nederland de intreccio, de verwevenheid van corruptie en criminaliteit met de staatsinstellingen, een feit is. Het verschijnsel zelf beperkt zich, kortom, niet tot het Italiaanse schiereiland.

En oud? Nog geen anderhalve eeuw, de maffia, en nauwelijks twee eeuwen, de camorra. Van beide moet de oorsprong niet zozeer worden gezocht in een traditie, als wel in een verandering. Dat zoeken valt op zichzelf nog niet mee, want geen van beide organisaties staat erom bekend er een nauwkeurige administratie op na te houden, en tijdens hun bijeenkomsten wordt er nadrukkelijk niet genotuleerd.

Wie iets over hun ambities, gewoonten en opvattingen aan de weet wil komen, moet ofwel zelf lid worden - en dan is de kans klein dat hij er ooit nog iets over publiceert - ofwel de omweg van het proces-verbaal gebruiken. Dat laatste is lang niet altijd een betrouwbare bron: de politie weet wat ze zoekt en modelleert een getuigenverklaring naar het vooraf gevestigde beeld, een verdachte, zeker als die uit de kringen van de camorra of maffia komt, weet wat hij kwijt wil - niets, de omertà bepaalt de grenzen van zijn welsprekendheid.

Tom Behan is een Britse Italië-kenner met een sterk journalistieke inslag. Hij heeft jarenlang in Napels gewoond en goed opgelet: hij heeft er zelfs kennis gekregen aan mensen die mensen kennen die vermoedelijk bij een camorra-groep zitten. Hij is bovendien nogal links in zijn politieke overtuiging. Zijn ervaringen met en inzichten in het functioneren van de camorra heeft hij te boek gesteld in See Naples and Die. Zijn voornaamste conclusie is dat de camorra onlosmakelijk verbonden is met de wijze waarop Napels en Zuid-Italië worden bestuurd: het sleutelwoord is intereccio.

Dat heeft een sterk historische achtergrond. De vroegste struikroversbenden die even later over zouden gaan in de camorra, hadden een sterk sociaal motief en zijn in de 19de eeuw dankbaar gebruikt door verschillende revolutionaire bewegingen. In Napels ging het om het verzet tegen het huis Bourbon, dat zowel in de nadagen van de Franse revolutie als tijdens de Risorgimento, de periode waarin Italië onafhankelijk werd en tot een eenheid werd gesmeed, midden 19de eeuw, met alle illegale middelen werd bestreden. De camorra paste in het revolutionaire plan en was bruikbaar in de revolutionaire strategie. De toenmalige leden ervan hebben alleen niet begrepen dat ze hun illegale praktijken moesten staken zodra hun nieuwe vrienden gewonnen hadden.

Jane C. Schneider en Peter T. Schneider zijn twee Amerikaanse sociologen - misschien moet je zelfs zeggen: antropologen - die al hun hele leven studie maken van Sicilië. Zo journalistiek en moralistisch als het werk van Behan is, zo academisch en observerend is hun Reversible Destiny, dat gaat over de machtsstrijd tussen maffia en anti-maffia in Palermo. De Schneiders zijn wetenschappers die aan participerende observatie doen - ze hebben herhaaldelijk voor langere tijd in Palermo gewoond - en die mede daardoor ook een overtuiging hebben.

Zij beschouwen de maffia als een product van de overgang van feodaliteit naar moderniteit op Sicilië in de tweede helft van de negentiende eeuw. De oude elite legde het af, er kwam een nieuwe, en in de marge van vervreemding en verandering waarmee dat gepaard ging, ontstond een groep die haar ongenoegen in geweld omzette. Hun onderzoek richt zich niet alleen op die groep, maar ook op de pogingen die zijn ondernomen om de maffia te bestrijden en haar door sociale maatregelen te elimineren.

Het interessantste in beide analyses is het punt van de verwevenheid van misdaad en politiek bestuur. Behan schetst de geschiedenis van de camorra nauwgezet en levendig, inclusief bijzonderheden over vooraanstaande camorra-leden en hun loopbaan. Hij laat zien hoe de camorra bij herhaling gebruikt is, laatstelijk tijdens de bevrijding van Napels in de Tweede Wereldoorlog, en hoe de terreinen waarop zij zich manifesteerde, telkens veranderden. Van sigarettensmokkelaars werden zij handelaren in verdovende middelen en ten slotte bouwfraudeurs.

De Schneiders concentreren zich meer op de ideologie van de maffia en op de pogingen van het Siciliaanse gouvernement daar een andere ideologie tegenover te stellen en die door middel van onderwijs en sociaal beleid in de hoofden van een nieuwe generatie Sicilianen te planten.

Maar in beide boeken belanden de auteurs keer op keer op een ondoordringbare laag als die verwevenheid ter sprake komt. Burgemeesters, wethouders, provinciale bestuurders, dienaren van het gerecht, vrijwel in iedere functie die de overheid vertegenwoordigt, zijn figuren te vinden die ook iets met de criminaliteit te maken hebben. De vraag is hoe dat komt.

De belangrijkste oorzaak ervan is gelegen in het zwakke natiebesef van Italië. 'Italië is een geografisch begrip', zei Metternich al, toen de herinrichting van Europa ter tafel kwam. Tot op de dag van vandaag bestaat er een onoplosbare spanning tussen het centrale bestuur en de regionale en lokale identiteit. Die spanning uit zich onder meer in het bestaan van een politieke partij als de Lega Nord, die expliciet en uitsluitend voor de belangen van het noorden opkomt. Maar ze uit zich ook in het voortdurend delegeren van taken naar de regio - en dus in het beschikbaar stellen van kolossale bedragen aan die regio, die daar vervolgens autonoom verdeeld moeten worden. Het verschijnsel heet 'devolutie'.

Vooral de aardbeving die op 23 november 1980 Napels trof, biedt een mooi voorbeeld van wat er dan gebeurt. De nood was hoog en de centrale regering in Rome begon pittige bedragen over te maken aan de plaatselijke besturen. De verleiding om die bedragen af te romen en de werken vooral te gunnen aan bevriende ondernemers, of desnoods zelf in allerijl een bouwbedrijf op poten te zetten, is groot. Maar niet alleen ten tijde van natuurgeweld, ook onder normale omstandigheden krijgt Zuid-Italië betrekkelijk veel geld, van de centrale regering en van de Europese instituties. Telkens valt het de bestuurders moeilijk dat geld uitsluitend aan te wenden voor publieke doelen.

Het zwarte en het criminele circuit in Napels en op Sicilië zijn, met andere woorden, onlosmakelijk verbonden met een bestuurscultuur. Die gaat weliswaar terug op historische en sociologische determinanten, maar ze is zo hardnekkig, dat je haar daar niet alleen mee kunt verklaren.

De overgang naar een moderne samenleving heeft er nog altijd niet volledig haar beslag gekregen. In Italië wordt vandaag de dag opnieuw veel over devolutie beraadslaagd. En andermaal zal die de camorra en de maffia in de kaart spelen. Het enige verschil is dat de Lega Nord, de belangrijkste voorvechter van de devolutie, niet alleen de bestedingen, maar ook de belastingheffing zoveel mogelijk wil delegeren. Dat zal het natiebesef in Italië verder doen slijten, en of het de zuidelijke overheden er verantwoordelijker op zal maken, staat nog te bezien.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden