Ministers van Onderwijs willen met extra geld voor zij-instromers lerarentekort aanpakken

Ministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven van Onderwijs beginnen een nieuw offensief tegen het lerarentekort. Zo mogen studenten met een afgeronde opleiding in het hoger onderwijs al tijdens hun deeltijd Pabo betaald voor de klas staan en wordt er geld vrijgemaakt voor onderwijsassistenten die leraar willen worden. 

Foto Marcel van den Bergh

Dat schrijven Slob (primair- en voortgezet onderwijs, CU) en Van Engelshoven (middelbaar beroepsonderwijs, D66) vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer. Het lerarentekort is het grootst in het basisonderwijs, maar speelt overal. In het voortgezet onderwijs zijn de vakken wiskunde, scheikunde, natuurkunde en Duits de knelpunten, in het beroepsonderwijs de technische vakken.

Vooral in de Randstad en het noorden is het lerarentekort groot. Binnen een paar jaar heeft het basisonderwijs daar enkele duizenden leraren te weinig, blijkt uit ramingen van het ministerie. ‘Onze grootste vrees is een griepgolf’, zegt Slob zaterdag in een interview met de Volkskrant. Hij vreest dat dan zal blijken dat nauwelijks of geen vervangende leraren beschikbaar zijn. Meer zij-instromers zijn dringend noodzakelijk.

Studenten met een afgeronde opleiding in het hoger onderwijs die kiezen voor de (verkorte) deeltijd Pabo, krijgen vanaf nu de gelegenheid om al tijdens hun opleiding betaald voor de klas te staan. Dat levert 200 fte per jaar op. Voor 50 onderwijsassistenten die leraar willen worden, maakt het ministerie 20 duizend euro per assistent vrij om de Pabo te kunnen volgen. Ook moeten werknemers in deeltijd meer uren gaan werken.

Dat schrijven de ministers Arie Slob (primair- en voortgezet onderwijs, CU) en Ingrid van Engelshoven (middelbaar beroepsonderwijs, D66) vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer. Het probleem is het grootst in het basisonderwijs, maar speelt overal. In het voortgezet onderwijs zijn de vakken wiskunde, scheikunde, natuurkunde en Duits de knelpunten, in het beroepsonderwijs de technische vakken.

De bewindslieden vinden dat schoolbesturen – de werkgevers in het onderwijs – zich niet alleen moeten richten op afgestudeerden van de lerarenopleidingen. Ze moeten meer moeite doen om zij-instromers en herintreders aan zich te binden, ook al vragen zulke leerkrachten meer begeleiding. ‘Dat hoort bij goed personeelsbeleid’, schrijven de ministers. Ook is maatwerk per regio nodig, waarbij scholen niet met elkaar concurreren.

Paniekvoetbal

PO in Actie is kritisch over de plannen. ‘Dit is paniekvoetbal na jarenlange struisvogelpolitiek’, zegt Jan van de Ven. Het stoort hem vooral dat met geen woord wordt gerept over de salariskloof. ‘We hebben er bijna 10 procent bij gekregen, maar nog steeds verdienen leerkrachten in het primair onderwijs veel minder dan in het voortgezet onderwijs. Daardoor verlaten mensen het vak en komt ook niemand naar het basisonderwijs toe. Al deze acties hebben pas echt zin als die kloof verdwijnt.’

Volgens minister Slob is meer geld uitgesloten. De eerder toegezegde gelden voor werkdrukverlaging (430 miljoen) en salarisverhoging (270 miljoen) komen vanaf dit najaar vrij. ‘Dit is wat ik kan doen tijdens deze kabinetsperiode’, zegt hij. ‘Dat heb ik ook vanaf de eerste dag gezegd.’

De minister bezweert dat de maatregelen om meer mensen sneller voor de klas te laten staan, niet ten koste gaan van de onderwijskwaliteit. ‘We gaan echt niet iedereen zomaar voor de klas zetten’, zegt hij. ‘Incidenteel leggen scholen soms een noodverband aan, maar dat noodverband mag nooit een structurele oplossing worden.’

Om meer leraren voor de klas te krijgen en te houden, willen de ministers ook dat het ziekteverzuim (6 procent in het basisonderwijs) omlaag gaat en de ‘deeltijdfactor’ omhoog. Dat laatste betekent dat leraren (iets) langer moeten gaan werken. ‘Als de huidige gemiddelde werkweek in het primair onderwijs van 28 uur in de komende vier jaar met een half uur zou worden uitgebreid, levert dat 760 extra fte op’, zo is berekend. De bewindslieden kunnen dat niet afdwingen, maar vragen de schoolbesturen te ‘kijken hoe ze leraren optimaal kunnen inzetten’.

Arie Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media in het kabinet-Rutte III. Foto Jiri Büller

‘We gaan echt niet iedereen zomaar voor de klas zetten’

De scholen gaan weer van start. Om het nijpend tekort aan leraren op te vangen, zet minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob in op zij-instromers. Een concessie aan de kwaliteit? We bespraken het met Slob. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.