ANALYSEToeslagenaffaire

Ministers snappen achteraf zelf niet hoe ze die toeslagenaffaire hebben kunnen missen

Achteraf schamen ze zich voor ‘een pijnlijk, koud antwoord’ en voor het niet serieus nemen van noodkreten. De ministers snappen zelf echt niet hoe ze zo blind konden zijn geweest dat de hele 'toeslagenaffaire’ onopgemerkt langs ze heen heeft kunnen gaan. En de verhoorcommissie snapt niet dat ze het niet snappen. 

Lodewijk Asscher voor de onderzoekscommissie. Zowel Asscher als Eric Wiebes had om onverklaarbare redenen de toeslagenkwestie ‘niet op de radar.’Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Een vergeeld ambtelijk document is soms als een onbetrouwbaar rotje dat je jaren na aankoop op zolder terug vindt en dat dan alsnog in je gezicht ontploft. Eric Wiebes en Lodewijk Asscher zakken maandag waarschijnlijk het liefst door de grond als de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag hen confronteert met hun schriftelijke blunders.

CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt stelt in juli 2017 de volgende Kamervraag aan toenmalig staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën: ‘Zijn er ouders […] die onnodig grote schade geleden hebben van het abrupt stopzetten en terugvorderen van kinderopvangtoeslag in 2014?’ Wiebes antwoordt twee maanden later: ‘Daar is niets van gebleken.’

Zeer merkwaardig, want de Nationale Ombudsman heeft dan net een verwoestend rapport uitgebracht over de fraudeaanpak van de Belastingdienst. De Ombudsman concludeert dan over een toeslagenzaak die in 2014 speelde: ‘gebleken is dat de aanpak van de Belastingdienst Toeslagen grote nadelige (financiële) gevolgen heeft gehad voor de ouders’. Het tegenovergestelde dus, van wat Wiebes maand later tegenover Omtzigt beweert.

Idioot antwoord

De ex-staatssecretaris en huidig minister probeert zich er niet onderuit te kletsen. ‘Dat is een verbijsterend en idioot antwoord, wat ik daar heb gegeven. Ik kan er geen enkele rechtvaardiging voor bedenken.’ Maar, wil de commissie dan natuurlijk weten, hoe kan het nou dat u dit hebt geantwoord met het rapport van de Ombudsman vers in uw geheugen? Tja, op díe vraag heeft Wiebes geen antwoord, omdat hij niet meer weet waarom hij drie jaar geleden zo’n wereldvreemde repliek gaf op een Kamervraag. Al speculerend oppert hij dat dit er gewoon doorheen is geglipt bij het accorderen van de antwoorden die belastingambtenaren voor hem hadden opgesteld. Bewindslieden schrijven hun Kamerstukken meestal niet zelf; dat doen ambtenaren voor hen. Wel wordt elke brief pas verzonden nadat de bewindspersoon het geschrevene heeft goedgekeurd.

Het is een terugkerend thema tijdens de verhoren: topambtenaren en bewindspersonen krijgen ontzettend veel dossiers op hun bureau, waardoor dossiers die als niet urgent worden gezien niet altijd de aandacht krijgen die ze verdienen. Daardoor willen er nog wel eens zaken blijven liggen die – in de woorden van Wiebes – achteraf ‘een brandende lont blijken te zijn die jaren later een bom tot ontploffing brengt’. De toeslagenaffaire is zo’n zaak. De smeulende lont bleef zeven jaar onopgemerkt, omdat de verantwoordelijke ambtenaren en politici collectief in beslag genomen werden door andere beleidskwesties. Kwesties die in hun ogen belangrijker waren.

Eric Wiebes voor de onderzoekscommissie.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Niet op de radar

De ontsporende fraudeaanpak van de Belastingdienst viel daar niet onder, omdat die helemaal niet op de radar stond bij de bewindslieden. Noch bij Wiebes, noch bij toenmalig minister van Sociale Zaken Asscher en ook niet bij Wiebes’ voorganger Frans Weekers, die nota bene moest aftreden vanwege andere problemen bij de Belastingdienst/Toeslagen. Frappant is dat ze zich er alle drie tijdens hun bewindsperiode wel bewust van waren dat het niet lekker liep met het uitbetalen en invorderen van kinderopvangtoeslagen. Alleen maakten ze allen de verkeerde probleemanalyse, waardoor ze allen de verkeerde oplossingen kozen.

Asscher dacht bijvoorbeeld dat het kernprobleem in het toeslagenstelsel zelf zat, zo legt hij aan zijn ondervragers uit. ‘Ik had niet door dat zoveel mensen hun héle toeslag kwijtraakten, omdat ze bijvoorbeeld niet konden bewijzen dat ze de verplichte eigen bijdrage hadden betaald. Ik dacht dat het probleem vooral was dat mensen achteraf hoge bijstellingen kregen, omdat het heel moeilijk is om het aantal opvanguren en het jaarinkomen vooraf goed in te schatten.’ De enige oplossing was, zo meende Asscher, een stelselwijziging. Hij staarde zich daarom zijn hele bewindsperiode blind op het ontwerpen van een nieuw toeslagensysteem. De PvdA-leider geeft toe dat hij totaal geen oog had voor het feit dat de bestaande toeslagenpraktijk gemiddeld honderd tot driehonderd nieuwe slachtoffers per maand maakte. ‘Dat had ik helemaal niet door.’

Zo kon het volgens Asscher gebeuren dat hij een kille, bureaucratische reactie gaf op een noodkreet van een grootmoeder wier dochter en schoonzoon 30.000 euro kinderopvangtoeslag moesten terugbetalen omdat zij aangesloten waren bij het frauderende gastouderbureau de Appelbloesem. Later is komen vast te staan dat veel klanten van de Appelbloesem zelf te goeder trouw waren. De eigenaar van het gastouderbureau had hen erin geluisd. Asscher schreef de bezorgde oma op formele toon dat ‘hij als minister helaas niet op individuele gevallen kan ingaan’. De vrouw schreef terug dat er heel veel ouders uit de Appelbloesem-zaak in de problemen zaten en dat het dus niet om een individueel geval ging. Asscher, in zijn tweede reactie; ‘Als bewindspersoon kan ik niet ingaan op individuele gevallen, en ook niet op meerdere individuele gevallen.’

Pijnlijk, koud antwoord

Commissielid Jeroen van Wijngaarden: ‘Dit was toch een heel duidelijk signaal dat er méér aan de hand was? Waarom hebt u daar niets mee gedaan?’ Asscher trekt net als Wiebes het boetekleed aan. ‘Ik vind dit een heel pijnlijk, koud antwoord waar ik me nu voor schaam.’ Op de vraag waarom hij het signaal van de oma niet serieus nam, zegt hij: ‘Dit is typisch zo’n brief waarop ik actie had moeten ondernemen, maar het hielp niet dat het om een erkende fraudezaak ging. Dan ben je toch wat terughoudender als er klachten komen.’

Eén vraag heeft deze zesde verhoordag wél opgeroepen. Dat is hoe de onwetendheid van de bewindslieden te rijmen valt met de vele waarschuwingen die topambtenaren zouden hebben afgegeven. Vorige week beweerden topambtenaren van de Belastingdienst dat ze hun ‘ongemak’ en ‘buikpijn’ over het aangerichte financiële leed onder ouders destijds luid en duidelijk hebben doorgespeeld naar de bewindspersonen. Die hebben deze alarmsignalen echter nauwelijks opgepikt.

Wiebes lichtte een tipje van de sluier over dit mysterie op met een verwijzing naar een notitie uit 2014. De top van de Belastingdienst zei vorige week dat ze in dat document hun zorgen duidelijk hadden laten doorklinken, maar dat heeft Wiebes toch anders ervaren. ‘Ik heb dit document juist gelezen als een waarschuwing dat we niet streng genoeg waren voor die toeslagenontvangers. Ik heb die alarmsignalen echt niet als zodanig gezien.’

Lees ook:

Er werden maar weinig handen in eigen boezem gestoken tijdens de eerste verhoorweek over de affaire rondom de kinderopvangtoeslagen. Topambtenaren konden de schuldvraag makkelijk doorschuiven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden