Ministers moeten op Europa-les

Volgens Rinus van Schendelen is het kabinet Balkenende zo naïef te denken dat Nederland zijn eigen beleid kan maken. Van het bestaan van de Europese Unie lijkt het nog nooit te hebben gehoord....

IN zowel het 'strategisch akkoord' als de regeringsverklaring zweeg het kabinet-Balkenende in alle talen over 'Europa'. Meent het echt autonoom en soeverein te kunnen beslissen over zorgstelsel, lastenverlichting, pensioenen, belastingen en milieu, zoals de teksten suggereren? Dan komen de bewindslieden straks snel van een Brusselse kermis thuis, want Europese wetten en regels begrenzen de binnenlandse beleidsruimte flink.

Vier maal rept het kabinet wel van Europa: nieuwe lidstaten moeten de bestaande wetten naleven, voor het landbouwbeleid zijn goede afspraken nodig, het veiligheidsbeleid moet sterker en het vreemdelingenbeleid eveneens. Dat zijn nogal gratuite opmerkingen. Heeft het kabinet geen concrete ambities?

Dit zwijgen over Brussel als 'hoofdstad' voor het binnenlands bestuur kán men positief uitleggen: wat iedereen belangrijk vindt, behoeft geen verdere tekst! Concrete ambities kun je beter verzwijgen, want anders word je daarop weggespeeld! De Brusselse agenda volgt straks wel bij de Troonrede!

Zulke positieve interpretaties gaan ervan uit dat de 28 kabinetsleden alert zijn op Brussel. Echter, slechts drie van hen hebben Europese ervaring. Zelfs staatssecretaris Atzo Nicolaï van Europese Zaken opereerde daar niet eerder. De burger moet dus hopen dat de bewindslieden snel leren. Dick Benschop, in 1998 de toen ook onervaren voorganger van Nicolaï, bewees dat dit kan. Maar zijn collega's Netelenbos en Borst haalden nog recentelijk slechte cijfers bij de Europese wetgevingsdossiers Postliberalisatie en Openmarktwerking Zorg.

Hebben burgers last van in Brussel stuntelende bewindslieden? Deels hangt dat af van hun eigenbelang. Wie in de nationaal omheinde zorgsector werkt, is wellicht blij met een in Brussel onhandige minister. Wie in een particuliere kliniek werkt of last heeft van wachtlijsten, oordeelt al anders. Maar op termijn heeft elke burger last van onbekwame leiders. Anders beslissen andere landen en lobbygroepen over ons. Of anders krijgt de belastingbetaler miljoenenboetes te betalen. Kamerleden hebben weinig recht hierover achteraf te klagen, want juist zij leven met de rug naar Europa.

Nederlandse bedrijven, ngo's en instellingen spelen vaak wel bekwaam in Brussel. Maar hun belangen vallen niet per se samen met die van de burger. En om op hen invloed uit te oefenen, mist de burger zelfs een stembiljet.

Wat overblijft is de publieke discussie, ter vervanging van de parlementaire. Hierbij vijf aanbevelingen voor het kabinet-Balkenende.

School u bij wat betreft Europa. Bewindslieden moeten weten dat Europese wetgeving voorrang heeft op binnenlandse en dat (twee aparte beleidsvelden daargelaten) de Brusselse Raad van Ministers over 'slechts' 15 procent (2001) daarvan formeel oordeelt. De Europese Commissie maakt zelfstandig de 85 procent overige (gedelegeerde) wetten en regels. Zij opereert vooral via een paar duizend comités vol 'experts' uit binnenlandse lobbygroepen, waaronder ministeries.

Scherp uw topambtenaren aan. Alerte topambtenaren kunnen zelfs een blinde bewindspersoon veilig over Brusselse vechtstraten geleiden. Maar veel huidige topambtenaren hebben, door allerlei oorzaken, zelf weinig zicht op Brussel en behoeven dus aanscherping. Zonder hun kennis van Brusselse pijplijnen kunnen de bewindslieden hen geen prioriteiten en doelen meegeven. De Algemene Bestuursdienst moet zijn topambtenaren bijscholen.

Benut experts. Naar ruwe schatting gaan zo'n drieduizend Nederlanders als expert namens hun organisatie regelmatig naar Brusselse comités, om wetgevingspapier te vullen. Rond eenderde is rijksambtenaar, de rest komt uit lagere overheden en private belangengroepen. Niemand heeft overzicht wie dat zijn. Vaak bedenken zij zelf wat goed is voor hun organisatie of toko erbinnen, simpelweg omdat hun superieuren hen onvoldoende waarderen en aansturen. Die aangescherpte topambtenaren kunnen ook hier renderen door beter toezicht uit te oefenen.

Doe aan planning. Slim Brussels spel is nodig om verlieskosten te minimaliseren en winstopbrengsten te maximaliseren. Dat vergt vooruitkijken. De Franse regering doet dit vaak prima. De onze is vaker bijziend en vergeet tijdig op een speelveld piketpaaltjes te slaan voordat de bal gaat rollen. In de denktank van de Commissie voor een nieuwe opzet van 'EU Governance' zit geen enkele Nederlander! Zuid-Europeanen slaan hier piketpaaltjes. Binnen 24 maanden spelen onze bewindslieden voor Raadsvoorzitter, maar slechts enkele ambtenaren op de ministeries prepareren zich nu hierop. Gaat onze regering straks stuntelen of scoren?

Benut Atzo Nicolaï. Van de nood van onervarenheid kan hij de deugd van een nieuwe aanpak maken. Hij kan zich het beste positioneren als helpdesk voor de Brusselse beïnvloeding. Dat vergt superieure kennis van zijn staf over de pijplijnen van de Commissie en de diverse Europese belangen en lobbygroepen daarbij, ook vanuit onze lagere overheden en private organisaties. Met zulke kennis vragen anderen zijn hulp, waarvoor hij steun kan terugvragen. Op de ministeries van Verkeer & Waterstaat en Economische Zaken is een kleine helpdesk al in opbouw. Die kan hij alvast in zijn nieuwe aanpak opnemen. Hij kan de vier eerdere suggesties ook pushen, om gestuntel te voorkomen en het beeld te corrigeren van Nederland als 'enfant terrible en Europe' (Le Monde, 27 juli).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden