nieuwszaak-Oad

Minister van Defensie Bijleveld getuigt in zaak-Oad over gesprek met Rabobank-topman

Minister van Defensie Ank Bijleveld werd maandag ontboden in de Utrechtse rechtbank, om onder ede te getuigen in een zaak rond het faillissement van reisorganisatie Oad in 2013. ‘Wenst u gebruik te maken van uw reiskostenvergoeding?’

Ank Bijleveld, minister van Defensie, getuigt bij de rechtbank Utrecht inzake het proces rond het faillissement van reisorganisatie Oad.Beeld Michel Beskers

Slechts één keer laat de minister zich kennen. Na een moeizaam vragenvuur van de advocaat van de Rabobank, over wat zij wanneer met wie precies besprak, suggereert Bijleveld dat de Rabobank-directie beter bereikbaar had moeten zijn voor haar klant Oad. Dan was Bijlevelds interventie destijds helemaal niet nodig geweest. ‘Precies’, klinkt het ogenblikkelijk in de zaal, uit de mond van een van de vroegere eigenaren van Oad.

Bijleveld herpakt zich: ‘Dat was een mening’, zegt de minister. ‘Sorry’. We laten het weg, zegt de rechter. De zaal grinnikt.

Een minister die onder ede moet getuigen in een rechtszaak die met haar persoon noch met haar ministerschap iets van doen heeft, dat is zelden eerder vertoond. De zaak draait niet om zeventig Iraakse burgerdoden of een andere Defensie-gerelateerde catastrofe, maar om de Rabobank, de ondernemersfamilie Ter Haar en hun reisbureau Oad dat in 2013 failliet ging. Bijleveld was toen commissaris van de koning in Overijssel, en getuigt nu over de – volgens de familie Ter Haar desastreuze – rol die de Rabobank speelde bij het faillissement.

De zaak draait om 65 miljoen euro. Dat is wat de familie Ter Haar hoopt te ontvangen van de Rabobank als de rechtbank het met de familie eens is dat het Oad-faillissement en de 1.550 fulltime banen die daarmee verloren gingen, te wijten waren aan een wanprestatie van de bank. De rechtbank gelastte de familie eerder om met bewijs te komen voor die stelling, en aan Bijleveld maandagochtend de taak om de rechter een en ander te helpen doorgronden.

De inzet mag dan hoog zijn, en de jarenlange juridische strijd vermetel, zo’n minister in de getuigenbank zorgt toch ook voor een vrolijke noot. Zoals wanneer de rechter de getuige droogjes vraagt naar haar voornamen, achternaam en beroep. ‘Minister’, is daarop het antwoord, gevolgd door bulderend gelach onder het publiek.

Redding

Kort de feiten: reisorganisatie Oad, opgericht in 1924, moest in 2013 faillissement aanvragen toen de Rabobank een lopend krediet introk en het bedrijf daardoor zijn rekeningen niet meer kon betalen. De lijst met grieven bij de familie Ter Haar is lang. Zij zeggen onder meer dat de Rabobank ten onrechte de gezondheid van het bedrijf in twijfel trok en daardoor financiële eisen ging stellen waaraan Oad niet kon voldoen, en die het bedrijf de kop kostten. De Rabobank bezweert dat haar beslissing financiering stop te zetten noodzakelijk was om de Rabobank financiële schade te besparen.

Het getuigenverhoor van Bijleveld, die geen partij is in deze zaak en ook nergens van wordt verdacht, draait om een telefoongesprek dat zij als commissaris van de koning had met Jan van Nieuwenhuizen. Deze Rabobankmedewerker was destijds de accountmanager verantwoordelijk voor Oad, en is sinds 2014 lid van de Raad van Bestuur. 

Bijleveld zegt dat hij haar ‘op of rond’ vrijdag 20 september 2013 in een telefoongesprek beloofde dat Oad ‘voldoende tijd zou krijgen om een deal af te ronden’ voor de redding van het bedrijf, waarover op dat moment werd onderhandeld met een groep investeerders. Van Nieuwenhuizen zegt dat hij slechts 48 uur toezegde. ‘Dat is niet de indruk die ik uit het gesprek kreeg’, herhaalde Bijleveld in verschillende bewoordingen als antwoord op steeds dezelfde vraag, net anders gesteld.

Het gezucht en gesteun in de zaal neemt toe wanneer de advocaat van de Rabobank minister Bijleveld bestookt met vragen over haar kennis van de liquiditeitspositie en kredieten van Oad, in een kennelijke poging twijfel te zaaien over haar vermogen een juiste inschatting te maken van wat Rabobanktopman Van Nieuwenhuizen in het telefoongesprek bedoelde.

‘Zwalken en liegen’

Het publiek bestaat, behalve uit professionele betrokkenen en journalisten, vooral uit de achterban van de familie Ter Haar. Ontevreden gezoem steeg al bij aanvang van de zitting uit hen op, toen het ging over ‘een e-mailtje’ van ‘maar vier regels’ dat de advocaat van de Rabobank naar eigen zeggen zondagavond pas tegenkwam, en daarom niet zoals de rechter had bevolen ten minste twee weken voor de zitting aan de rechtbank en de tegenpartij had doen toekomen. 

Voor de familie Ter Haar tekent het de onbetrouwbaarheid van de Rabobank. ‘Continu zwalken, liegen, draaien’, zegt Julius ter Haar, eigenaar van Oad ten tijde van het faillissement. ‘Ook toen was het hele proces zó onrechtvaardig.’ 

Donderdag hoort de rechtbank nog drie Oad-getuigen. Volgend jaar is de Rabobank aan de beurt om getuigen op te roepen.

Rest de rechter nog slechts één vraag: ‘Minister, u hebt recht op een vergoeding van de kosten die u hebt gemaakt om hier vandaag te komen. Wilt u daarvan gebruikmaken?’ De minister ziet ervan af, en spoedt zich naar haar chauffeur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden