Nieuws Huishoudelijke hulp

Minister past de wet aan zodat huishoudelijke hulp beter geregeld wordt

Ouderen en gehandicapten voor wie de gemeente hulp bij het huishouden betaalt, krijgen betere garanties dat hun huis goed wordt schoongemaakt. Gemeenten worden verplicht duidelijke afspraken hierover vast te leggen.

Ans van de Snepscheut (rechts) en Gerdien Schuring trokken ten strijde voor meer huishoudelijke hulp. Beeld Marcel van den Bergh

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid gaat met dit doel de Wet maatschappelijke ondersteuning aanpassen. Dat geldt vooral als gemeenten alleen het resultaat van de hulp benoemen, namelijk ‘een schoon en leefbaar huis’, schrijft hij vrijdagmiddag in een brief aan de Tweede Kamer.

Deze aanpassing is nodig na een reeks uitspraken van de hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep. Die oordeelde dat gemeenten onvoldoende rechtszekerheid bieden als zij niet het aantal uren huishoudelijke hulp per week vastleggen. Ongeveer een derde van de gemeenten werkt zo.

Sinds 2015 geldt de Wet maatschappelijke ondersteuning. Die schrijft voor dat hulpbehoevenden meer zelf moeten doen, of anders hun omgeving om hulp moeten vragen. Het Rijk geeft de gemeenten sindsdien ruim 30 procent minder geld voor de huishoudelijke hulp die 400 duizend cliënten van hun gemeente ontvangen.

Gemeenten zijn na invoering van die wet op zoek gegaan naar goedkopere manieren om die hulp te organiseren, wat meestal betekende dat de cliënten minder hulp kregen. Duizenden hulpbehoevenden zijn sindsdien naar de rechter gestapt om de kortingen aan te vechten. Vaak kregen zij gelijk. Als de gemeente een schoon huis belooft, moet de gemeente dat ook waarmaken, oordeelde de hoogste bestuursrechter.

Daarom legt de minister nu vast dat de gemeente met de hulpbehoevende moet afspreken hoe vaak er bijvoorbeeld wordt gestofzuigd en gedweild. Ook moet de gemeente duidelijk maken wie cliënten kunnen aanspreken als zij vinden dat dit resultaat niet wordt bereikt. Gemeente en cliënt moeten met elkaar overleggen, zodat bezwaren en rechtszaken kunnen worden voorkomen, aldus de minister.

De procedures die hulpbehoevenden tegen hen voeren kosten de gemeenten veel geld. Eindhoven kreeg recent een vordering van 400 duizend euro van Jurist Wevers, die 150 bezwaarmakers vertegenwoordigt; voor juridische kosten en 190 duizend euro aan dwangsommen. Het college van Eindhoven maakte vrijdag in een brief aan de raad bekend dat het van dit bedrag maar 240 duizend euro zal betalen. De gemeente argumenteert dat de procedures zo op elkaar lijken dat niet voor elke afzonderlijke zaak het volle pond hoeft te worden betaald.

De kosten kunnen voor Eindhoven nog oplopen, waarschuwt het college. Dit als de gemeente uiteindelijk toch het volle pond moet betalen aan Jurist Wevers. Bovendien heeft het college 160 duizend euro aan extra menskracht voor de procedures betaald. Als de cliënten van wie de zaken nu bij de rechtbank liggen hun zaken winnen, kan dat de gemeente ook nog extra geld kosten.

Lees meer over de discussie over goede huishoudelijk hulp

De korting op huishoudelijke hulp voor ouderen en gehandicapten komt steeds meer gemeenten duur te staan. Gespecialiseerde advocaten en juristen vechten een korting op de hulp vaak met succes aan. Eindhoven moet hierdoor nu waarschijnlijk 400 duizend euro aan juridische kosten en dwangsommen betalen aan het bureau Jurist Wevers.

Deze hulpbehoevenden trekken ten strijde voor meer huishoudelijke hulp: ‘Mijn hulphond kan niet poetsen’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden