INTERVIEWWOUTER KOOLMEES

Minister Koolmees van Sociale Zaken: ‘Dit is geen gezonde baan’

Wouter Koolmees dacht dat hij het niet drukker kon krijgen. Toen brak de coronacrisis uit. De minister van Sociale Zaken over het het leren leven met onzekerheid. ‘Deze crisis heeft onze kwetsbaarheid blootgelegd.’  

Wouter Koolmees (1977) is een Nederlands politicus namens D66. Hij is minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Rutte III. Van 1 november 2019 tot 14 mei 2020 was hij tevens vicepremier.Beeld Linelle Deunk

De afspraak is al drie keer uitgesteld en op de dag zelf wordt het afgesproken tijdstip nog twee keer naar achteren geschoven. Uiteindelijk zit Wouter Koolmees (D66), minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, om acht uur ’s avonds met een kop koffie in zijn werkkamer op het ministerie.

‘Het is al negen maanden een gekkenhuis’, zegt Koolmees (43). Hij was in het najaar bezig met onderhandelingen over het pensioenakkoord, de inburgeringswet en de wet arbeidsmarkt in balans, toen zijn partijgenoot Kajsa Ollongren ziek werd. Van 1 november tot half mei nam hij haar taken als vicepremier waar.

Koolmees: ‘Vicepremier is echt een hondenbaan, met veel gedoetjes. Je bent de link naar de fractie, maar ook naar de overige kabinetsleden. Je zit met de premier en de andere vicepremiers ook best vaak bij elkaar. Maandagochtend coalitieoverleg, dinsdag lunch…’

U dacht: drukker kan het niet worden?

‘En toen kwam corona.’

En een vrijgezelle premier die dan ook nog elke zondagochtend in het Catshuis wil vergaderen.

(Lacht) ‘Eerst dacht ik: echt? Maar ik heb die sessies wel gewaardeerd. Je kon daar buiten de waan van de dag dingen bespreken. De agenda was minder dwingend, er was meer ruimte voor reflectie.’

Wat vond mevrouw Koolmees ervan?

‘Zij vond het minder leuk. Het is voor haar heftig geweest, deze periode. Zij moest thuiswerken, de telefoontjes van haar werk afhandelen en tegelijkertijd zorgen dat onze twee kinderen thuisonderwijs kregen. Voor haar een belasting en voor de kinderen best beklemmend. School dicht, dierentuin dicht en een vader die zo nodig minister moet zijn en de hele dag hier zit. Gelukkig konden ze met de buurkinderen in de tuin spelen.’

U wekt de indruk over het algemeen een opgeruimd humeur te hebben.

‘Ja, maar het afgelopen jaar ben ik wel een paar keer ontploft. Helemaal tegen mijn natuur in.’

Wat is het eerste dat in u opkomt als u terugdenkt aan de afgelopen tijd?

(Zonder aarzeling) ‘Onzekerheid. Wat komt er op ons af? Een virus, ziekte, heftige beelden uit Italië, mensen in Brabant die niet meer naar andere provincies mogen…’

Voelde u angst?

‘Er kwam spanning op. Ik werd me bewuster van aanrakingen. Van groepen waarin je zit. Dat legt druk op je, in combinatie met de kennis die je hebt. Op zondagochtend 15 maart besloten we in het Catshuis dat de horeca om zes uur dicht moest. Een paar uur later is het dan zover. Dan besef je: tjee, ondernemers moeten sluiten, die hebben geen omzet meer, verliezen hun boterham. Werknemers worden onzeker over hun baan, het vakantiegeld. Die combinatie van onzekerheid en druk vond ik lastig en zwaar.’

Hoe deed u uw werk?

‘Hier. Elke dag met de auto van Rotterdam naar Den Haag, door lege straten. Zo stil. Bizar. Twee maanden lang deed ik de hele dag videovergaderingen, via Webex of Zoom. Er was een team dat zich bezighield met pensioenen, een team voor de inburgeringswet en dan was er natuurlijk nog het noodpakket dat we moesten opzetten voor de coronacrisis.’

Hadden we dat thuiswerken in ons dichtbevolkte land niet veel eerder moeten doen?

‘Het is enerzijds handig. Het zal wel een vlucht nemen nu, want veel dingen kunnen best per video of telefoon. Maar mensen willen ook elkaar zien. Beetje kletsen, maar ook brainstormen, ideeënvorming. De uitwerking kun je dan thuis doen.’

Fysiek vergaderen blijft nodig?

‘Als je in een pressure cooker zit, moet je elkaar kunnen aankijken. Kunnen zien of mensen ja-knikken of nee-schudden. Ik heb echt (met nadruk, red.) ge-wel-di-ge ambtenaren, maar als dingen spannend zijn, en ik wil politiek een bepaalde richting op, dan merk je dat ze terughoudender worden om te zeggen wat ze vinden. Dan wil ik kunnen doorvragen en zeggen: ik zie aan je gezicht dat je het er niet mee eens bent, maar ik wil het toch. Kan het? Dat zijn de leukste vergaderingen. Dat mis je bij videocalling.’

Op zondag gingen horeca en scholen dicht, op maandag hield premier Rutte zijn tv-toespraak en op dinsdag kondigden jullie noodpakketten aan. Wanneer begon de voorbereiding?

‘Eind februari kwamen hier de eerste aanvragen voor werktijdverkorting binnen. Normaal zijn dat er tweehonderd per jaar. Het ging nu met honderden tegelijk.’

Waarom?

‘China! De exporterende bedrijven, de lockdown in Wuhan. Begin maart hadden we 25 duizend aanvragen. Toen wisten we: deze regeling houdt geen stand, dit kunnen we niet uitvoeren.’

Maar in Nederland werd toen nog gedacht dat we het virus buiten de deur zouden houden?

‘Het was een glijdende schaal. Eerst China. Op 9 maart ging Italië in lockdown. Wij moesten ons de vraag stellen: wat als dat ook hier noodzakelijk is? Want dat is geen normaal ondernemersrisico.’

Wordt de overheid dan automatisch verantwoordelijk?

‘In juridische zin denk ik niet. In morele zin wel. Je sluit bedrijven. Je verhindert mensen om hun brood te verdienen. Vanwege de volksgezondheid. Dat is een goede reden om in te grijpen, maar het betekent wel dat je moet gaan steunen. Ik heb er heel weinig over getwijfeld. We stelden ons vooral de vraag: hoe moeten we het doen? Het antwoord werd: niet steunen op werknemersniveau, zoals met de WW, maar op ondernemingsniveau. Als je steunt op bedrijfsniveau, hoef je veel minder handelingen te verrichten. Het moest simpel, met zo min mogelijk uitzonderingen. Het UWV kon het aan om dat technisch naast de bestaande systemen te bouwen. Uiteindelijk hebben 135 duizend bedrijven daarvan gebruikgemaakt.’

Met 2,5 miljoen werknemers. U bent op slag de grootste socialist van Nederland.

(Zuinig) ‘Ja. Het voelt helemaal niet goed. Maar ik ben wel trots dat we het hebben kunnen doen. Ik heb ontzettend veel positieve reacties gehad, uit de horeca, uit de detailhandel, van mensen op straat die zeiden: dankjewel Nederlandse overheid, dat jullie dit opvangen. Da’s leuk.’

De coronacrisis heeft geleerd hoe belangrijk uitvoeringsinstanties zijn. Kijkt u daar nu anders naar?

‘Dat deed ik al. Door alles wat er speelde bij de belastingdienst en het UWV heb ik al voor de coronacrisis in de ministerraad gezegd: hier moeten we echt mee aan de slag. Als er bij de loketten van de overheid wantrouwen en cynisme ontstaat, gaat er echt iets fout. Achteraf bezien is er, ook in de jaren waar ik bij was, te veel bezuinigd op de uitvoering.’

U was in die jaren betrokken bij alle begrotingsakkoorden. Het dogma was: solide begroting, beheersbare staatsschuld. Nu vliegt het geld eruit. Denkt u niet: waar maakte ik me druk over?

‘Dat we als Nederland onze financiën op orde hadden, betekent dat we deze klap kunnen opvangen. Alle economen in de wereld zeggen: bij een pandemie als deze moet je als overheid massief instappen.

‘Het bizarre is dat ik zelf vaak associaties had met de bankencrisis van 2008. Ik werkte destijds op het ministerie van Financiën met Wouter Bos als minister. Grappig genoeg, heb ik van die tijd overgehouden dat je als overheid beter meteen fors kan instappen om de boel te stutten dan later moeten bijschakelen. Ook nu moesten we een bazooka inzetten. Dan neem je onzekerheid weg.

‘Het is heel veel geld dat we nu uitgeven, zeker, maar het is een incidenteel pakket. Je voorkomt er grotere maatschappelijke en economische schade mee. Maar op lange termijn gaan we dit natuurlijk niet volhouden.’

Dus geen wending in het denken over begrotingsdiscipline?

‘Dat lijkt zo, maar is dus niet zo. Dit is gewoon een andere situatie. Dit is geen bankencrisis, geen eurocrisis, geen systeemcrisis. Maar ook straks moeten uitgaven in overeenstemming blijven met de inkomsten. Dus wie meer in het onderwijs wil investeren, zal moeten zeggen waar dat geld vandaan komt. Minder naar de gezondheidszorg? Naar sociale zekerheid? Die keuzen veranderen niet.’

Hoe gaat u dat uitgelegd krijgen? Het werd laatst al niet begrepen dat er niks extra’s voor de zorg kwam.

‘Ik denk dat dat goed uit te leggen is. Het is het verschil tussen structureel meer uitgeven dan je ontvangt, versus incidenteel een klap durven opvangen.’

En straks weer bezuinigen?

‘Bezuinigen was nooit mijn kernpunt. Dat was: hervormen.’

Zoiets als een btw-verhoging is toch geen hervorming?

‘Ik zei u zojuist wat mijn idealen waren: grote hervormingen. Daarvoor ben ik de politiek in gegaan. En daar hoorden gezonde overheidsfinanciën bij. Inderdaad ging dat soms gepaard met bezuinigingen en lastenverzwaringen. Dat is waar. We hebben er buffers mee opgebouwd die we nu inzetten. Ik zie ook dat er inmiddels een discussie is over het goede niveau van overheidsschuld op de lange termijn…’

Die mag hoger zijn dan gedacht.

‘Dat zeggen veel economen. Hoger dan we vroeger dachten. Daar zit een wending, maar die is al ingezet voor corona. Die wending wordt nu wel duidelijker en explicieter.’

Nog even terug naar het thuisfront. Als u dan ’s avonds hoort dat de kinderen in de tuin hebben gespeeld, voelt u zich dan schuldig?

‘We hebben samen geconcludeerd dat we er trots op mogen zijn hoe we het als team hebben gedaan.’

Maar wat deed u precies in dat team?

‘Een terechte vraag. Normaal gesproken breng ik altijd de kinderen naar school, omdat ik er ’s avonds niet ben. Door corona viel dat weg. Toen het weer kon, kwam er weer iets meer balans in de familie Koolmees.’

Politici met jonge kinderen zeggen steeds vaker: ik wil niet iemand zijn die zijn kinderen niet ziet opgroeien. Is dit uw laatste termijn?

‘Daar wil ik nog niks over zeggen, daar ben ik nog over aan het nadenken. Ik ben bezig met het verkiezingsprogramma en hoop dat Sigrid Kaag lijsttrekker wordt. Ik ben een groot fan van haar. Ik zit tien jaar in de politiek, de afgelopen drie jaar waren heel intensief. Ik heb het met ziel en zaligheid gedaan, maar het is geen gezonde baan. Het heeft veel gevraagd van mijn gezin. Dat gevoel heb ik, dat moet ik erkennen.’

CV: van mavo naar ministerie

Wouter Koolmees ­(Capelle aan den IJssel, 1977) groeit op in sobere omstandigheden. Zijn gescheiden moeder zit drie jaar in de bijstand. Hij klimt op van mavo naar vwo. Studeert sociale en institutionele economie aan de Universiteit Utrecht en werkt tussen 2003 en 2010 bij het ministerie van ­Financiën. In 2010 komt hij voor D66 in de Tweede Kamer, hij is woordvoerder financiën en wonen. Sinds oktober 2017 is Koolmees ­minister van ­Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Rutte III.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden