Analyse Vervroegde invrijheidsstelling

Minister Dekkers argumenten tegen ‘korting’ op celstraffen ontleed

Minister Dekker wil af van de vervroegde invrijheidstelling van langgestraften. Hij zegt daarmee het gevoel van de kiezer te volgen. Maar de mensen uit de praktijk vinden dat onverstandig en de feiten ondersteunen zijn argumenten niet.

Foto Joren Joshua

Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming trok deze week de pleister van een wond die volgens hem de samenleving onnodig veel pijn bezorgt. Waar bijna iedere langgestrafte nu nog eenderde van zijn straf krijgt kwijtgescholden, wil de VVD’er van dat recht een gunst maken. Als het aan Dekker ligt, komt een gevangene hooguit twee jaar eerder vrij als hij zich gedraagt. Strafpleiters, hoogleraren en de reclassering vielen over hem heen: Dekker zou zich laten leiden door de onderbuik van de samenleving en het ontbreekt hem aan feiten die zijn wetsvoorstel ondersteunen. Waarom wil hij sleutelen aan een systeem dat volgens hen prima functioneert?

Drie van zijn argumenten ontleed:

1. ‘Veel mensen snappen gewoon niet dat iemand na tweederde van zijn straf weer buiten staat. Dat gevoel van onrechtvaardigheid baart mij zorgen.’

Volgens Dekker valt het niet uit te leggen: iemand krijgt 18 jaar cel en staat na 12 jaar weer buiten. ‘Veel mensen’ begrijpen dat niet, zei hij in het AD, waar hij dinsdag zijn wetsvoorstel lanceerde. Hij baseerde zich niet op harde cijfers – dat mensen de voorwaardelijke invrijheidstelling ‘onrechtvaardig’ vinden, is voor zover bekend nooit aangetoond.

Vraag Nederlanders of ze voor strengere straffen zijn en het antwoord is al jaren: ja. De angst voor terrorisme wakkert bovendien de roep om een strenger rechtssysteem aan, constateerde het Sociaal en Cultureel Planbureau vorig jaar, al groeit tegelijk het vertrouwen in de rechtspraak.

Dekker maakt een fout door dat gevoel op te voeren in een discussie over het voorwaardelijk vrijkomen van gevangenen, zegt Pauline Schuyt, hoogleraar sanctierecht en straftoemeting van de Universiteit Leiden. ‘Het zijn vooral de lage straffen die tot ongenoegen leiden over het Nederlandse rechtssysteem. Op deze manier gaan twee verschillende discussies door elkaar lopen.’

Schuyt wijst op de ophef die ontstond toen Volkert van der G., de moordenaar van Pim Fortuyn, in 2014 voorwaardelijk vrijkwam. ‘Toen waren mensen boos omdat ze de straf te laag vonden, niet omdat ze het oneens waren met de voorwaardelijke invrijheidstelling. De oplossing daarvoor was dus gewoon een hogere straf geweest, niet het inperken van de voorwaardelijke invrijheidstelling.’

Strafpleiters stonden deze week, met de reclassering en een reeks hoogleraren, in de rij om uit te leggen waarom de voorwaardelijke invrijheidstelling in hun ogen prima functioneert. Het klopt dat gevangenen een brutostraf opgelegd krijgen en deze netto hoeven uit te zitten. Maar daar houden rechters dan ook rekening mee, zei de Amsterdamse senior rechter Martien Diemer in de NRC: ‘Ik kijk, alleen voor mezelf sprekend, naar het nettogehalte van een straf: wat levert die op? Wat zijn de gevolgen voor de verdachte, zijn gezin, zijn baan? Dus als bruto netto wordt, dan maakt dat uit voor de strafmaat.’ In het AD zei Dekker dat ‘dat niet de bedoeling is’ en dat ‘er niets verandert aan de strafmaat’.  

Crimefighterspartij

De VVD heeft een reputatie als ‘crimefighterspartij’. Met de VVD in het kabinet steeg de maximale gevangenisstraf in 2006 van 20 naar 30 jaar. De partij pleit er al jaren voor om daders harder aan te pakken, wil dat misdaden niet langer kunnen verjaren en vindt dat veelplegers voor elk van hun daden de maximale straf verdienen, in plaats van dat ze maar voor één daad de volle prijs moeten betalen. Premier Rutte beloofde bij aantreden van zijn eerste kabinet in 2010 dat inbrekers met ‘een paar ferme tikken’ het huis uit mogen worden gewerkt.

De nieuwe wet van Dekker lijkt een volgende stap in de harde antimisdaadlijn van de VVD, al is er volgens hem van partijpolitiek geen sprake. Maar gesteund door de verkiezingsuitslag – de partij werd de grootste bij de Tweede Tweede Kamerverkiezingen van 2017 – en door de regeringscoalitie met CDA, D66 en ChristenUnie, hoopt hij nu te kunnen doorpakken.

De Federatie van Nabestaanden van Geweldslachtoffers is het in elk geval met hem eens. Het valt niet uit te leggen dat ‘de zwaarste criminelen de hoogste bonus krijgen’, zei Jack Keijzer van de belangenvereniging woensdag in de Volkskrant. Maar van een bonus is helemaal geen sprake, reageert strafrechtadvocaat Tim Vis. ‘Het idee dat dit een korting op een straf is, klopt niet. Die proeftijd is een manier om toezicht te bieden op resocialisatie en daaraan zijn allerlei regels verbonden.’

‘Sander Dekker praat de samenleving naar de mond’, stelt strafrechtadvocaat Christian Flokstra. ‘Ik zou zelf ook levenslang willen als iemand mijn dochter zou verkrachten. Maar de minister is niet alleen de minister van slachtoffers en nabestaanden. Hij zou beter kunnen uitleggen waarom dit systeem zo in elkaar steekt. Daar is namelijk niets onrechtvaardigs aan.’

2. ‘Gedetineerden weten dat wangedrag weinig tot geen gevolgen heeft voor wanneer zij voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld.’

De vorig jaar geopenbaarde cijfers waren alarmerend: het aantal incidenten waarbij geweld was gebruikt tegen gevangenispersoneel steeg tussen 2015 en 2016 met 18 procent, naar bijna 1.900 keer per jaar. Herkenbaar, zegt Rob Minkes, al negentien jaar werkzaam in de gevangenis van Scheveningen: ‘Vrijwel iedere dag deelt er wel een gevangene een klap aan een van ons uit.’

In het AD schetst Dekker het beeld van machteloze gevangenisbewaarders, die ‘in hun gezicht worden uitgelachen’ en lijdzaam moeten toezien hoe iedere gevangene eerder vrijkomt, hoe vaak hij zich ook heeft misdragen. Volgens hem moeten gevangen zich voortaan twee keer bedenken voordat ze zich op een bewaarder afreageren. Als het aan hem ligt, kan elke klap betekenen dat iemand zijn straf tot het einde moet uitzitten.

Gevangenen hebben nu veel speelruimte, erkent Minkes: ‘Er staat echt niet van de ene op de andere dag een kruis op je hoofd.’ Alle gedragingen van een gevangene, goed en fout, komen volgens hem in zijn dossier terecht. Toch leidt de optelsom die daaruit rolt er bijna nooit toe dat iemand ook het resterende derde deel van zijn straf moet uitzitten. Advocaat Vis: ‘Er wordt een afweging gemaakt: wegen de belangen van de maatschappij en die van degene die vastzit, tegen elkaar op? Maar er wordt wel degelijk scherp gekeken of iemand de gevangenis wel uit mag.’

Wangedrag

De rechter kan, op verzoek van het OM, beslissen dat iemand later of helemaal niet meer vervroegd vrijkomt. Bijvoorbeeld na zeer ernstig wangedrag in de gevangenis, een ontsnappingspoging, of bij een vermoeden dat iemand een zwaar geweldsmisdrijf pleegt als hij weer op vrije voeten is.

Vorig jaar kwam 1.043 gevangenen voorwaardelijk vrij, blijkt uit cijfers van het ministerie van Justitie en Veiligheid. In zo’n honderd gevallen schortte de rechter de vrijlating op of zette er een streep doorheen, schreef NRC deze week. Het OM kan dat laatste getal niet bevestigen, maar het zou betekenen dat gevangenen in vergelijking met zeven jaar geleden vier keer zo vaak te horen krijgen dat ze nog een tijd achter de tralies moeten blijven zitten. Tussen april 2009 en juli 2011 kwamen 2.200 gevangenen voorwaardelijk vrij, in 28 gevallen besliste de rechter dat het verzoek om uitstel of afstel terecht was.

De meeste gevangenen gaan volgens Minkes in de fout als ze nog maar net achter de tralies zitten: in het huis van bewaring, waar alles nog onzeker en nieuw is en ze niet eens weten of ze überhaupt worden veroordeeld. Minkes: ‘Pas als ze bij ons binnenkomen, komt er vaak een zekere rust over ze heen. Ze weten dan hoe lang ze moeten zitten, er is een einddatum waar ze naartoe kunnen werken.’

Want natuurlijk telt elke gevangene de dagen af tot hij weer buiten staat, zegt Minkes. Advocaat Flokstra beaamt dit: ‘Alle gevangen rekenen, de langgestraften nog het meest.’ Daarom hebben ze er volgens hem baat bij om zo snel mogelijk de gevangenis weer te verlaten.

Flokstra wijst op het promotie- en degradatiesysteem in de gevangenissen, waarbij delinquenten het makkelijker voor zichzelf kunnen maken door zich te gedragen. ‘Wie rood is omdat hij zich misdraagt of de aanwijzingen van het personeel niet opvolgt, moet meer in zijn cel zitten, kan aan minder programma’s deelnemen. Neem van mij aan dat elke gevangene groen wil zijn, zeker de langgestraften. Voor hen kan de voorwaardelijke invrijheidstelling het verschil zijn tussen zes jaar langer moeten zitten of naar buiten mogen.’

3. ‘Het is niet zo dat wie langer is gestraft, ook per se langer de tijd nodig heeft om te reïntegreren. Een periode van twee jaar is voor iedereen lang genoeg.’

Het is een van de delicaatste fasen tijdens een gevangenschap. Hoe bereid je iemand na misschien wel 20 jaar in de cel voor op een terugkeer in de maatschappij?

Gevangenen moeten vaak vanaf nul beginnen, zegt Sjef van Gennip, directeur van Reclassering Nederland. ‘Sommige gevangenen hebben zo lang opgesloten gezeten dat ze niet weten hoe ze met digitale hulpmiddelen moeten omgaan, anderen moeten hun hele sociale leven opbouwen. Sommigen hebben daar veel moeite mee.’ De samenleving verandert razendsnel, zegt Flokstra. ‘Het kost nogal wat tijd je aan te passen als je totaal geïnstitutionaliseerd bent geraakt in de gevangenis.’

Een gevangene die tot 18 jaar cel is veroordeeld, mag daarvan nu nog 6 jaar in voorwaardelijke vrijheid uitzitten – en wordt in die 6 jaar door de reclassering begeleid. Volgens Dekker maakt het niet uit of iemand 7 of 25 jaar vast heeft gezeten en is twee jaar lang genoeg om te reïntegreren in de samenleving.

Daarbij heeft de reclassering na 2 jaar toch nauwelijks zicht meer op een gevangene, zegt CDA-Kamerlid en voormalig gevangenisdirecteur Madeleine van Toorenburg. ‘Uit ervaring weet ik dat een gevangene echt niet 6 jaar lang op de voet wordt gevolgd. Het contact blijft soms beperkt tot een enkel telefoontje per maand.’

Het klopt volgens Van Gennip dat het contact na verloop van tijd in veel gevallen flink wordt teruggeschroefd. ‘Maar dat doen we alleen als daar reden toe is. Er zullen altijd mensen zijn op wie langer en intensiever toezicht nodig blijft. Uit onderzoek blijkt dat gevangenen die langer hebben vastgezeten ook een langere resocialisatie nodig hebben. Die mogelijkheid wordt nu weggenomen.’

Voorwaarden

Advocaten als Flokstra en Vis wijzen erop dat de invrijheidstelling niet voor niets aan allerlei voorwaarden is gebonden. Het OM kan bijvoorbeeld een vrijgelaten gevangene een alcoholverbod, een locatieverbod of een meldplicht opleggen. En wie tijdens zijn proeftijd in de fout gaat, moet het restant van zijn straf meestal alsnog uitzitten.

Willem Holleeder kwam bijvoorbeeld in 2012 vrij, toen hij tweederde van zijn straf voor onder meer afpersing, mishandeling en bedreiging had uitgezeten. Tijdens zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling bedreigde hij misdaadverslaggever Peter R. de Vries, waardoor hij van de rechter alsnog zijn strafrestant van 3 jaar moest uitzitten – bovenop de 4 maanden cel vanwege het bedreigen van De Vries.

En Michael P. zou dit jaar, na 8 jaar, vrijkomen uit de gevangenis na het gewelddadig verkrachten van twee meisjes. Vanwege het ontvoeren, verkrachten en doden van Anne Faber in september 2017, moet hij in elk geval zijn strafrestant van 4 jaar uitzitten. Hij ging in de fout terwijl hij verbleef in een forensisch-psychiatrische kliniek, waar hij juist werd voorbereid op zijn terugkeer naar de maatschappij.

Hoe langer ex-gevangenen op vrije voeten zijn, hoe groter de kans dat ze terugvallen, zegt hoogleraar Schuyt. ‘In de eerste twee jaar na een lange gevangenisstraf probeert een ex-gedetineerde vooral te overleven. Daarna wil iemand een baan vinden of een relatie beginnen. Dat blijkt vaak lastiger dan verwacht. Ze vervallen dan sneller in hun oude patroon en gaan weer in de fout.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.