Minister Brinkhorst schetst een karikatuur van de boer

Als minister Brinkhorst beweert dat de boeren te afhankelijk zijn geworden van subsidies en meer ondernemer moeten worden, schetst hij een uiterst tendentieus beeld, menen Cees Leeuwis en Noelle Aarts....

NAAR aanleiding van alle problemen in de landbouw stelt minister Brinkhorst (de Volkskrant, 27 juni) dat boeren nu eindelijk maar eens gewone ondernemers moeten worden. De individuele boer moet zijn of haar inkomen uit de markt halen, en afkicken van de verslaving aan subsidies.

De minister verliest daarbij uit het oog dat boeren al decennia lang door de overheid zijn aangemoedigd om 'agrarisch ondernemer' te worden. Landbouwbeleid, -onderwijs en -voorlichting hebben boer en tuinder met succes van dat idee doordrongen. En zoals het goede ondernemers betaamt, zijn ze massaal gaan doen aan schaalvergroting en aan verlaging van de productiekosten, onder andere door zich verregaand te specialiseren.

Deze ontwikkeling dreigt nu ten onder te gaan aan haar succes omdat zij er tegelijkertijd voor heeft gezorgd dat waardevolle publieke goederen als natuur, milieu, dierenwelzijn, historische cultuurlandschappen, voedselveiligheid en kwaliteit ernstig in het gedrang zijn gekomen. Het gaat hier om zaken die een calculerende ondernemer vooral geld kosten, en waar via de markt geen evenredige vergoeding voor werd en wordt betaald.

Het beeld dat de landbouw desondanks een zwaar gesubsidieerde sector is, is bovendien slechts zeer ten dele terecht (zie de bijdrage van europarlementariër Albert Jan Maat, U-pagina, 30 juni). Het gaat hier vooral om verschillende vormen van indirecte subsidiering. Voorbeelden zijn de Europese exportsubsidies, subsidies voor opslag van overschotten en fondsen voor de afdekking van onverzekerbare schade die het gevolg is van extreme weersomstandigheden.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook de enorme maatschappelijke kosten die de afgelopen tijd zijn gemaakt in verband met de verspreiding van dierziekten (varkenspest en mond- en klauwzeer); kosten die overigens meer worden veroorzaakt door rampzalige Europese afspraken én de spelregels van de internationale markt dan door de veterinaire problemen in enge zin.

Al met al is het vooralsnog volkomen onduidelijk hoe nog meer ondernemerschap en marktgerichtheid zouden moeten bijdragen aan een oplossing van de problemen die het gevolg zijn van de landbouw van vandaag. In een steeds liberaler wordende wereldmarkt en met toenemende onderlinge concurrentie zullen zaken als dierenwelzijn, landschap, kwaliteit en natuur alleen maar verder onder druk komen te staan.

Het is een illusie te veronderstellen dat individuele consumenten zich hier massaal verantwoordelijk voor gaan voelen. Onderzoek laat zien dat de meeste consumenten niet alleen van mening zijn dat de overheid moet zorgen voor het aanbod van verantwoord geproduceerd voedsel, maar ook in de veronderstelling verkeren dat de overheid dat doet. 'Wat in de supermarkt ligt zal wel oké zijn', zo is de redenering waarmee het koopgedrag (het goedkoopste lapje vlees) gerechtvaardigd wordt. Het koopgedrag van consumenten blijkt dan ook geenszins te stroken met de ideeën die zij hebben over verantwoorde voedselproductie.

In Brinkhorsts marktgerichte scenario is vooral een heleboel moeilijk controleerbare restrictieve wet- en regelgeving nodig om te proberen toch weer tegenwicht te bieden aan de logica van diezelfde markt. De spagaat tussen produceren voor de wereldmarkt, en voldoen aan Nederlandse eisen op allerlei gebied zal voor de meeste boeren uiteindelijk niet vol te houden zijn. Op z'n best leidt dit er toe dat we in Nederland een bescheiden landbouwsector overhouden. Veel boeren zullen stoppen, of emigreren naar het buitenland met het gevoel dat ze zijn weggepest.

Van de resterende boeren zal een deel ecologisch en landschappelijk verantwoord voedsel produceren voor een elitepubliek dat bereid én in staat is hiervoor meer te betalen dan de gemiddelde burger. Een ander deel zal grootschalig en industrieel produceren en daarmee voldoen aan een aantal wettelijke minimumcriteria.

Het is echter ook zeer wel denkbaar dat er in Nederland überhaupt geen landbouw van betekenis overblijft. Dit omdat de kosten voor grond, arbeid en bedrijfsovername (in verband met erfrecht) elders nu eenmaal beduidend gunstiger zijn.

Het alternatief is dat we als maatschappij besluiten dat we zaken als landschap, dierenwelzijn, voedselkwaliteit en (agrarische) biodiversiteit (bijvoorbeeld weidevogels en genetische diversiteit van landbouwhuisdieren) te belangrijk vinden om over te laten aan de goede wil van een handjevol consumenten en supermarktketens, cq. aan de grillen van de markt. Dat we ze met andere woorden beschouwen als publieke goederen, die de maatschappij ook iets mogen kosten.

De landbouw wordt daarmee vergelijkbaar met een sector als de gezondheidszorg, die we immers ook niet afschaffen omdat dat in het buitenland wel wat goedkoper kan. Door middel van een systeem van contracten kunnen we als maatschappij een bepaalde hoeveelheid dierenwelzijn, landschapsonderhoud, biodiversiteit en gegarandeerde voedselkwaliteit als het ware inkopen. Op een andere manier blijven we dan de landbouw 'subsidieren', of beter gezegd: betalen voor geleverde diensten.

Met meer marktgerichtheid en ondernemerschap heeft dat allemaal niet zoveel van doen; wel met het nemen van collectieve verantwoordelijkheid voor in essentie gezamelijke problemen.

Brinkhorst maakt een duidelijke keuze; hij pleit voor meer markt en minder collectieve verantwoordelijkheid. Deze visie probeert hij door te drukken door het scheppen van tendentieuze en misleidende beelden over agrarische ondernemers waarbij hij tevens veelvuldig gebruik maakt van uiterst suggestieve metaforen ('stalinistische praktijken'). Dat is niet alleen dubieus, maar ook onverstandig, want het draagt er alleen maar toe bij dat de toch al totaal verziekte verhouding tussen het ministerie van Landbouw en de boeren voortduurt. Herstel van deze verhouding is een eerste voorwaarde voor de effectuering van welk beleid dan ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden