Minimalist is in sprint fitste van favorieten

amsterdam Wat Thor Hushovd allemaal voor moeite had moeten doen om wereldkampioen wielrennen te worden? Er kon zondag lang en kort over worden gepraat. Maar het beste antwoord in Australië luidde misschien wel: zo min mogelijk.

In Geelong hield Hushovd de Deen Matti Breschel en de Australiër Allan Davis achter zich in de sprint. Veel moeite leek het hem nauwelijks te kosten. Achter de rug van Breschel en de Nederlander Niki Terpstra richtte hij zich op van zijn stuur en lachte hij breeduit met de finish binnen fietsbereik. Hij wist wat er ging gebeuren.


Lang heeft de 32-jarige Noor op zijn eerste wereldtitel moeten wachten. Maar de manier waarop hij het dan toch voor elkaar kreeg, deed denken aan een routineklus. Dat was het misschien ook wel, maar niet in de letterlijke zin van het woord.


De tweevoudig winnaar van het sprintklassement in de Tour staat bij zijn ploeg Cervélo bekend als een planmatige denker. Joop Alberda, de manager van het team, vergeleek hem gisteren zelfs met olympische kampioenen als zwemmer Pieter van den Hoogenband en judoka Mark Huizinga. 'Dezelfde focus, hetzelfde instinct om alles weg te snijden wat hij niet nodig heeft. Een geduldig en zorgvuldig mens.'


Het verklaart de manier waarop Hushovd het WK benaderde. De wedstrijd geldt als de meest onvoorspelbare van het jaar en hield dit jaar maandenlang de gemoederen bezig. Maar de uiteindelijke kampioen benaderde de 260 kilometer fietsen als elke andere koers die hij wilde winnen.


Dat hij daarop ook een serieuze kans maakte, lag door het verloop van zijn seizoen niet meteen voor de hand. In de Tour de France was zijn van een breuk herstelde sleutelbeen te zwak om de sprinterstrui veilig te stellen. Maar de rit die hij al maanden van tevoren had bestudeerd, de kasseienetappe naar Arenberg, won hij wel.


Het kon drie maanden later als een vingerwijzing worden uitgelegd, zei Alberda. Een fittere Hushovd dan die gisteren op zijn fiets stapte, bestond volgens hem niet. Juist doordat de Noor zo weinig kilometers had kunnen maken vanwege zijn blessure, bleek er genoeg kracht over voor het beste eindschot uit zijn carrière.


Hushovd had zich ook niet door alle waardeoordelen over het WK laten afleiden. Het parcours dat tussen Melbourne en Geelong was uitgetekend, zou in eerste instantie op een sprintersbal uitdraaien waarvoor de klimmers kansloos waren. Pas nadat de Italiaanse bondscoach Paolo Bettini het met eigen ogen had gezien, werd die verwachting bijgesteld. Misschien was het toch iets lastiger dan gedacht.


Toen de renners het vorige week zelf konden inspecteren, bleek juist dat de sprinters niets te zoeken hadden op het eerste WK in Australië. Maar nadat de beloftenwedstrijd achter de rug was, moest ook dat oordeel worden bijgesteld.


Hushovd moet er al die tijd het zijne van hebben gedacht. Hem hoefde niemand de wetten van het WK uit te leggen. Dat wordt elk jaar in een andere stad gehouden, maar telkens geldt dezelfde vuistregel: vooraf kunnen tientallen renners kampioen worden, in werkelijkheid maakt bijna niemand aanspraak op de titel.


Het leverde de grootste kanshebbers aan de andere kant van de wereld vooral gebroken illusies op. Acht Vlamingen geselden de koers door het tempo moordend hoog te houden, maar de Waal Philippe Gilbert kon hun beulswerk niet met goud bekronen. De topfavoriet plaatste zijn aanval met 10 kilometer te gaan, maar vond in de harde wind een spelbreker.


De andere azen voor het WK waren in geen velden of wegen te bekennen toen het erop aankwam. Oscar Freire moest tevreden zijn met de zesde plaats, nadat het Spaanse team elke slag miste.


Filippo Pozzato werd vierde, maar het kon niet verbloemen dat de Italianen vooral de prijs voor hun eigen inspanningen aan de kop van het peloton moesten betalen.


Een verrassing kon het moeilijk worden genoemd. Wie een serieuze kanshebber op de wereldtitel in zijn land heeft, krijgt er ook gelijk de verantwoordelijkheid voor de koers bij. De andere teams hoeven niets anders te doen dan alert blijven en achterover te leunen.


Het was een les die Hushovd had begrepen. Doordat zijn enige landgenoot Edvald Boasson Hagen ook nog eens een tijdlang van voren meereed, kon hij zich schuil houden in het peloton. Maar ook de Nederlanders snapten wat er van ze werd verwacht. In een koers waarin de communicatieapparatuur voor een keer in de doos bleef, eiste Niki Terpstra zelfs even de hoofdrol voor zich op.


De nationaal kampioen demarreerde uit een groep van zo'n dertig renners die nog was overgebleven, achterhaalde twee anderen en dook de laatste bocht door, met de finish in zicht.


Het was met een jagend peloton vol ambitieuze sprinters een zinloze onderneming. Maar wat moest hij anders? Als hij op zijn plek was blijven zitten was hij ook geen wereldkampioen geworden, zei Terpstra na zijn negentiende plaats. Koos Moerenhout eindigde in zijn laatste koers zes plaatsen hoger.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden