Minimalist in dienst van de reclame

Electronica-pionier Raymond Scott was niet bepaald een strenge academicus. Zijn loopings hebben de charme van het ongepolijste. In de jaren vijftig, toen Amerika behoefte kreeg aan futuristische geintjes, maakte hij z'n entree in de reclamewereld....

Vóór 1970 of daaromtrent was elektronische muziek maken traag, duf werk waar je kamers vol met onhandelbare apparaten voor nodig had. In de Verenigde Staten vond je zulke dure en tijdopslurpende voorzieningen vooral aan de belangrijkste universiteiten, zoals Princeton. Daar maakten academische componisten abstracte en algoritmische muziek die nog steeds een ruwe, primitieve kracht had. De geluidsgolven waren rauw en primair: sinus, zaagtand, driehoek.

Raymond Scott (1908-1994) behield die klankkleuren, maar in zijn eigen, enorme werkplaats gaf hij de Princeton-sound een beat. Hij gebruikte zelf ontworpen sequencers: een reusachtig systeem van relaisschakelingen (technologie die werd gebruikt in oude telefooncentrales). De uitvinder van de Ritme Modulator, de Cirkel Machine en het Electronium bracht de muzikale parameters terug tot de meest essentiële, opdat een machine ze kon imiteren. Zodoende werd hij als minimalist gezien: het minimalisme van de muziekdoos, het buikorgel, het draaiorgel en van zijn Soothing Sounds for Baby - een minder interessant project dan het onlangs verschenen Manhattan Research Inc.

Maar Scotts wervelende arpeggio's overtreffen veel vroeg minimalisme, al was het maar omdat hij profiteert van de toevallige schommelingen ontstaan in de analoge studio. In zijn composities zijn toonhoogte en tempo niet smetteloos en strak. Dat is het grote verschil met het uitdrukkingsloze geluid van de ritmebox van een straatmuzikant, of zelfs Kraftwerk of Tangerine Dream, bij wie de loopings maar doordraaien, punctueel en precies als het mechaniek van een uurwerk.

Scott was een onderzoeker, en het onderzoek moest voor alles praktisch zijn. De pakkende wijsjes die hij in de jaren dertig voor zijn combo had geschreven, waren het visitekaartje waarmee hij in de jaren vijftig zijn entree maakte bij de televisie, maar hij haatte het om in beeld te verschijnen. Het liefst verborg hij zich diep in de coulissen, waar hij muziek schreef voor commercials. Precies op het moment dat Madison Avenue de nationale obsessie met futuristische fratsen en grapjes begon te voeden en te weerspiegelen, kwam hij in aanraking met de reclamewereld. Scott, van nature een prutser, rook een kans.

Manhattan Research Inc., een keuze uit de jaren 1957-'69, is vooral ontwapend als een tijdcapsule vol Americana. Met twee cd's en 140 pagina's knipsels, interviews met medewerkers, schetsen, foto's van Scotts woonhuis annex werkplaats en uiterst nauwkeurige notaties van elk nummer is deze fraai gebonden uitgave net zo veel een boek (uitgegeven door Irwin Chusid, die al eerder over Scott publiceerde) als een plaat (geproduceerd door de Nederlandse Scott-promotor Gert-Jan Blom, met precies de juiste combinatie van ernst en luim).

Scotts elektronische muziek werd gebruikt om alles dat high-tech was te verkopen: de Wing Thing (een vlieger die werkte op gasbenzine), tabletten afwasmiddel van Vim, Auto-Lite zelfreinigende bougies, IBM's geautomatiseerde typemachine, maar ook de Hostess Twinkie, een superlekkernij, een cakeje met witte vulling.

Scott kon piepen en kraken op de academische manier, maar als de sequencer en de synthetische bongo's te voorschijn komen, hoor je een jong en fris robotloopje. Zijn technologie was op het scherpst van de snede, maar Scotts voorkeur ging uit naar het herhalen van themaatjes en klanken (soms niet meer dan het grillige geluid van een ontstekende bougie), of ouderwetse lineariteit. In zijn elektronische begeleiding bij een korte, surrealistische film van Muppets-maker Jim Henson - later opnieuw gebruikt in een commercial - verandert de stemming langzamer dan de vertelling.

Scotts voorvechters gaan er prat op dat Carl Stalling, die muziek componeerde bij tekenfilms van Warner Bros, Scotts melodiën citeerde (waaronder fragmenten die Stalling vaker gebruikte: La Cucaracha, California, Here I Come, We're in the Money). Maar Stallings snelle montages van verschillende stijlen, die onmiddellijk een bepaalde stemming opriepen en ook weer om zeep hielpen, waren van een conceptuele gedurfdheid waaraan Scott nooit heeft kunnen tippen.

De componist van The Toy Trumpet (op Manhattan Research Inc. uitgevoerd op het Electronium) kon een goede jingle schrijven. Het geluid van die lieve Dorothy Collins zingend over oogschaduw, terwijl de relaisschakelingen braaf hun werk deden, was toen opvallend genoeg voor het doel dat de muziek diende: ondersteuning bij een reclameboodschap. Nu is diezelfde klankwereld bizar genoeg om te kunnen waarderen, als kitsch.

Scotts commerciële muziek is charmant. Niet omdat ze tijdloos is, maar omdat ze zozeer een product is van de tijd. IBM kon nog pochen op een kantoormachine die wel één getypte pagina per twee minuten kon produceren. Primitief, maar meestal is daar ook nog wel iets voor te zeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden