Miniaturen op 78-toeren

De introductie eind jaren veertig van de klassieke langspeelplaat betekende ook het begin van de cover art, de kunst van de lp-hoes, die in een halve eeuw tijd zoveel moois opleverde dat zelfs een royaal overzicht als 1000 Record Albums van Michael Ochs (Taschen, 2005) er maar een fractie van...

Erik van den Berg

Vóór het tijdperk van de 33-toeren viel er in grafisch opzicht minder te beleven aan de platenhoes. De in het begin van de twintigste eeuw opgekomen 78-toerenplaat stak doorgaans in een simpele, uniforme envelop. Die bevatte een cirkelvormige gat in het midden dat zicht bood op het op de plaat geplakte etiket. Op dat papieren rondje werd alle relevante informatie vermeld: de titel van het stuk en de uitvoerende, de naam van de platenmaatschappij, het catalogusnummer en de copyrightgegevens, alles bij voorkeur verwerkt in grafisch aantrekkelijk ontwerp.

Ruim negenhonderd voorbeelden van die miniatuurkunst uit circa 1890-1930 zijn op ware grootte afgebeeld in European Record Labels, een alfabetisch op firmanaam gerangschikt overzicht van bijzondere platenlabels om en nabij de belle epoque. Het is het eerste boek in zijn soort. Rainer E. Lotz publiceerde in 1979 weliswaar zijn Grammophonplatten aus der Ragtime-Ära, maar dat bevat nog geen fractie van wat de Nederlandse 78-toerenkenners Harry van Belle en (de inmiddels overleden) Harry van Oirschot na vele jaren verzamelen samenbrachten.

De presentatie is sec, zonder bijschriften, zodat alle aandacht gaat naar de afbeeldingen. Opvallend vaak grijpen die terug op pre-industriële tijden, met aan de klassieke mythologie ontleende nimfen, arcadische vergezichten en biedermeierachtige bloemmotieven. Een genre apart vormen de talrijke varianten op het rond 1910 geïntroduceerde beeldmerk van His Master’s Voice, waarbij het bekende hondje is vervangen door een aandachtig luisterende vos, indiaan of in een nachtpon gehulde deerne.

Van het modernisme van de vroege twintigste eeuw dringt maar weinig door en slechts zelden ook refereren de illustraties aan technische innovaties van de tijd, met grafisch verbeelde ethergolven of zendmasten. Dat levert een interessant contrast op met de laatste 130 pagina’s van het boek, die zakelijke, met cijfers onderbouwde profielen bieden van alle betrokken platenfirma’s – ooit bloeiende ondernemingen met klinkende namen als Homokord, Zonophone en Mammut.

Uit die op eigen research gebaseerde bedrijfsgeschiedenissen stijgt het beeld op van een jonge, explosief groeiende bedrijfstak, die tussen 1900 en 1914 in een permanente staat van oorlog verkeert, met verbeten gevechten om marktaandelen en patenten, plagiaatkwesties en agressieve overnamen. Die dromerige nimfen op de labels verkochten smoesjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden