Mingus had al vroeg een eigen stem

Van de eerste platen van bassist en componist Charles Mingus (1922-1979) wordt steevast gezegd dat ze ongewoon volwassen klinken, maar bewijs daarvoor was altijd moeilijk te vinden....

Het dikke cd-boekje bevat essays over de zwarte muziekscene van Los Angeles (en Mingus' rol daarin) en biedt analyses van elk stuk afzonderlijk; nauwgezet is uitgezocht welk materiaal de componist later nog eens zou gebruiken. Ook staan er mini-biografietjes in van alle deelnemende muzikanten (Eric Dolphy, Art Pepper, maar ook obscure krachten als tenorist William Woodman en pianist Robert Mosley). Jammer is dat de muziek werd overgezet van 78-toeren platen van gerecycled schellak: de klank is niet bepaald smetteloos.

Mingus was overduidelijk ook een product van zijn omgeving. Liedjes als Texas Hop en Ain't Jivin' Blues zijn met hun lichtvoetige L.A.-beat en gestroomlijnde blues-feeling geknipt voor de jukebox; precies de muziek die een platenmaatschappij kan verleiden een jonge bandleider eens een kans te geven.

In deze vroege opnamen heeft Mingus' spel al die agressieve, stuwende kwaliteit die hem een van de allerbeste jazzbassisten zou maken; hij solieert uitgebreid op een Ellingtonesk treinritme in Shuffle Bass Boogie. Ook weet hij al hoe je een kwartet of kwintet groter kunt laten klinken door de achtergrond op te vullen met elkaar kruisende riffs.

Twee sessies met ad hoc-bezettingen illustreren hoe ver Mingus' ambities reikten. De dichte texturen en dissonanten grijpen terug op Ellington anno jaren veertig, maar de leerling begon al een eigen stem te krijgen. Op Inspiration, ook bekend als God's Portrait, horen we Mingus' toekomstige orkestprojecten in embryonale vorm. Net als Ellington kende hij de waarde van het schijnbaar doelloos rondtasten op de piano, op zoek naar nieuwe akkoorden en stemmingen. Maar soms overlaadt hij zijn harmonieën nog te veel.

Modern Jazz Symposium (1957) is een van Mingus' obscuurdere platen, ofschoon het zijn gelukkigste huwelijk van jazz en poëzie bevat: Scenes in the City. Een twaalf minuten lange monoloog van Lonnie Elders, met assistentie van de Afro-Amerikaanse dichter Langston Hughues en gereciteerd door de acteur Melvin Stewart. Het wordt verteld vanuit het gezichtspunt van een bebop-fan uit Harlem (die geen cent te makken heeft maar leeft voor de muziek) en onderscheidt zich door een fijn gevoel voor humor en een uitstekende muzikale begeleiding.

Kevin Whitehead

Charles 'Baron' Mingus: West Coast, 1945-49. Uptown.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden