Minderen verrijkt

ln deze crisistijd, waarin verlangend wordt uitgekeken naar economisch herstel, wijzen vader en zoon Skidelsky op de nadelen van groei. Ze pleiten voor een kortere werkweek en minder consumptie. Ook nu.

Onze kleinkinderen zullen nog maar vijftien uur per week werken, schreef de befaamde econoom John Maynard Keynes in zijn essay The Economic Possibilities for our Grandchildren uit 1930. Ze zullen hun overvloedige vrije tijd gebruiken om vriendschappen te onderhouden en van kunst te genieten.


Keynes had er nauwelijks verder naast kunnen zitten. Sinds 1930 zijn we vier tot vijf keer rijker geworden, maar de werkweek is slechts een vijfde korter geworden. Het leven draait misschien wel meer dan ooit om geld verdienen en consumeren. In hun boek How Much Is Enough? proberen Robert en Edward Skidelsky, vader en zoon, het gedachtegoed van Keynes nieuw leven in te blazen. Zij verzetten zich tegen de obsessie met economische groei en tegen het 'onverzadigbare' kapitalisme, een machine die steeds nieuwe behoeften genereert, die ons rijk heeft gemaakt, maar het grootste voordeel van rijkdom heeft weggenomen: het gevoel genoeg te hebben.


In de jaren zestig werd ook gesproken over de vrijetijdssamenleving. Maar de groei werd omgezet in inkomen, niet in vrije tijd. Zijn de meeste mensen niet heel gelukkig met het consumentisme?

Edward: 'Misschien, maar dat komt omdat ze zich geen alternatief kunnen voorstellen. Iemand die in eenzame opsluiting is opgegroeid, zal ook denken dat hij een heel natuurlijk leven leidt.'


Robert: 'Ze leven in een ton, waarin ze zich een klein beetje kunnen bewegen. Maar ze kunnen zich geen leven buiten de ton voorstellen. In de westerse wereld zijn burgers de laatste veertig jaar ook niet gelukkiger geworden, hoewel de mogelijkheden tot consumptie enorm zijn gegroeid.'


Jullie schetsen een sober bestaan, gericht op geestelijke rijkdom. Dat lijkt me net zoiets als vrije seks: misschien aantrekkelijk in theorie, maar de mens lijkt er niet op gebouwd.

Edward: 'Voortdurende economische groei bestaat pas vanaf 1750. Anders dan seks is groei dus geen onverbrekelijk bestanddeel van de menselijke conditie.'


De wereld van voor 1750 is niet iets om naar terug te verlangen.

Edward: 'Nee, maar we hebben nu een veel hoger niveau van welvaart. Dan kun je best terug naar nulgroei.'


Robert: 'We zijn ook niet per se tegen groei. Maar we willen af van groei als afgod.'


Mensen consumeren omdat ze willen hebben wat de buurman heeft. Die concurrentie kun je toch nooit tegen houden?

Edward: 'Je kunt het niet tegen houden, maar wel beperken. In de eerste plaats door de ongelijkheid te beperken. Hoe meer gelijkheid, hoe minder intens de concurrentie om status.'


Robert: 'Jullie Nederlanders doen het trouwens heel goed, in vergelijking tot de Engelsen en Amerikanen. Jullie werken minder uren en zijn rijker dan wij. Jullie zijn ook tevredener met jullie leven, volgens mij omdat er minder ongelijkheid is. Ik geloof ook niet dat mensen een almaar hoger inkomen willen. Ze willen vooral beschermd worden tegen een daling van hun inkomen. Dat is het grote probleem van de huidige samenleving: de sterk toegenomen onzekerheid.'


De Skidelsky's propageren het filosofische ideaal van 'het goede leven', een leven van zekerheid, autonomie, vriendschap, vrije tijd en harmonie met de natuur. In hun boek doen ze ook een paar concrete aanbevelingen om dat 'goede leven' naderbij te brengen: een sterke verkorting van de werkweek, een arbeidsloos basisinkomen voor iedereen, beperking van reclame en een progressieve belasting op consumptie: hoe duurder je auto of hoe meer luxekleding je koopt, hoe meer je betaalt. Niet iedereen is verrukt van dit vooruitzicht: ze zouden paternalistisch zijn en de individuele vrijheid in gevaar brengen.


Als je de consumptie van luxegoederen belast, zullen mensen zeggen: ik heb hard gewerkt, van mijn leven een succes gemaakt en nu word ik gestraft.

Robert: 'Dan zeg ik: je wordt gestraft voor je consumptie, maar je mag wel sparen. Dat wordt niet belast.'


Maar dan kun je je geld nergens aan uitgeven.

Robert: 'Je kunt sparen voor je oude dag. Een prachtige oude deugd. In de toekomst zal de overheid ook niet meer in staat zijn ouderen royaal te verzorgen. Als je 150 wilt worden, moet je zelf geld opzij zetten.'


Ik heb sympathie voor jullie ideeën, maar ik denk ook: wie zijn de Skidelsky's om mij de wet voor te schrijven.

Edward: 'We schrijven niemand de wet voor. We willen niet dat een elite anderen vertelt hoe ze moeten leven. We doen slechts suggesties die op de politieke agenda gezet kunnen worden.'


Robert: 'Onze ideeën zijn ook niet uit de lucht geplukt tijdens een fijne lunch met vrienden. Over het goede leven bestaat een consensus onder filosofen, denkers en religieuze leiders door de eeuwen heen.'


Maar als jullie ideeën worden overgenomen, moet de staat het goede leven propageren. Veel mensen zullen dat bevoogdend vinden.

Edward: 'Het idee dat de staat neutraal moet zijn, is van heel recente datum. In de filosofie gaat het niet veel verder terug dan John Rawls' A Theory of Justice uit 1971. Voor die tijd zagen ook liberalen zichzelf niet als neutraal. Ze propageerden positieve deugden als tolerantie of beschaving.'


Robert: 'De sociaal-democratie was ook niet neutraal, maar na de val van de Muur werd zij ontmand. Bedenk: voor Margaret Thatcher maakte de democratie ook de keuze om rijkdom te belasten, teneinde allerlei sociale en publieke goederen te financieren. Die keuze kun je opnieuw maken.'


Edward: 'De staat kan ook nooit echt neutraal zijn. Hij zet altijd mensen onder druk. Denk alleen al aan wetten tegen het roken. Wij zeggen alleen: in een democratie moet je eerlijk discussiëren over de onderliggende waarden van je beleid.'


How Much Is Enough? is ook een aanklacht tegen een technocratische, versluierende manier van praten. Volgens de Skidelsky's pretendeert de hedendaagse staat neutraal te zijn. Maar achter die schijnbare neutraliteit gaan duidelijke waarden schuil, bijvoorbeeld de morele noodzaak om hard te werken of de gedachte dat een materialistische levensstijl helemaal niet bezwaarlijk is, zelfs noodzakelijk om de economische groei in stand te houden. De hedendaagse staat spreekt de taal van de vrijheid, zeggen de Skidelsky's, maar in de praktijk betekent dat vooral dat de economische machthebbers ruim baan krijgen.


Is statistiek niet de taal van de hedendaagse democratie? We zijn het niet eens over waarden, daarom baseren we ons maar op cijfers.

Robert: 'Ja, dat zie je wel. In Engeland wordt gedebatteerd over het nut van het koningshuis. De monarchisten zeggen niet: wij geloven in de waarden van de monarchie, maar: het afschaffen van het koningshuis zou een ramp voor de toeristenindustrie zijn.'


Edward: 'Mensen klampen zich vast aan cijfers, omdat ze de illusie van objectiviteit verlangen. Ze willen geen verantwoordelijkheid nemen voor hun morele standpunten, maar dat is een vorm van kwade trouw. Je presenteert je opinies alsof het feiten zijn.'


Dat geldt ook voor de milieubeweging, zeggen jullie. Veel milieuactivisten hebben een puriteinse hekel aan luxe. Maar ze doen alsof de wetenschap bewijst dat economische groei rampzalig is.

Edward: 'Er zijn allerlei goede redenen om economische groei af te remmen, ook ecologische. Maar waar het ons om gaat: de milieubeweging heeft een diepere, ethische motivatie. Die wordt weggemoffeld om publieke geloofwaardigheid te winnen. Daarom spreken ze een technologische taal, maar dat is oneerlijk en het zal hun zaak uiteindelijk geen goed doen.'


Robert: 'Het klimaatdebat verpietert al.'


Edward: 'Tony Blair zei in 2006 over het klimaat dat we nog maar vijftien jaar de tijd zouden hebben om een catastrofaal point of no return te bereiken. Inmiddels zijn we bijna zo ver, en er is niets gebeurd. Als we daar echt in zouden geloven, zouden we nergens anders meer over praten.'


Europa bevindt zich in een recessie. Hebben we niet meer dan ooit behoefte aan groei?

Edward: 'Wij praten over het kapitalisme op lange termijn, niet hoe je uit de recessie moet komen. Economie gaat over het maximaliseren van efficiency. Dat heeft alleen zin als je arm bent. Als je rijk bent, kun je inefficiënt zijn om dingen te beschermen die je waardevol vindt.'


Robert: 'Onze ideeën zijn economisch wel degelijk haalbaar. Het is onhaalbaar om op deze manier verder te gaan, om de ongelijkheid steeds verder te laten groeien zodat een kleine groep mensen steeds rijker wordt, terwijl de rest hun bedienden, nanny's en personal trainers kan worden.'


Edward: 'Machines hebben veel mensen overbodig gemaakt. Sinds de jaren zeventig is de werkloosheid structureel hoger geworden. Zolang we vinden dat iedereen acht uur per dag moet werken, zal er altijd een residu van werklozen zijn. Daarom is het verstandig om het werk te spreiden over de hele bevolking.'


Sinds de crisis lijkt de macht van het bedrijfsleven en de financiële markten alleen maar groter te zijn geworden.

Robert: 'Stalin zei: hoeveel divisies heeft de paus? Ik zeg: hoeveel divisies hebben de banken? Uiteindelijk moet de politiek haar macht bevestigen. Je kunt niet toestaan dat de financiële wereld, wier functie het is te dienen, de meester over de samenleving wordt. Het is natuurlijk wel zo: als je zo veel leent, maak je jezelf kwetsbaar. Regeringen zouden dan ook niet moeten lenen van buitenlandse banken, alleen van hun eigen burgers. We hadden de globalisering van de financiële wereld nooit moeten toestaan.'


Maar als je die globalisering terugdraait, gaat de Londense City ten onder.

Robert: 'Misschien. Maar de Londense City zuigt ook veel leven uit de rest van de economie. Talent bijvoorbeeld, omdat de City zo goed betaalt.'


Edward: 'In de jaren zeventig zeiden mensen: je kunt de macht van de vakbonden nooit breken. Toen kwam Thatcher.'


Robert: 'Het kan best. Je moet alleen buiten je ton denken.'


SYMPOSIUM


Hoeveel is genoeg?

Robert Skidelsky (1939) is een Brits economisch historicus van Russische afkomst. Hij was hoogleraar politieke economie aan de universiteit van Warwick, schreef een driedelige biografie van John Maynard Keynes en is onafhankelijk lid van het Hogerhuis. Zijn zoon Edward (1973) doceert filosofie aan de universiteit van Exeter. Robert Skidelsky is hoofdspreker op het symposium How Much Is Enough? van het Nexus Instituut op 28 maart in Amsterdam. De Nederlandse vertaling van hun boek, Hoeveel is genoeg? Geld en het verlangen naar een goed leven (De Bezige Bij Antwerpen) ligt volgende week in de winkel.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden