Nieuws Zelfdodingen op het spoor

Minder zelfdodingen op het spoor: ‘sterkste daling in tien jaar’

Het aantal zelfdodingen op het spoor is het afgelopen jaar met 10 procent afgenomen, blijkt uit cijfers van ProRail. Volgens de spoorbeheerder sorteren de eigen preventiemaatregelen effect.

Cameratoezicht bij een spoorwegovergang in Santpoort. Beeld ANP XTRA

In 2018 beëindigden 194 mensen hun leven op het spoor. Dat is 10 procent minder dan de 215 spoorsuïcides van 2017. ProRail spreekt van de sterkste daling in tien jaar. Volgens de spoorbeheerder spelen de preventiemaatregelen die het de afgelopen jaren in samenwerking met de NS nam, daarin een rol.

Sinds 2012 zijn op 25 risicolocaties, zoals spoorwegovergangen, fysieke maatregelen getroffen om zelfdoding te bemoeilijken. Zo kwamen er hekken, antiloopmatten, schrikverlichting, camera’s en borden van 113 zelfmoordpreventie langs het spoor. Uit een evaluatie bleek in 2017 al dat de maatregelen op die plekken zouden hebben geleid tot een daling van 30 tot 40 procent van het aantal fatale incidenten. Toenmalig staatssecretaris van Infrastructuur Sharon Dijksma stelde daarom 14 miljoen extra ter beschikking om de aanpak op andere plekken uit te breiden. Naast de fysieke maatregelen wordt trein- en spoorpersoneel nu ook getraind om risicogevallen te herkennen en aan te spreken.

Volgens Evita Bloemheuvel van 113 Zelfmoordpreventie helpen de maatregelen omdat ze zelfdoders ‘uit het moment halen’. ‘Iemand die bezig is met een doodswens zit in een tunnelvisie, een aanspringende lamp of een medewerker die hem aanspreekt kan voor een schrikeffect zorgen waardoor hij denkt: wat ben ik aan het doen?’ 113 ontvangt dagelijks zo’n tweehonderd telefoontjes van mensen die denken over zelfmoord. Hoeveel daarvan langs het spoor staan, is onduidelijk. ‘Het wordt niet altijd benoemd, maar soms hoor je de geluiden op de achtergrond’.

‘Niet impulsief’

Volgens emeritus hoogleraar psychologie René Diekstra zijn de cijfers nog geen reden om de vlag uit te hangen, het is immers niet bekend wat de ‘substitutie-effecten’ van de maatregelen zijn. Oftewel: wijkt een zelfdoder op een later moment uit naar een andere plek of een ander middel als het op het spoor niet lukt? ‘Zelfdoding is in veel gevallen geen impulsieve daad. Het voornemen is vaak al lang sluimerend aanwezig,’ zegt Diekstra. Dus als een poging mislukt, maar de problematiek niet wijzigt, valt niet uit te sluiten dat een zelfdoder zijn plan alsnog doorzet. ‘Suïcidanten zijn net als alle mensen; je neemt je iets voor en als dat niet lukt, probeer je het misschien later nog eens. Hetzij met andere middelen.’

Bloemheuvel denkt dat dat wel meevalt. ‘Juist het spoor is vaak een methode die in een opwelling wordt bedacht. Uit enkele onderzoeken blijkt ook dat iemand die tegen een hek aanloopt het niet een paar meter verderop alsnog probeert of de volgende dag naar andere methoden grijpt.’

Stabiel

Op dit moment is het spoor, na verhanging en overdosis, het meest gebruikte zelfdodingsmiddel. Vorig jaar pleegden 1917 mensen suïcide, dat waren er 23 meer dan het jaar daarvoor. Toch is het aantal zelfdodingen volgens Diekstra, na een piek rond 2006 en 2007, sinds 2014 min of meer stabiel. Het aantal sterfgevallen neemt weliswaar toe, maar in verhouding met de bevolkingstoename is dat niet significant.

Praten over zelfdoding kan bij hulp- en preventielijn ‘Zelfmoord? Praat erover’. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.